In dit Heilig Jaar waarin ‘hoop’ centraal staat vragen we verschillende religieuzen wat hoop voor hen betekent. Vandaag zuster Madeleine Bouman.
Zuster Madeleine Bouman
Zuster Madeleine Bouman is Missiezuster van het Kostbaar Bloed. Sinds vorig jaar woont zij met twee medezusters in een kleine communiteit in Alphen (NB).
Wat is eigenlijk hoop?
Hoop is het innerlijke weten dat het goed gaat komen, dat er iets aan het gebeuren is. Hier is in de parochie iets begonnen. Het geeft vertrouwen dat het helpt, wat we hier doen. Als wij geen hoop hadden gehad, waren we er niet aan begonnen. Zelf had ik een stad in gedachten. Maar hier, toen we de mensen spraken, zeiden ze: “hier wil niemand heen”. Onze stichter heeft ooit gezegd: “als niemand gaat, ga ik”. De mensen hadden niet de gedachte dat hier nog iets zou kunnen groeien. Maar nu vielen diverse puzzelstukjes in elkaar. We hopen dat er hier wel iets groeit en dat het wortel schiet. Ik wil niet te ver in de toekomst kijken. Als missiezuster ben je meestal niet geroepen ergens levenslang te blijven.
In de encycliek Spe Salvi verbindt paus Benedictus XVI hoop onlosmakelijk met geloof in Jezus Christus. Hoe zie jij dat?
Geloof en hoop worden in de Bijbel al aan elkaar verbonden. Spe Salvi heeft dat prachtig onder woorden gebracht. Geloof is vertrouwen. Hoop is met beide verbonden. Het probleem bij heel veel jonge mensen is dat zij zonder hoop leven. Ze hebben geen basisvertrouwen, geen geloof, ze hebben nooit ervaren geliefd te zijn. Vroeger kon de kerk dat opvangen. Soms kan ook de moskee dat. Vroeger werden de jongeren door de godsdienst bij de hand gehouden. Hier in Alphen zijn jongeren lang onderweg naar school. Daar gaat veel tijd in zitten. De volwassenen zijn het probleem. Ze voeden hun kinderen op met het idee dat geld belangrijk is. Daardoor zijn er zo veel jongeren zonder hoop. Er is eenzaamheid, bij jong en oud. Om dan hoop te houden, valt niet mee.
Wij willen een teken van hoop zijn, alleen al door hier te zijn. We ondersteunen alles wat hoop biedt, als kleine plantjes. Jongeren zijn heel gevarieerd. Denk niet dat het dorp hier alleen uit Nederlandse mensen bestaat. Het dorp is ook internationaal, er zijn mensen uit allerlei landen. We zien kinderen die bij ons opduiken, vragen stellen, verbanden zien. Ik vind dat hoopvol.
Waarom is hoop belangrijk?
Hoop is levensnoodzakelijk. Kern van onze spiritualiteit is het paasmysterie. Stille zaterdag is de dag van de verloren hoop. Mensen die het Paasmysterie niet verstaan, missen de kern. Als je geen hoop hebt, waar leef je dan nog voor? Depressie heeft vaak ook een spirituele dimensie. Ik heb in Mozambique gewerkt. Daar zag ik overlevingsdrang. Iemand is waterdrager voor het dorp. Daardoor is hij ook nodig. Hij wordt gemist als hij er niet is, en dat weet hij. Sommige jongeren hier krijgen alleen maar te horen dat ze nergens voor nodig zijn. Niet gezien en niet gehoord. Dat is een leven zonder hoop. Jongeren moeten leren dat van jezelf houden niet verkeerd is. In Portugal heb ik in een armenwijk gewerkt. Jongeren kwamen de wijk niet uit. Meiden werden met elf jaar zwanger. Het eerste wat ik deed, was de gitaar meenemen. Plaatjes laten zien met een diaprojector. Een ander perspectief laten zien. Zo kregen ze voor het eerst een idee van het leven buiten de wijk. Tekens van hoop hoeven niet zo groot te zijn. De liefde is de grootste, als de andere twee, geloof en hoop, er niet meer zijn, kan de liefde ze weer aansteken.
Ben je weleens wanhopig?
Nee, dat is wel een heel groot woord. Soms heb ik het weleens helemaal gehad, maar dat is niet hetzelfde. Dan is er geen sprankje licht. Ik kan me wel wanhoop voorstellen, maar dat is mij nooit helemaal gebeurd. Dan spreek je over depressie. Weet je wat je ziet als je kijkt naar de schaduw van een brandende kaars? Dan zie je een kaars die uit is. Je ziet de vlam niet. Er zijn nogal wat mensen, vooral jongeren, die niet naar de vlam van hun eigen kaars kijken, maar naar de schaduw ervan. De kaars brandt, maar in de schaduw zien ze dat niet.
Het thema van het Heilig Jaar is Pelgrims van Hoop. Dat wil zeggen dat we pelgrims zijn, dat we op weg zijn. Waar zijn we naar toe op weg?
Wij zijn op weg naar God, naar onze uiteindelijke bestemming. Ons hele leven is een proces ergens naar toe. We geven onderweg wel iets door, ieder mens heeft een taak om te volbrengen. Het eeuwig leven is niet een eeuwig doorgaan; je gaat uit de tijd. Als je het vuur in jou doorgeeft, wordt het niet minder. Zolang jouw kaars brandt, heb je iets te geven.
