Gebedsmarathon

Alle religieuzen in Nederland worden opgeroepen om van Pasen tot en met oktober (Wereldmissiemaand)  bidden rond het jaarthema 'Hij heeft mij gezonden. (Lucas 4,18) – Wat is onze missie?'. De KNR stuurt wekelijks op vrijdag een voorbede toe aan de religieuzen en andere geïnteresseerden die zich hebben opgegeven. Deze voorbeden zijn gemaakt door religieuzen en hebben te maken met hun missie. Naast de voorbede wordt informatie toegevoegd over een buitengewone missionaris die een voorbeeld kan zijn in onze tijd.  

Indien u de wekelijkse intenties wil ontvangen, kunt u zich aanmelden via communicatie@knr.nl 

Op deze pagina van de website zullen wekelijks de nieuwe gebeden worden geplaatst.

Gebed week 42

 

Til ons op uit onverschilligheid.
Open ons voor wat er aan verlangen leeft in mensen
en doe ons de wegen van het hart verstaan.
Dat wij in de tekenen van deze tijd
steeds meer uw liefde herkennen.
Maak ons mensen, bewogen om de wereld waar wij deel van zijn
en zend ons omwille van uw koninkrijk
dat vorm krijgt in Jezus, zoon van uw welbehagen, een van ons.

Amen

Missionaire pionier:

JULES CHEVALIER, missionaris van het H. Hart

Jules Chevalier

Er zijn stichters van missiecongregaties die nooit op het zuidelijk halfrond zijn geweest. De stichter van de Missionarissen van het Heilig Hart (msc) en de Zusters van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart (fdnsc), is er één van. Jules Chevalier (1824 - 1907) is zijn hele leven lang in Frankrijk gebleven.

Jules Chevalier is in 1824 geboren als derde kind van bakker Jean Chevalier. Hij wilde priester worden. Maar omdat zijn ouders de opleiding niet konden betalen, werd hij bij een schoenmaker in de leer gedaan. Dat was dus niet wat hij echt wilde. In de avonduren leerde hij Latijn en op zeventienjarige leeftijd mocht hij - met hulp van een weldoener, toch aan de priesteropleiding beginnen. In 1851 werd hij kapelaan in Issoudun, een provinciestadje bij Orleans, zo'n 200 kilometer onder Parijs. Hij bleef er zijn hele verdere leven.

In Issoudun stichtte hij twee congregaties die nu wereldwijd actief zijn. De congregatie voor mannen wijdde hij toe aan le Sacré-Coeur, het Heilig Hart, voor wie hij, zoals veel Fransen toen, een diepe devotie had. Een rood hart op de toog van deze missionarissen verwees ernaar (dat bezorgde hen in hun Nederlandse hoofdkwartier Tilburg de naam 'rooi harten'). Als stichtingsdag nam hij 8 december 1856, de dag waarop het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria werd afgekondigd, nog zo'n devotie waarvoor hij en veel andere katholieken in die tijd warm liepen en met overtuiging getuigden. De zustercongregatie, die twintig jaar later in 1874 werd opgericht, werd dan ook aan Maria toegewijd: de Dochters van O.L. Vrouw van het Heilig Hart (FDNSC in de Franse afkorting).

Hoe komt een simpele Franse dorpskapelaan, die nauwelijks meer heeft gezien dan zijn prefectuur tot het stichten van missiecongregaties? De reden is simpel en tweevoudig. In het ontkerkelijkte Frankrijk van midden negentiende eeuw was thuis heel veel missiewerk te doen. Met name mannen - en dat was in heel Frankrijk zo - lieten het wat geloof en kerk betreft - massaal afweten. Er lag werk, een missie, en die begon - zoals ook nu weer min of meer - dichtbij huis, voor de deur. Want voor Chevalier was het zo klaar als een klontje: zonder God, dat konden mensen niet. En God was er voor de mensen, zo was zijn overtuiging, voor alle mensen, waar dan ook. Of het nu aan zijn voordeur was, of aan de andere kant van de wereld. En van die goddelijke zorg, liefde en totale beschikbaarheid was het Heilig Hart het - voor ons nu een misschien wat onbegrijpelijk en gedateerd - symbool.

