Herinneringswandeling Klap van Wittem

Gepubliceerd op: 19-7-2019 om 17:16 door . Bron: klooster Wittem

WITTEM - A.s. zondag 21 juli is het precies 75 jaar geleden dat bij Wittem tien verzetsmensen door verraad werden opgepakt en naar een concentratiekamp werden gebracht. Zeven van hem, waaronder pater Bernard Baars van Klooster Wittem, zouden het niet overleven.

Klooster WittemTer herinnering aan dit gebeuren is er op 21 juli a.s.  een herinneringswandeling naar de plek waar deze ‘klap’ plaatsvond en naar nog enkele andere oorlogsmonumenten rondom Wittem.

Wandeling

De wandeling begint om 13.30 uur bij de receptie van Klooster Wittem, waar men zich voor € 2,50 kan inschrijven. De wandeling is 8 kilometer lang en eindigt rond 16.00 uur in de grafkelder van het klooster. Daar ligt pater Baars niet begraven, omdat hij op 27 april 1945 overleed in Bergen-Belsen en daar in een massagraf werd begraven. Maar in de Wittemse grafkelder van de redemptoristen is wel een gedenksteen die aan hem herinnert.

Het verhaal

Dit is een bewerking van een eerder artikel hierover. Luc Wolters (Simpelveld baseert zich op een brief van student Huub Hamers die hij op 26/27 juli aan het thuisfront schreef vanuit de gevangenis. Hij maakte de ‘Klap van Wittem’ persoonlijk mee. Zo vernemen we uit eerste hand wat er voorviel. Als gevolg van verraad werden tien lokale verzetsstrijders opgepakt. Huub Hamers zou het niet overleven.

Duitser wil onderduiken

In het redemptoristenklooster te Wittem was een lazaret, dat daar in april 1944 gestart was na het zware bombardement op Aken. In dit lazaret werd een Duitse onderofficier verpleegd. Deze persoon, Lambertz genaamd en afkomstig uit Aken, had te kennen gegeven onder te willen duiken. De trouw biechtende Duitser werd in contact gebracht met de redemptorist pater Bernard Baars. Die wilde weten wat voor vlees hij in kuip had. Er werden inlichtingen over hem ingewonnen, waaruit Lambertz bleek ‘een goed katholiek uit Aken te zijn die altijd tegen het regiem geweest was en die zich veel aan de hem opgedragen krijgsverrichtingen onttrok door zich ziek te melden’, zo meldt Hamers in zijn brief aan zijn ouders. Pater Baars informeerde bij de Landelijke dienst voor Onderduikers (L.O.), die slechts bereid was mee te werken indien de Duitser zijn uniform, papieren en revolver als garantie inleverde. Er werden afspraken gemaakt voor vrijdag 21 juli 1944.

Een val

Die morgen stonden Huub Hamers en Sjeng Bisschoff met diens kleine vrachtauto van de Simpelveldse meelhandel gereed op de weg van Wahlwiller naar Mechelen. Misschien werd de rode vrachtauto van Hamers te opvallend geacht, reden waarom die Bisschoff gecharterd werd. Om half negen zouden zij daar de door pater Baars benaderde Paul Horbach en de deserterende Duitser treffen om deze naar Vaals te brengen, waar Lambertz kon onderduiken. Het duurde even voordat dit tweetal uit een landweg van Partij naar Mechelen naderde. De twee riepen al van verre. Hamers ging korter bij. De Duitser – in burgerkledij – vroeg van afstand de wagen te keren en achteruit de veldweg in te stoten, zodat ze er zo snel mogelijk in konden springen. Zodra de wagen in de veldweg stopte, sprongen ongeveer tien met mitrailleurs gewapende Duitsers uit het korenveld. Ze overmeesterden Hamers en Bisschoff, die gefouilleerd werden. Sjengs bril werd kapotgeslagen. Huub werd ondervraagd, gaf geen kik, begon te bidden, kreeg een mitrailleur op de borst gezet en dacht dat het zijn einde was.

Op weg naar Vaals

Een van de Duitsers die het tweetal overmeesterden, was de officier H.W. Conrad van de Sicherheitspolizei Maastricht. Hij bemoeide zich ermee en wilde weten op welk adres en bij wie de onderduikende Duitser in Vaals afgeleverd zou moeten worden. Lambertz was namelijk al verteld dat hij in Vaals op kamers zou komen te zitten. Hamers antwoordde dat hij geen adres kende en evenmin een persoon, alleen dat hij om kwart voor negen ene ‘Huub’ in Vaals aan de kerk zou treffen. Daarop besloten de Duitsers spoorslags naar Vaals te gaan. In Wahlwiller stond een bestelwagen van Stegehuis uit Maastricht voor het vervoer van de Duitse officieren en Paul Horbach. Sjeng Bisschoff moest zonder bril zijn eigen auto rijden, Hamers zat naast hem en daarnaast de verrader, de Duitser Lambertz die wilde overlopen, die zijn pistool op het tweetal gericht hield. Achterop de truck lag nog een gewapende Duitser in overall. Aan vlucht viel niet te denken.

