Kleine coronahulp

Zowel Haëlla als Fonds 1818 richten zich altijd al op kleine initiatieven en vrijwilligersprojecten. Ze erkennen de grote waarde die vrijwilligers hebben als dragende krachten en als voelsprieten voor wat er speelt in de samenleving. Tijdens de lockdown kwamen er tal van initiatieven van de grond en kwamen de aanvragen binnen bij fondsen als Haëlla. In het begin ging het vaak om acties tegen eenzaamheid: bloemetjes, kaartenacties voor ouderen etc. Een ander belangrijk thema in de aanvragen was voedselhulp. Mensen die het in normale tijden nog net konden redden kwamen nu in de problemen. Al snel was duidelijk dat de vraag naar hulp vanuit de voedselbanken veel groter werd. Voor veel ongedocumenteerden vielen alle inkomsten weg die zij hadden uit werk in horeca en schoonmaak en zij kunnen geen gebruik maken van allerlei  regelingen, zoals de reguliere voedselbanken.

In de eerste weken was er een wekelijkse update voor alle deelnemende fondsen waarin een overzicht werd gegeven van de aanvragen en gesteunde projecten. In de periode tot half april waren er al 55 projecten ondersteund met de eerste € 80.000. Na die eerste weken nam het aantal acties voor kaartjes en dergelijke af maar kwamen er meer vragen voor voedselhulp en voor specifieke doelgroepen zoals dak- en thuislozen en mensen die kampen met psychische problemen. Begin juni stond de teller al op 125 projecten voor €180.000. Er kwamen ook steeds meer praktische aanvragen zoals voor mondkapjes of spatschermen voor duofietsen.

Het gaat steeds om kleinschalige, vaak lokale, projecten die worden gedragen door vrijwilligers. De maximale bijdrage per project is €2.500.

Voedselhulp

In loop der maanden zijn de wekelijkse updates voor de fondsen vervangen door een aantal webinars die meer gericht waren op uitwisseling en samenwerking met name op het gebied van voedselhulp. Deze waren niet alleen bedoeld voor de fondsen, maar juist ook voor de initiatiefnemers van projecten. Het leidde tot uitwisseling van tips en adviezen maar ook tot verdere samenwerking. In de loop van de zomer werd duidelijk dat de behoefte aan voedselhulp structureel zou worden. Een aantal fondsen en het Rode Kruis en nog enkele organisaties hebben daarom een onderzoek uit laten voeren onder leiding van de Radbouduniversiteit. De coronacrisis heeft de problemen van structurele armoede genadeloos blootgelegd. Er is een grote groep mensen, die tot nu toe vaak uit beeld bleven van de officiële hulpverleningsinstanties, maar door de kleinschalige, laagdrempelige initiatieven in beeld zijn gekomen. Een grote groep leeft net boven de criteria van de voedselbanken, maar is door de crisis en verlies aan inkomen in de problemen gekomen. Daarnaast is er een grote groep ongedocumenteerden die hun inkomen volledig weg zag vallen. Het onderzoek was er op gericht om beeld te krijgen van de grote van deze groepen en te kijken waar structurele oplossingen mogelijk zijn. Een groot deel van de organisaties die meededen aan het onderzoek geeft aan te verwachten dat voedselhulp nog zeker negen maanden nodig zal zijn (onderzoek van september) en dat zij daarvoor voor een groot deel afhankelijk zijn van de fondsen. Belangrijke conclusie is ook dat er meer gezocht moet worden naar structurele oplossingen. Hierbij wordt zeker ook gekeken naar (lokale) overheden.

Structurele initiatieven

Tot half september 2020 is er aan 167 projecten een totaalbedrag van bijna € 250.000 uitgekeerd. De verwachting is echter dat nu de maatregelen weer zijn aangescherpt het aantal aanvragen weer zal toenemen, niet alleen op het gebied van voedselhulp maar ook voor projecten tegen eenzaamheid.
Door de samenwerking van diverse fondsen binnen de Kleinecoronahulp, kon er vaak snel gereageerd worden op aanvragen. Veel kleine eenmalige acties hebben geleid tot meer structurele initiatieven en hebben geleid tot meer samenwerking ook met de gemeenten. Kleinecoronahulp is vaak een bruggenbouwer geweest tussen initiatieven, fondsen en lokale overheden en is in die zin ook een katalysator geweest voor meer samenwerking tussen fondsen onderling en met overheden.

Kleine coronahulp heeft duidelijk laten zien dat vrijwilligers in onze samenleven onontbeerlijk zijn en dat zij een belangrijke rol spelen in onze samenleving.  De initiatiefnemers van projecten die gesteund zijn, zijn bewogen mensen die zich met hart en ziel inzetten voor mensen. Ze denken in oplossingen en hebben vergezichten van een rechtvaardige samenleving voor iedereen.