Boodschap van paus Franciscus

voor de 53ste Wereldgebedsdag voor roepingen

De Kerk, moeder van de roepingen
Roepingenzondag 17 april 2016

  1. Beste broeders en zusters,

    Hoe sterk verlang ik dat iedere gedoopte de vreugde zou ervaren om zich echt lid te voelen van de Kerk in dit Buitengewoon Jaar van de Barmhartigheid. Hopelijk mogen wij herontdekken dat de christelijke roeping, net zoals elke specifieke roeping, ontluikt in het godsvolk. Roepingen zijn gaven van de goddelijke barmhartigheid. De Kerk is het huis van de barmhartigheid én de ‘bodem’ waar de roeping ontkiemt, groeit en vrucht draagt.

  2. Bij de gelegenheid van de 53ste Wereldgebedsdag voor Roepingen nodig ik daarom iedere gelovige uit om zich te bezinnen over de kerkgemeenschap en om dankbaar te zijn dat de gemeenschap elk van ons helpt om zijn/haar roeping te vinden. In de bul bij de bekendmaking van het Buitengewoon Jaar van de Barmhartigheid vermeldde ik de woorden van de heilige Beda de Eerbiedwaardige. Hij schrijft namelijk over de roeping van de heilige Mattheüs: miserando atque eligendo.
    Het barmhartige handelen van de Heer vergeeft onze zonden en opent een nieuw leven voor ons. Dat wordt concreet in de roep tot navolging en het zich gezonden weten. Elke roeping in de Kerk vindt haar oorsprong onder de liefdevolle blik van Jezus. Bekering en roeping zijn als twee zijden van dezelfde munt die steeds samengaan in het gehele leven van iedere leerling van de Heer.

  3. In zijn apostolische exhortatie Evangelii Nuntiandi, beschreef de zalige paus Paulus VI de opeenvolgende stappen van het evangelisatieproces. Eén van de stappen is tot een christelijke gemeenschap behoren waarin de leerling het geloofsgetuigenis en de directe verkondiging van de barmhartigheid van de Heer ontvangt. De opname in een gemeenschap bevat de hele rijkdom van het kerkelijke leven, in het bijzonder het sacramentele leven. De Kerk is niet enkel de plaats waar iemand gelooft, maar de Kerk is zelf ook het voorwerp van ons geloof. Daarom zeggen we in het Credo: “Ik geloof in de Kerk”. 

  4. Het zich geroepen weten door God gebeurt binnen de christelijke gemeenschap. God roept ons tot de Kerk, en schenkt elkeen na een tijd van groei ‘in haar schoot’, een bijzondere roeping. De roeping gebeurt aan de zijde van andere broers en zussen die de Heer ons geeft. Roeping is daarom steeds een ‘samen geroepen’ worden. Dit kerkelijke aspect van de roeping is een tegengif voor de onverschilligheid en voor het individualisme. Zo wordt gemeenschap opgebouwd en wordt onverschilligheid overwonnen door liefde. In de gemeenschap worden we gedreven om uit onszelf te treden en ons leven ten dienste te stellen binnen het plan van God. We ontvangen de kracht om de actuele en historische situatie van de kerkgemeenschap, het volk van God, te aanvaarden.

  5. Op deze dag van gebed voor roepingen nodig ik iedere gelovige uit om zijn of haar verantwoordelijkheid op te nemen en om zorg te dragen bij het onderscheiden van roepingen. Toen de apostelen een vervanger zochten voor Judas Iskariot riep Petrus honderdtwintig broeders samen (Hand. 1, 15) en alle leerlingen werden samengebracht om zeven diakens aan te duiden (Hand. 6, 2). Paulus gaf aan Titus specifieke criteria bij het uitkiezen van de priesters (Tit. 1, 5-9). De christelijke gemeenschap is ook vandaag aanwezig bij het ontluiken, het vormen en het verder ondersteunen van roepingen.

  6. De roeping ontstaat in de Kerk
    Van bij het prille ontstaan van een roeping is een gepaste ‘genegenheid’ voor de Kerk noodzakelijk. Niemand wordt enkel maar geroepen voor een specifieke regio of een kerkelijke groep of beweging, maar wel tot dienst aan de hele Kerk en de wereld. Een duidelijk teken van de authenticiteit van een roeping is haar zin voor kerkelijkheid, haar vermogen om zich harmonieus te schikken binnen het leven van het gelovige godsvolk voor het goed van allen. Wanneer de kerkelijke horizon verruimd wordt voor de jongere die wil ingaan op de roepstem van de Heer, ontdekt hij of zij welke rijke verscheidenheid aan charisma’s en roepingen er aanwezig zijn binnen de Kerk. De jongere kan op een meer objectieve wijze tot onderscheiding komen. De gemeenschap wordt op die manier een thuis en een familie waar roepingen geboren worden. De geroepene ontdekt dankbaar het belang van de gemeenschap en beschouwt het als een onmisbaar element voor zijn/haar toekomst. Hij of zij leert andere broers en zussen kennen en liefhebben die verschillende wegen bewandelen. Deze gesmede banden versterken de hele gemeenschap. 

