Pinksterbrief voor kloostergemeenschappen

Gepubliceerd op: 29-5-2020 om 15:49 door .

'S-HERTOGENBOSCH - Het Bestuur KNR schreef een Pinksterbrief voor alle kloostergemeenschappen om hen te bemoedigen en te inspireren. Voorzitter abt Bernardus Peeters stond in de brief stil bij de gevolgen van het coronavirus en bij de voorzichtige versoepelingen van de maatregelen.

Zusters en broeders,

Wij vieren in deze dagen Pinksteren, het feest van de heilige Geest. Na het verdriet om het lijden en de dood van Jezus bestond er verwarring onder de leerlingen. Hoe gaan we nu verder? Uit vrees voor vervolging zaten de leerlingen verborgen in hun schuilplaats, zo horen we in de lezingen van Pinksterzondag. “Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waarin zij gezeten waren, was er vol van” (Handelingen 2, 2). De heilige Geest bevrijdt de leerlingen van angst en onzekerheid en biedt een nieuw perspectief. Zij worden op weg gezet om het Evangelie te verkondigen, de goede boodschap van Gods onvoorwaardelijke liefde.

Pinksteren klein

 

Ook in deze tijd hunkeren wij naar bevrijding. Drie maanden geleden werd alles op zijn kop gezet door een nieuw virus dat zich vanuit China razendsnel over de wereld verspreidde. We zagen het binnen Europa als eerste in Italië, met beangstigende verhalen over steden die op slot gingen en honderden mensen die ziek werden en vaak in eenzaamheid aan het virus bezweken.

Bijbelse tijden 

Aan het begin van de Veertigdagentijd kwam ons eigen land onder vuur te liggen. Binnen een mum van tijd werden ongekende maatregelen afgekondigd waardoor het openbare leven tot stilstand kwam. Ook kerken werden van het ene op het andere moment gesloten. Het was alsof Bijbelse tijden herleefden en we met vrees en beven moesten afwachten tot de plaag van het Coronavirus zou overwaaien.

Op een vrijdagavond in de Veertigdagentijd gingen onwerkelijke beelden de hele wereld over van paus Franciscus op een verlaten Sint Pieter plein. De paus verwoordde wat bij ons allemaal leefde: “Het duister is neer­ge­daald over onze pleinen, onze straten en onze ste­den; het heeft zich meester gemaakt van ons leven. Het vult alles met een oor­ver­do­ven­de stilte en een trooste­loze leegte, die alles op haar weg verlamt. Je voelt het in de lucht, je ziet het aan de gebaren, je ziet het aan hoe mensen kijken. We zijn bang en verward.” 

Ook kloosters getroffen

De religieuzen zijn niet van nature geneigd om snel aandacht te vragen voor hun eigen sores. Toch heeft het coronavirus ook in onze wereld diepe wonden geslagen. Overal zijn zusters en broeders besmet geraakt, soms met ernstige ziekteverschijnselen of zelfs de dood als gevolg. Meer dan ooit zijn we ons bewust geworden van de kwetsbaarheid van onze gemeenschappen door de verkleining en vergrijzing van de afgelopen jaren maar ook hoe moeilijk het vaak is om ons hoofd economisch gezien boven water te houden. 

Sommige kloosters zijn extra zwaar getroffen en kregen met meerdere sterfgevallen te maken. Daarom heeft deze tijd ons regelmatig in diepe rouw gehuld. Ons Paasgeloof biedt troost en houvast maar maakt het verdriet om onze medezusters en medebroeders die wij door dit vreselijke virus verloren niet minder. Het zijn niet alleen deze sterfgevallen waardoor deze periode als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het Nederlandse kloosterleven zal worden bijgeschreven. Velen van ons hebben noodgedwongen tijden van isolatie gekend. Soms was dat een zegen en een moment van bezinning maar vaak ook een vloek en een tijd van grote eenzaamheid.

Naast de directe gevolgen voor de gezondheid heeft Corona in veel kloosters ook voor organisatorische en financiële problemen gezorgd. Als KNR zullen we in de komende tijd nog meer in kaart gaan brengen waar de grootste vragen liggen en hoe wij die met elkaar kunnen oplossen.