De verering van het Heilig Hart en van Onze Lieve Vrouw en de Missionarissen van het Heilig hart, MSC, zoals de congregatie met de Latijnse afkorting heet, zijn in de ogen van Chevalier hecht met elkaar verbonden. Twee kanten van eenzelfde medaille. De verering van het H. Hart kreeg vorm middels broederschappen van vereerders en (propaganda)bladen. In 1870 telde die beweging al meer dan 250.000 leden. Ook populair (en belangrijk) was het zogenaamd 'Klein Liefdewerk', een fonds waar men jaarlijks vijf cent in kon/mocht storten, om de verering van het heilig Hart in de katholieke wereld te promoten. Naast de broederschappen van leken waren er de professionals, de missionarissen met geloften, die ervoor kozen zich voor het leven in te zetten ten behoeve van de promotie van de H. Hartdevotie en de verspreiding van de kerk. Die groep telde in 1867 elf leden, weinig in vergelijking met het succes van de broederschappen. Maar daar zou snel verandering inkomen, zo was de heilige overtuiging van Chevalier. Met een eigen missiegebied, een eigen plek in Gods wijngaard, zou hun aantal snel toenemen. En die plekken kwamen er vanaf het midden van de vorige eeuw met de koloniale expansie, volop. 'Het bericht dat wij een missie aannemen', schreef hij, 'zal grote zegen brengen en talrijke roepingen voor onze congregatie'. Hij kreeg gelijk.

In 1881 werd MSC een echte missiecongregatie, toen Micronesië, Melanesië en (Papoea) Nieuw Guinea door het Vaticaan als missiegebied aan de congregatie (en het Heilig Hart) werden toevertrouwd. Nog datzelfde jaar vertrok de eerste groep van vijf missionarissen naar Oceanië, een enorme verzameling kleine eilanden verspreid over de Stille Oceaan. Een deel van Nieuw Guinea was Duits, waardoor naast Fransen ook Oostenrijkers en Duitsers belangstelling voor MSC kregen. Hoewel hij graag had meegewild, bleef Chevalier op verzoek van de bisschop in Issoudun. Dat had trouwens ook te maken met het opheffen van de Franse kloosters in 1880. Als priester van het bisdom Bourges kon hij blijven, terwijl de religieuzen, ook de missionarissen van het Heilig Hart, op zoek moesten naar een onderkomen buiten Frankrijk. Dat vonden ze zoals meerdere Franse congregaties in Nederland, waar de katholieke emancipatie in volle gang was. Het succes van de H. Hart-devotie in ons land had daar heel veel mee te maken.

Voor de Missionarissen van het H. Hart bleek Nederland een vruchtbare bodem, vooral toen in Tilburg eind jaren tachtig van de negentiende eeuw een 'Missiehuis' met 'apostolische school' werd gesticht en niet alleen de opleiding van priesters, maar ook die van 'werkbroeders' ter hand werd genomen. In 1894 waren er al 106 bewoners in het Missiehuis, onder wie dertig broeders. De Nederlanders gingen - zoals te doen gebruikelijk in die tijd - vooral naar Nederlands Indië: de Molukken en westelijk (Nederlands) Nieuw Guinea (vanaf 1902), Celebes dat nu Sulawesi heet (1919) en Java (1921). Maar ook naar de Filippijnen (vanaf 1908) en naar Brazilië (vanaf 1911) gingen tal van Nederlandse missionarissen van het H. Hart. Vanuit het Missiehuis in Tilburg vertrokken alles bij elkaar 730 paters en broeders als missionaris.

Vanuit Isoudun bleef Chevalier het wel en wee van zijn missionarissen volgen. Hij gaf aanmoediging, vermaning en opwekking en schreef brieven, aldus een biograaf. In 1907 overleed hij, ruim in de tachtig. De twee congregaties die hij stichtte zijn nog steeds wereldwijd actief.

Bron: https://www.dederdekerk.nl

Over de maker

Ben Verberne

Pater Ben Verberne msc deed 23 jaar missionair werk op de Filippijnen. Hij is sinds 1991 terug in Nederland. Hij werkte o.a. in het pastoraat onder buitenlandse studenten in Wageningen, bij RKK-KRO Mediapastoraat, was overste van de Nederlandse MSC-provincie. Huidige werkzaamheden: “geen”