Broeder Paulus: Monnik op Schiermonnikoog

Broeder Paulus, benedictijn op Schiermonnikoog
Broeder Paulus

Broeder Paulus is geboren op 27 juni 1951 in Maastricht. In 1977 trad hij in in de Abdij Maria Toevlucht in Zundert. Daar bleef hij tot begin 1993. Na een periode uitgetreden te zijn, trad hij in november 2000 opnieuw in, nu bij de Benedictijnen van de Abdij O.L. Vrouw van Sion in Diepenveen. In december 2015 verhuisde hij met drie medebroeders naar Schiermonnikoog.

Op een onverwacht moment in mijn leven hoorde ik Zijn roepstem klinken, om Hem meer van nabij te gaan volgen in het religieuze leven. Een stem die daarna vaker klonk, of duidelijker werd in de omstandigheden van mijn leven. Die roep werd steeds sterker. Mijn antwoord daarop was zwak in het begin, ik liep er voor weg. Doch op een gegeven moment kon ik niet meer anders, ik kon geen “nee” meer zeggen, en trad in een contemplatief klooster in.
Nu, na vele jaren in het klooster, ben ik meer één geworden met die stem, waarbij ik moet oppassen dat het niet te alledaags wordt, of dat ik het maar “gewoon” ga vinden of zelfs er aan twijfel.
Ik heb een sterk verlangen naar gebed, eenzaamheid en stilte. Zijn gelaat en aanwezigheid te zoeken, mijn hart te openen voor het mysterie van God. Hij blijft mij bezoeken, maar ben ik genegen Hem binnen te laten?

Waakzaam blijven

Het kader om te blijven bidden, in eenzaamheid en stilte, is aanwezig. Mijn voortdurende overgave aan Hem is wat Hij van mij vraagt.
Iedere dag ontmoet ik Hem in mijn dagelijkse leven. De kern voor mij is om “waakzaam” te blijven uitzien naar Hem, in de trouw van het dagdagelijkse leven.
God staat centraal in mijn leven, ik hoop de weg te volgen van Jezus Christus in mijn monastieke leven. Zeker een weg van loutering. Ik kom mijn kwetsbaarheid tegen, ik loop tegen mijn zwaktes aan, mijn ego dat vaak een andere kant op wil, soms niet kunnen voortgaan, en toch het verlangen blijft om Hem te volgen, omdat Hij mij blijft uitnodigen daartoe.
Ik voel dat ik meer mezelf ben geworden, zoals God mij werkelijk bedoeld heeft, toen Hij mij schiep. Een weg die ik niet had kunnen gaan buiten het klooster.

Geen weg alleen

Centrale thema’s voor mij zijn wachten, luisteren, verlangen. Ik struikel vaak, maar word weer overeind geholpen door Hem. Ik moet Hem laten doen in mijn leven, niet zelf er steeds tussen gaan staan.
Het is geen weg alleen. Met God en andere broeders. We hebben elkaar niet uitgekozen, en toch leven we samen. Elk gaat zijn weg met God. Samenleven, en ook God in de ander leren kennen en aanvaarden zoals hij is, is een weg van vallen en opstaan voor mij. Evenals elkaar dragen en verdragen. De ander confronteert mij met mezelf, een weg voor mij om innerlijk te groeien, en mezelf te aanvaarden zoals ik ben.

Het is een zegen voor mij dat ik op het mooie eiland Schiermonnikoog mag wonen. De natuur en de altijd aanwezige zee brengen mij terug naar mijn pure kind-zijn. Kind van God zijn, me overgeven aan Hem, de ruis laten wegebben, en me overgeven aan het grote geheel. Elke dag is de zee anders, weerspiegelt mijn ziel, die ook elke dag anders is.
In mijn nietigheid de grootheid van God ontmoeten. Is dit niet wezenlijk voor mij in het religieuze leven?