  7. De roeping groeit in de Kerk
    Kandidaten dienen gedurende hun vormingstijd de kerkelijke gemeenschap beter te leren kennen om de beperkte kennis die elk heeft van de andere, te overstijgen. Het is daarom gepast om samen met andere leden van de gemeenschap een verscheidenheid aan pastorale ervaringen op te doen. Voorbeelden hiervan zijn: het verkondigen van de evangelische boodschap samen met een bekwame catechist; het evangeliseren in de periferieën van de maatschappij samen met de leden van een religieuze gemeenschap; het ontdekken en waarderen van een contemplatief leven in een abdij; het leren kennen van het zich gezonden weten ad gentes samen met missionarissen; het zich verrijken met pastorale ervaringen in de parochie en het bisdom samen met diocesane priesters. Voor allen die in vorming zijn, blijft de christelijke gemeenschap steeds het leerrijke en dankbare terrein.

  8. De roeping wordt ondersteund door de Kerk
    De roeping eindigt niet wanneer iemand een definitief engagement heeft aangegaan. De roeping ontplooit zich verder in het beschikbaar zijn tot dienstbaarheid, in het volharden in de roeping en in de blijvende vorming. Wie zijn leven heeft toegewijd aan de Heer blijft bereid om de Kerk te dienen, daar waar nodig. De zending van Paulus en Barnabas is een voorbeeld van deze kerkelijke beschikbaarheid. Zij werden door de heilige Geest op weg gezonden vanuit de gemeenschap in Antiochië (Hand. 13, 1-4), en keerden er terug om te vertellen over alles wat de Heer met hun medewerking tot stand had gebracht (Hand. 14, 27). Zij die geroepen en gezonden zijn, worden vergezeld en ondersteund door de christelijke gemeenschap. Die gemeenschap blijft steeds een onmisbaar referentiepunt, zoals het zichtbare vaderland ook zekerheid geeft aan wie onderweg zijn naar het eeuwige leven.

  9. Onder de pastoraal verantwoordelijken zijn in het bijzonder de priesters belangrijk. Het is in de uitoefening van hun ambt dat het woord van Jezus actueel wordt toen Hij verklaarde: “Ik ben de deur voor de schapen. Ik ben de goede herder” (Joh. 10, 7.11). De pastorale zorg voor roepingen is een fundamentele taak van hun pastorale bediening. De priesters begeleiden immers wie op is zoek is naar zijn/haar roeping en ondersteunen wie hun leven al toegewijd hebben voor de dienst aan God en de gemeenschap.

  10. Iedere gelovige is geroepen om zich bewust te zijn van de gemeenschappelijke zorg voor roepingen. Geloofsgemeenschappen worden naar het voorbeeld van de Maagd Maria, een moederlijke schoot waar de gave van de Heilige Geest wordt ontvangen. Het moederschap van de Kerk wordt duidelijk in het onophoudelijk gebed voor roepingen, in haar onderricht en begeleiding voor hen die de roep van de Heer willen volgen. En ook in een zorgvuldige selectie van de kandidaten voor het gewijde ambt en het godgewijde leven vinden we dit terug. Ten slotte is zij ook moeder van de roepingen door haar voortdurend ondersteunen van hen die hun leven toegewijd hebben ten dienste van de medemensen.

  11. Vragen wij de Heer dat iedereen die zijn of haar roeping wil volgen, zich stevig verankert in de Kerk. Bidden we dat de Heilige Geest de herders en gelovigen doet groeien in kerkelijke gemeenschapszin, in onderscheiding en in een geestelijk vader- en moederschap. 

  12.        Vader van barmhartigheid,

Gij hebt ons uw Zoon, onze Redder, geschonken,

Gij ondersteunt ons voortdurend met de gaven van de Geest.


Schenk ons levende, vurige en blije christelijke gemeenschappen waar het gemeenschapsleven opborrelt en waar jongeren aangemoedigd worden om zich aan U en aan de evangelisatie toe te wijden.

Ondersteun de gemeenschappen in hun taak om jongeren te helpen bij het onderscheiden van hun roeping opdat zij zich toewijden aan U en de medemens.

Geef onze gemeenschappen de wijsheid om tot het noodzakelijke onderscheidingsvermogen van roepingen te komen.

Dat doorheen alles de grootheid van uw barmhartige liefde schittert.

Dat Maria, Moeder en opvoedster van Jezus, een voorspreekster is voor alle christelijke gemeenschappen.

Dat de gemeenschappen tot bloei komen door de heilige Geest en bron worden van authentieke roepingen ten dienste van het godsvolk.

Vaticaanstad, 29 november 2015

Eerste zondag in de Advent.

Franciscus

 

Bron: http://www.rkdocumenten.nl/

Bij gelegenheid van roepingenzondag hebben de bisdommen en het Huis van de Roeping in samenwerking folders, affiches en gebedenboekjes uitgegeven. Die treft u hier aan:

poster 2016 2017