SNPR – een voormalig samenwerkingsverband

In Nederland leven en werken momenteel ongeveer 1350 broeders en paters die lid zijn van een de 47 Religieuze Instituten (Abdijen, Ordes en Congregaties) van priester-religieuzen. (Cijfers 2015. voor een  overzicht zie: cijfers )
Al die verschillende instituten werkten sinds 1955 samen binnen de stichting Samenwerking Nederlandse Priester Religieuzen (SNPR). Per 1 januari 2004 is deze SNPR samengegaan met de andere samenwerkingsverbanden voor religieuzen.

Doel van de SNPR was de behartiging van hun gemeenschappelijke belangen, die onder meer gelegen waren op de volgende terreinen:

  • zorg voor het religieuze leven in zijn verdere ontwikkeling,
  • het functioneren van de priester-religieuzen in het pastoraat,
  • hun plaats in de missionaire beweging,
  • hun werk in het onderwijs,
  • aandachtspunten op financieel gebied,
  • de vertegenwoordiging van de priesterreligieuzen in contacten met kerk en overheid,
  • de plaats van de religieuzen in het kerkelijke en het burgerlijke recht en
  • de zorg voor de oudere religieuzen.

Richtinggevend in deze gezamenlijke aandacht waren voor de SNPR vragen als:

  • Wat kan religieus leven inhouden in deze moderne tijd?
  • Hoe kunnen we daarin de honger naar God en de honger naar gerechtigheid levend houden en verdiepen?
  • Hoe kan de Kerk, die ons dierbaar is, een inspirerende rol blijven spelen in een wereld die een seculariserende en emanciperende ontwikkeling doormaakt?

Vier groepen

De bij de SNPR aangesloten religieuze instituten waren ingedeeld in vier groepen waarbinnen zij elkaar vaker ontmoeten. Deze groepen zetten voor een deel ook na 1 januari 2004 hun activiteiten voort, maar nu onder de KNR-paraplu .

  • Groep I:  de beschouwende orden die zich in hun gezamenlijke aandacht voornamelijk richten op de diverse facetten van het monastieke leven;
  • Groep II: de oudere orden die – naast hun specifieke werkvelden binnen kerk en samenleving – in het bijzonder gezamenlijk aandacht hebben voor de eigentijdse interpretatie en vormgeving van het religieuze leven;
  • Groep III: de meer recente congregaties, die zich gezamenlijk vooral bezinnen op de inbreng van de religieuzen in pastoraat, catechese en jongerenwerk, en op hun activiteiten in vormings- en bezinningscentra;
  • Groep IV: de missionerende orden en congregaties, die zich samen verdiepen in thematieken met betrekking tot ‘missie in zes continenten’.

Werkgroepen  en commissies

De SNPR drukte belangrijke relaties met organisaties en instituten uit door officiële deelname aan besturen en werkgroepen. Meestal gebeurde dit in samenwerking met de drie andere samenwerkingsverbanden van religieuzen, waarmee zij nu samen is verenigd in de KNR.
De SNPR kende zelf twee werkgroepen / commissies die speciale aandachtsvelden voor hun rekening nemen:

  • De KIWTO-werkgroep. Deze onderzocht en behandelde vraagstukken op het gebied van katholieke instellingen voor wetenschappelijk theologisch onderwijs en andere theologische opleidingen. Deze kwesties worden sinds de fusie per 1 januari 2004 behartigd door het dagelijks bestuur, in samenspraak met betrokkenen vanuit de religieuze instituten.
  • De Commissie Overleg Instituten, inmiddels een werkgroep. Deze commissie bundelt de negen (mede) door priester-religieuzen gestichte Nederlandse onderzoeksinstituten, die zich bezig houden met de bestudering en actualisering van het spiritueel, theologisch en cultureel erfgoed, waaraan de religieuzen in de loop van de eeuwen veel hebben bijgedragen. Na de fusie heeft deze commissie haar werkzaamheden voortgezet onder de vlag van de KNR.

snpr

In dit boek, een uitgave van de Valkhof Pers, staan op de gezamenlijke activiteiten van de ruim veertig instituten van priesterreligieuzen met vestigingen in Nederland centraal.

In 1952 richtten de hogere oversten van deze orden en congregaties het Secretariaat voor de Nederlandse Priester Religieuzen (snpr) op. Vanuit die koepel hebben zij in de jaren nadien een sterk stempel gedrukt op het Nederlandse katholicisme. Daarmee is dit boek ook een geschiedenis van dat katholicisme, maar dan bezien vanuit het soms wat tegendraadse perspectief van de priesterreligieuzen.