Vertraging en luchtalarm

Dik drie kwartier na de afgesproken tijd arriveerde de groep in Vaals. Op de afgesproken plaats was niemand te zien. Hamers greep de vertraging aan om aannemelijk te maken dat de contactpersoon niet meer ter plekke was. Toch moest hij nog enkele malen met de verrader door de Kerkstraat op en neer lopen. Vervolgens ging ook nog het luchtalarm af, waardoor de kans om contactpersoon Huub te treffen uitgesloten was, zo merkte Hamers opgelucht op. En dat was maar goed ook, anders was het aantal arrestaties nog hoger geweest. Zijn verbazing was groot toen hij weer bij de wagen kwam en daarin pater Justinus zag zitten, een Nederlands sprekende Duitse pater van de congregatie van de Heilige Harten te Simpelveld, die door de Duitsers was aangezien voor de contactpersoon. Op Hamers’ aandringen werd deze weer in vrijheid gesteld.

Pater Baars geeft retraite

De Duitsers gaven echter niet op en wilden weten wat Hamers met de overloper gedaan zou hebben als hij in Vaals niemand getroffen zou hebben, maar hij zei dat niet te weten. Inmiddels was hen ter ore gekomen dat pater Baars, de eerste contactpersoon binnen het klooster voor de verrader, ergens retraite gaf. Op de vraag waar dit plaatsvond, meende Paul dat het in Kaalheide was. Daarop werd daarheen koers gezet. Echter de Duitsers troffen in de Beitel een andere redemptorist op weg naar Heerlen. Die werd aangehouden en liet nietsvermoedend weten dat pater Baars niet in Kaalheide maar in Haanrade zou zijn. Hij gaf daar retraite aan de jeugd. Haanrade werd daarom de nieuwe bestemming. Huub Hamers moest er informeren naar de pater, om hem onder voorwendsel te vragen wat hij met de overloper moest doen nu de afspraak in Vaals mislukt was. Hamers worstelde in de vrachtwagen met een groot dilemma. Als hij niet zelf de pater zou gaan vragen, dan zouden de Duitsers het doen en viel Baars gelijk in hun handen. Het beste alternatief was dus toch maar in Haanrade naar Baars te informeren en te pogen hem op een of andere wijze te waarschuwen.

Aangekomen in Haanrade, belde Huub Hamers aan bij de rector. De verrader volgde hem op de voet. Hamers informeerde naar ‘pater Jacques’, de voornaam van Baars, waaronder deze daar niet bekend was. Hij wist zowel de dienstbode als de rector met knipogen en met fluisterende waarschuwingen erop te wijzen dat er verraad in het spel was en dat de pater zich uit de voeten moest maken. Hij was ervan overtuigd dat die boodschap was overgekomen. De rector vroeg het tweetal even te wachten, zodat hij pater Baars boven kon halen. De gewaarschuwde pater Baars verscheen toch zelf. Zodra Hamers hem ‘verraad’ toefluisterde, wierpen beiden zich op de verrader Lambertz en werden hem meester. Deze wist echter met luid geroep de andere Duitsers te alarmeren, die met automatische wapens binnenstormden. Ze brulden de pater toe: “Jetzt ist dein Spiel ausgespielt”. Ze rekenden Hamers en Baars in om hen met de andere gearresteerden naar het gebouw van de Sicherheitsdienst in Maastricht te brengen.

Het verhoor

Aangekomen bij het gebouw van de SD in Maastricht, werden de gevangen verzetsstrijders één voor één verhoord. Eerst pater Baars, gevolgd door Paul Horbach, Huub Hamers en Sjeng Bisschoff. De pater wist na zijn verhoor Hamers nog te waarschuwen dat de Duitsers goed op de hoogte waren: “Ze weten alles, namen plus adres, verder niets, ook die van jou”. Hamers werd verhoord door Richard Nitsch en Hans Conrad, die hem gelijk vroegen: “Ken je Coenen, waar is hij?” Hamers zei niet te weten waar Sjeng Coenen was en dat hij waarschijnlijk was ondergedoken. Nitsch en Conrad noemden alle namen en adressen van de verzetsgroep op. Hamers werd ervan beschuldigd onderduikers te hebben vervoerd (niet verzorgd en geplaatst) en berichten te hebben doorgegeven aan Coenen. Ze hadden munitie bij hem thuis gevonden en werd beticht van deelname aan gewapende overvalacties. Hij ontkende evenwel deelgenomen te hebben aan overvallen van het verzet, zoals te Heerlen, Mechelen en Valkenburg en evenmin de ondergrondse pers te hebben gesteund. Na het verhoor van het viertal werd het overgebracht naar het Huis van Bewaring in Maastricht, elk in een aparte cel. Kapelaan Penders van Gulpen en Sjeng van Houtem uit Wijlre waren hier al opgesloten.

De trieste balans

Van de elf personen die op 21 juli gearresteerd werden, zijn er zeven in een concentratiekamp gestorven.  Onder hen pater Bernard Baars in Bergen-Belsen. Dat kamp werd op 15 april 1945 door de Engelsen bevrijd. Maar, zo bericht een getuige over pater Baars: "Hij heeft zich na de bevrijding te zeer ingespannen om allerlei dingen voor de Nederlandse zieke gevangenen bijeen te  sjouwen". Twaalf dagen later, op 27 april , is hij na een hevige maagbloeding gestorven, 31 jaar oud. Daar is hij in een massagraf begraven. In de Wittemse grafkelder resteert een herdenkingsplaquette.