Externe ondersteuning

Het vraagstuk van de externe ondersteuning levert bij de voltooiing van religieuze instituten grote vragen op. Enerzijds is het eigen aan religieuzen om hun hele leven als gemeenschap zelf in te vullen, anderzijds is het duidelijk dat er in deze tijd in ons land vele mensen van buiten nodig zijn om de religieuze instituten te laten functioneren.

Extern betekent hier: van buiten het instituut. Het gaat daarmee om alle mensen die de religieuze instituten helpen, en die er niet zelf lid van zijn: personeel, directeur, econoom, administrator, notaris, religieuzen uit andere instituten, de bisdommen, de KNR. Sommige van deze mensen zijn in loondienst van een instituut, andere verlenen af en toe diensten, weer andere nemen belangrijke verantwoordelijkheden op in het bestuur van een instituut.

Medewerk(st)ers in loondienst

Voor de eerste categorie, mensen die in loondienst zijn, geldt dat zij in een cultuur werken die op veel punten verschilt van wat in Nederland gebruikelijk is. Het kost tijd om daaraan te wennen. Dit geldt zeker in deze tijd waarin nog maar weinig jonge mensen een katholieke socialisatie krijgen. Het kan zinvol zijn om (nieuwe) medewerkers scholing of vorming aan te bieden over het religieuze leven. Op die manier kunnen ze de eigenheid van het religieuze leven leren kennen, waardoor ze beter hun werk zullen doen, met een sterkere motivatie.

De krimp van de instituten betekent overigens dat hun werkgelegenheid soms verdwijnt. Religieuze instituten zijn op grond van CIC c.1286 verplicht om behoorlijk met hun personeel om te gaan. Degenen die leiding geven aan reorganisaties, moeten dit doen op een wijze die sociaal verantwoord is.

Externe dienstverleners

De vele instanties die diensten verlenen aan religieuze instituten, zoals medici, notarissen, bankiers, zorginstellingen, verzekeraars, de overheid, zijn steeds minder bekend met de eigenheid van het religieuze leven. Dit creëert allerlei problemen: oversten die door behandelende artsen niet gehoord worden, testamenten die in strijd zijn met de gelofte van armoede, auto's die niet op naam van het religieus instituut kunnen worden gezet, buitenlandse religieuzen die amper worden toegelaten, de verplichting een persoonlijke bankrekening te hebben, enzovoort.

De KNR probeert op diverse manieren hierin te hulp te schieten. Zo onderhandelt ze met overheidsinstanties. Ze adviseert bij het opstellen van vermogensrechtelijke reglementen. Verder adviseert ze bijvoorbeeld levenstestamenten af te sluiten, om het gezag van de overste naar buiten toe duidelijk te maken. Waar Oversten of hun adviseurs op onbegrip stuiten over de eigen identiteit van het kloosterleven, wil de KNR hun vragen dit te melden.

Ondersteuners van Oversten

Een binnenkerkelijk probleem rond externe ondersteuning zit in het feit dat de H. Stoel niet toelaat dat niet-leden bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen in religieuze instituten en sociëteiten van apostolisch leven. De ondersteuning kan heel ver gaan, maar de eindverantwoordelijkheid moet altijd bij de Overste liggen. Waar dat niet meer kan, moet een Administrator uitkomst bieden. Voor het ambt van Administrator komen alleen religieuzen en clerici in aanmerking, met andere woorden: alleen mensen die een levenslange, existentiële band hebben met de Kerk.

Praktische en principiële hobbels

Dit roept enkele praktische problemen en principiële vragen op:

  1. Met de benoeming van een Administrator verliezen de leden van het religieus instituut een belangrijk deel van hun zeggenschap. Daarom geven ze er meestal de voorkeur aan tot op hoge leeftijd het instituut zelf te besturen, met hulp van goede adviseurs.
  2. Bijkomend probleem is dat goede Administratoren niet gemakkelijk te vinden zijn en dat zij meestal belangrijke andere werkzaamheden hebben. Dat betekent dat de dagelijkse gang van zaken in een klooster hoe dan ook niet afhankelijk kan zijn van de Administrator alleen.
  3. Goede adviseurs weten van aanpakken, terwijl Oversten en hun Raden vaak wat minder snel te werk gaan. Zo ontstaat er soms onduidelijkheid over de rol van de adviseur in relatie tot Overste en Raad.
  4. Meestal laat een Overste de dagelijkse leiding voor een groot deel over aan één of meer medewerkers; daarbij doet zich echter dikwijs de vraag voor wat de Overste kan delegeren en wat niet. Wat is zo eigen aan het religieuze leven dat alleen de Overste zelf dit kan behartigen?
  5. Een speciaal punt van zorg is de pastorale ondersteuning van de religieuzen. Het tekort aan pastoraal werkenden, gebrek aan begrip voor het kloosterleven bij directies van zorginstellingen, en soms geldgebrek gaan weleens ten koste van de pastorale zorg.

Mogelijke oplossingen

In de afgelopen veertig jaar zijn er diverse oplossingen gezocht om Oversten en Raden in staat te stellen niet-leden in te schakelen en tegelijkertijd het religieuze karakter van hun leven te waarborgen:

  • Het is mogelijk een econoom van buiten aan te stellen, als de Constituties dat niet verbieden
  • Het kan zinvol zijn een aparte rechtsperoon in het leven te roepen, of een oude burgerlijke stichting om te bouwen, zodanig dat niet-leden benoemd kunnen worden in het bestuur van die rechtspersoon. Op die manier kunnen niet-leden rechtmatig bestuursverantwoordelijkheid krijgen. Hierbij moet echter gewaarborgd worden dat zo'n rechtspersoon er is ten dienste van het religieus instituut. De KNR adviseert regelmatig Oversten bij het inrichten of ombouwen van een dergelijke rechtspersoon.
  • In ieder geval is het verstandig om een sterke en betrouwbare ondersteuning te organiseren: een of meer adviseurs, bij grotere instituten een directeur van de werkorganisatie, een beleidsmedewerker, een Raad voor Economische Aangelegenheden. Binnen het KNR-verband zijn er altijd ondersteuners te vinden.
  • In de laatste jaren hebben Religieus Assistenten en Administratoren hun intrede gedaan. Zij vormen een ondersteuningsstructuur zoals de H. Stoel die bij voorkeur ziet. In de toekomst zullen de meeste religieuze instituten die alleen in Nederland gevestigd zijn, bij een dergelijke situatie uitkomen. Daarom adviseert de KNR om actief op zoek te gaan naar mensen die voor deze functies geschikt en benoembaar zijn.

In het KNR-Rechtspositiereglement zijn vele functies opgenomen die Oversten kunnen helpen. Enkele van deze functies, die speciaal relevant zijn voor de periode van voltooiing, zijn in een bijlage samengebracht:

Bijlage: Functiebeschrijving ondersteunende functies