Helpende hand

Wij hebben ons daarbij steeds gerealiseerd dat ook binnen talrijke gezinnen en bij anderen - zoals eenzame ouderen, daklozen en illegalen – veel pijn is geleden. Daarom is het ontroerend om te zien dat religieuzen zich niet achter veilige muren hebben teruggetrokken. Waar mogelijk staken zij een helpende hand uit naar de meest kwetsbaren in onze samenleving, zoals religieuzen altijd in de frontlinie stonden in tijden van crisis. Het beroep om gehoor te geven aan mensen in nood is niet tevergeefs gebleven. Dankbaar zijn we voor al die kleine daden van liefde: een kaartje, een telefoontje, een bloemetje.

 

Zusters en broeders,

Nieuwe Bevrijdingsdag

Vanaf 1 juni mogen de teugels weer wat losser. De overheid heeft een stappenplan aangekondigd waarmee we heel voorzichtig en op de tast ons een weg zoeken in een nieuwe werkelijkheid. Onze vertrouwde wereld zal nooit meer hetzelfde zijn. Politici en deskundigen bereiden ons voor op een ‘anderhalve meter-samenleving’ en ‘het nieuwe normaal’, die misschien nog lange tijd onze dagelijkse gang van zaken zullen bepalen. Het 'nieuwe normaal' is te begrijpen maar roept ook veel vragen op.

Na de afgelopen maanden in quarantaine zouden we het liefst opnieuw Bevrijdingsdag vieren. We zien de beelden van 75 jaar geleden. Vlaggen uit en mensen die dansen op straat. Hoe graag zouden wij ook nu uit volle borst willen zingen: “Zend Gij uw geest, dan komt er weer leven! Dan maakt Gij uw schepping weer nieuw!” (Psalm 104). Dat uitbundige feest van de overwinning zal in deze tijd een meer ingetogen karakter kennen. Ook nu de kerken zich weer klaarmaken om samen ons geloof te vieren, gaan de deuren niet verder open dan een voorzichtige kier.

Protocol kerkdiensten

Met de Bisschoppenconferentie heeft de KNR de afgelopen weken gewerkt aan een protocol om vanaf 1 juni weer liturgische vieringen mogelijk te maken die veilig en publiekelijk toegankelijk zijn. Richtlijnen van de overheid en de adviezen van het RIVM zijn daarbij steeds het vertrekpunt geweest.

 

Natuurlijk hebben wij er rekening mee gehouden dat veel kerkgangers van een oudere leeftijd zijn, zeker ook binnen onze kloostergemeenschappen, waardoor extra voorzichtigheid geboden is. De situatie voor religieuze gemeenschappen is zo divers, dat maatwerk vereist is. Daarnaast hebben we gekeken naar kerkelijke protocollen in andere Europese landen. In sommige landen wordt nog geen enkel risico genomen en blijven de kerkdeuren gewoon gesloten. Daar valt zeker iets voor te zeggen. Toch vonden wij dat te rigide, ook met het oog op de versoepelingen in andere maatschappelijke sectoren.

De gouden regel die aan alle protocollen voorafgaat, is: neem geen enkel risico. Kijk vooral naar wat mogelijk en wenselijk is binnen uw eigen gemeenschap. Een veilig klimaat om op een verantwoorde manier als geloofsgemeenschap samen te komen, begint bij onszelf. Bij twijfel, als individu en als gemeenschap, kan men alleen maar de enige juiste beslissing nemen: afzien van openstelling en van deelname aan een viering.

Vanaf 1 juni geldt een maximum voor het aantal deelnemers aan liturgische vieringen van dertig personen, inclusief voorgangers en anderen die een actieve rol tijdens de viering vervullen. Vanaf 1 juli gaat dit omhoog naar een maximum van honderd deelnemers. Mede om die reden is het noodzakelijk dat bezoekers zich vooraf aanmelden.

