Cijfers

Bij de KNR zijn 161 religieuze instituten en sociëteiten van apostolisch leven aangesloten. Dat is het overgrote deel van het totale aantal instituten in ons land. Het hoogste ledental is 87, het gemiddelde is iets minder dan 12. De gemiddelde leeftijd in de instituten varieert, maar bij de meeste instituten ligt deze boven de tachtig jaar.

Aantal kloosters

De leden van deze instituten wonen verspreid over verschillende kloosters / communiteiten in het land. De KNR heeft geen precieze cijfers van het aantal kloosters of communiteiten. Soms wonen twee of drie religieuzen samen in een woonhuis. Op andere plekken wonen leden van verschillende instituten in een groot klooster en vormen daarbinnen hun eigen communiteiten. Daarom is er geen goed overzicht van het aantal kloosters te geven.

Aantal religieuzen

Jaarlijks peilt de KNR per 1 januari het aantal leden per instituut.

Hieronder de gegevens van de afgelopen jaren, uitgesplitst naar groep.

 

1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026
Priesters en Monniken 926 861 805 730 679 635
Fraters en broeders 193 165 152 138 126 121
Actieve  vrouwelijke religieuzen 1745 1557 1402 1223 1087 952
Contemplatieve vrouwelijke religieuzen (monialen) 220 207 204 188 176 166
Totaal 3084 2790 2563 2279 2068 1874

 

De gemiddelde leeftijd van de religieuzen is hoog. Uit de cijfers per 1-1-2026 blijkt dat 80 % boven de 70 jaar is en 71 % zelfs ouder dan 80. Door de hoge sterftecijfers die daarmee samenhangen blijft het totale aantal religieuzen sterk dalen. Het aantal religieuzen onder de 50 ligt op ongeveer 8%.  Deze jongste categorie religieuzen is vooral te vinden bij een beperkt aantal redelijk vitale religieuze instituten en is op allerlei plekken in kerk en samenleving actief.

Religieuze instituten en sociëteiten van apostolisch leven zijn net als de Katholieke Kerk vaak heel internationaal georganiseerd. Dat brengt met zich mee dat veel religieuzen afkomstig zijn uit het buitenland. Dat geldt met name voor de jongere religieuzen.

Intredes

Het aantal nieuwe intredingen varieert per jaar en ligt meestal rond de 10 per jaar. Het gaat hierbij om nieuwe leden die na het noviciaat hun eerste geloften afleggen en zich zo verbinden met een instituut of sociëteit. Het aantal novicen ligt rond hetzelfde aantal. Over postulanten (eerste fase van kennismaking en vorming) hebben we geen cijfers. Meer informatie over de verschillende fases van vorming