Angela Merici:

'Maak het leven nieuw'

Angela Merici (circa 1474-1540) beseft als jonge vrouw dat God iets radicaals van haar wil. Uit deze intense ervaring put zij haar leven lang kracht. Na kennis gemaakt te hebben met het leven in de steden, met hun grote contrasten tussen rijk en arm, treedt ze toe tot de derde orde van Franciscus en draagt de sobere, bruine pij. In het door oorlog en rampspoed getekende Brescia vindt ze haar levensbestemming. Gelovig en ongelovig, arm en rijk, leiders en zoekers, ze worden haar vrienden. Zo brengt ze verzoening. Allen noemen haar 'Madre Angela'. Behalve om haar wijsheid staat ze bekend om haar kennis van de Schrift. Op latere leeftijd begint ze iets nieuws. Ze verzamelt een kring van jonge vrouwen om zich heen, die thuis blijven wonen en van daaruit werken, maar wel een religieuze leefregel onderhouden.

Angela is hun religieus leidster en inspiratrice, rond wie ze samenkomen voor bezinning en wederzijdse steun. Deze groep vormt de Compagnie van Sint Ursula, gesticht in 1535. Voor vrouwen van die tijd vormde het een volstrekt nieuwe manier van leven, buiten huwelijk en klooster. De Compagnie vormt de basis voor de congregaties en ordes van Ursulinen.

Meer over Angela Merici

Angela Merici was tijdgenote van Michelangelo, Luther en Teresia van Avila. Zij leefden in één van de woeligste perioden van de Europese geschiedenis, waarin de roep om hervorming van de kerk groot was. Angela Merici droeg bij aan die hervorming als een voorbeeld  van een nieuwe levensweg. Nieuw, omdat vrouwen tot dan toe twee mogelijkheden hadden: òf trouwen òf intreden in één van de vele slotkloosters. Angela stond een leven voor ogen zoals dat van de apostelen: toegewijd aan het doen kennen van de vreugde van de blijde boodschap. Al spoedig gingen de Ursulinengezelschappen dan ook een rol spelen in de hervorming van de Kerk na het Concilie van Trente. In de spiritualiteit van de Compagnie van St. Ursula zijn actie en contemplatie op een vanzelfsprekende manier verbonden. Angela Merici had een diep en onwankelbaar geloof in Gods leiding. In dat vertrouwen wortelde haar liefde en van daaruit werkte ze. Het was een liefde die eenheid bracht. Haar volgelingen, de Ursulinen, houden vast aan de eenheid van een leven dat helemaal gericht is op God, en waarin gebed en werk elkaar wederzijds doordringen en levend maken.