Mark Logtenberg: Religieus leven is optimistisch leven

Mark Logtenberg sj
Mark Logtenberg sj foto Elias Sader / NYC

Mark Logtenberg SJ is een jonge jezuïet uit Nederland. Na zijn noviciaat in Birmingham studeerde hij Arabisch en de geschiedenis van het Midden Oosten. Eerst in New York en daarna in Toronto. Het afgelopen jaar studeerde hij theologie in Leuven en hoopt nu aan de slag te gaan als studentenpastor in Bethlehem.

Waar gaat het nu eigenlijk om in het religieuze leven? Toen ik zeven jaar geleden aan dit leven als jezuïet begon was het antwoord op die vraag duidelijk. Het gaat om een leven met Christus. Net voordat ik intrad zag ik een interview met een Franse jezuïet op Youtube. Hij was heel stellig. Hij had jaren gewerkt in de vorming van jonge jezuïeten en er werd hem gevraagd wat hij zocht bij mensen die wilden intreden. Zijn antwoord was helder: “de jongeman moet zijn leven willen geven aan God.” Jezuïeten doen soms buitengewone dingen: ze zijn missionarissen in verre landen, schrijven boek na boek, of werken aan grootse universiteiten. Maar al dat is louter secundair en is simpelweg niet mogelijk zonder dat verlangen om met God te leven.

Het antwoord is dus simpel: religieus leven gaat om een leven met God. De moeilijke vraag is nu, hoe doe ik dat? De evangeliën beschrijven een Jezus die het Koninkrijk van God verkondigd, maar Hij doet dit niet alleen. Verschillende malen zendt hij zijn leerlingen eropuit om het goede nieuws aan de man te brengen. Eerst zendt hij de 12 apostelen (Mc. 6,7) en later nog eens 72 anderen (Lc. 10, 1). Zo’n zending, om mee te werken met het goede dat Jezus doet, staat centraal in mijn leven als jezuïet.

God woont in de schepselen

Echter, als iemand die gezonden is kom ik niets nieuws brengen. Ik breng God niet met mij mee. Het is niet zo dat God afwezig was en dat men door het woord van een missionaris God leert kennen. In de Geestelijke oefeningen, een handleiding voor een retraite, ooit geschreven voor St. Ignatius, staat: “God woont in de schepselen: in de elementen door ze bestaan te geven, in de planten door ze te doen groeien, in de dieren door ze te doen voelen.” In andere woorden, God is er al! Ik probeer dus alleen maar om mensen bewust te maken van hoe God aanwezig is. Dat vormt misschien wel de kern van de spiritualiteit van Ignatius en de jezuïeten: namelijk, dat God in alle dingen gevonden kan worden. Voor de criticus doet dit misschien afbreuk aan het sacrale en verhevene van God. Toch vloeide deze beleving van God in alle dingen voort uit een rotsvast vertrouwen van Ignatius in de menswording van God in Jezus Christus.

Positieve visie

Ignatius poneert hier een onwankelbaar positieve visie op wat het betekent mens te zijn. Maar het is juist die positieve visie die soms zo moeilijk is. Zeker nu ten tijde van corona (en ook daarbuiten) raak ik gefrustreerd, wordt geïrriteerd door van alles en nog wat. Maar juist daardoor ga ik voorbij aan de vraag, waar is God hier? Het blijft dus voor mij een constante uitdaging om God te vinden in dit leven. Uiteindelijk is het is niet een kwestie meer van ‘of’ God aanwezig is, dat staat buiten kijf, maar eerder ‘hoe’ Hij tot ons spreekt vandaag.
Het is deze positieve houding ten opzichte van God en de mens die voor mij een antwoord geeft op de vraag ‘waar gaat het nu om in religieus leven?’ In een vergrijzende kerk en een vergrijzend religieus leven raakt dit Ignatiaanse optimisme soms een beetje op de achtergrond (ook bij jezuïeten). In datgene wat lijkt op tegenslag is het vaak moeilijk om optimistisch te blijven, maar St. Ignatius zegt dat natuurlijk God ook hierin werkt. Dat is nu religieus leven voor mij: een leven met God in het vertrouwen dat Hij altijd werkt en aanwezig is.