In liturgische vieringen van kloosters kan dat betekenen dat de ruimte voor mensen van buiten de gemeenschap om deel te nemen aan een viering beperkt is. Om te voorkomen dat gelovigen die zich niet hebben aangemeld de toegang geweigerd moet worden, doen wij een dringend beroep op iedereen om zich echt tijdig aan te melden. Dat voortkomt teleurstellingen en pijnlijke gesprekken bij de deur. Tijdens de viering gelden spelregels die in lijn zijn met de algemene bepalingen voor bijeenkomsten in besloten ruimtes. Het belangrijkste is steeds om voldoende afstand te houden en ieder fysiek contact te vermijden. Ook zullen er volop mogelijkheden zijn om handen te reinigen. Het staat mensen altijd vrij om aanvullende maatregelen te nemen.

Eucharistie en communie

In de eucharistieviering vraagt de communie natuurlijk extra aandacht, omdat dit het meest ‘kwetsbare’ onderdeel van onze viering is. Ook de kloostergemeenschappen hebben hiervoor aanvullende instructies ontvangen. Wij realiseren ons heel goed dat deze richtlijnen onwennig en soms zelfs wat gekunsteld kunnen overkomen. Ook zal het tijd vergen om aan deze nieuwe situatie te wennen.

Daarom is besloten om pas vanaf 14 juni - op Sacramentszondag - de mogelijkheid te bieden aan alle gelovigen om de communie te ontvangen. Dat geeft ons allemaal de tijd om ons op deze ‘noodliturgie’ voor te bereiden, zodat we de communiegang vanaf 14 juni op een waardige, passende én veilige manier vorm kunnen geven.

Net als andere maatschappelijke sectoren begeven de kerken zich vanaf 1 juni op een onbekend terrein waarin méér mogelijk is dan de afgelopen maanden maar waarin we niet terugkeren naar de oude situatie. Wat we weten uit andere landen is dat een minder strikte naleving van de richtlijnen enorme risico’s met zich meebrengt op nieuwe besmettingen. Incidenten bij kerkdiensten die leiden tot een nieuwe uitbraak, kunnen grote gevolgen hebben voor de speelruimte die wij nu krijgen. Daarom doen we een dringend beroep op iedereen om de richtlijnen strikt op te volgen. Als katholieken hebben wij een collectieve verantwoordelijkheid om nieuwe besmettingen binnen én buiten onze gemeenschap te voorkomen.

Vrijheid mogelijk maken

Zusters en broeders,

Christenen hebben altijd beseft dat het Pinksterfeest samenvalt met de Joodse viering van het ontvangen van de Wet en de Geboden op de berg Sinaï, het feest van Sjavoeot. In de Joodse traditie wordt de Wet niet gezien als iets dat onze vrijheid bekneld maar juist onze vrijheid mogelijk maakt, wat ook doorklinkt bij de geloften die wij als religieuzen afleggen.

Bij een preek voor Pinksteren wijst Augustinus in deze context op Romeinen 13: “Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: Bemin uw naaste als uzelf. De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet” (Romeinen 13, 8-10). Het is in deze woorden dat het bekende adagium van Augustinus doorklinkt: “Heb lief en doe wat je wilt”.

Teken van liefde

De christelijke vrijheid waartoe de heilige Geest ons aanspoort, zet niet aan tot grenzeloosheid maar krijgt richting in de liefde voor God en onze medemens. Ook de spelregels waarmee wij de komende tijd onze liturgische vieringen vormgeven, staan in het teken van deze liefde. Wanneer wij deze richtlijnen niet ervaren als een beknotting maar als een veilige ruimte waarin wij Gods liefde in alle vrijheid mogen vieren, dan zal het ook vandaag en morgen voor ons Pinksteren zijn.

Mogen wij zo, in het vertrouwen op Gods liefde, de komende tijd de woorden van het ‘Veni, sancte Spiritus’ bidden:

Hierheen, Adem,
steek mij aan
stuur mij uit jouw verste verten golven licht.

Welkom armeluisvader,
welkom opperschenker,
welkom hartenjager.

Beste tranendroger,
liefste zielsbewoner,
mijn vriend, mijn schaduw.

Even rusten voor tobbers en zwoegers,
voor krampachtigen een verademing,
ben je.

(vertaling H. Oosterhuis)

Met u allen in Gods geest verbonden,

Dom Bernardus Peeters OCSO,
voorzitter KNR

zr. Monica Raassen CRSS,
vice voorzitter KNR