Pers behandelt kerk vooringenomen

Gepubliceerd op: 5-10-2018 om 14:38 door Patrick Chatelion Counet. Bron: Nederlands Dagblad

'S-HERTOGENBOSCH - "Media bieden nauwelijks kans aan de Rooms-Katholieke Kerk om serieus te reageren op gevallen van misbruik. Er is een onwelwillende houding. Nuances ontbreken en tegengeluiden verneem je zelden," dat schrijft secretaris-generaal van de KNR Patrick Chatelion Counet vandaag in het Nederlands Dagblad

‘Bisschoppen lijden aan mediavrees’, constateert het Friesch Dagblad 17 september 2018. De krant spreekt van een fnuikend gebrek aan professionele publicrelations en transparante communicatie. Eenvoudiger gezegd: als het gaat om toelichting hoe de kerk omgaat met de misbruik-onthullingen bakt zij er niets van. Omgekeerd moeten we constateren dat ook veel Nederlandse dagbladen elkaar kritiekloos overschrijven zonder eigen onderzoek of feitenonderzoek. Na acht jaar onthullingen van seksueel misbruik is het tijd dat ook de Nederlandse pers hand in eigen boezem steekt.

Memorabel

Inderdaad zijn de vertegenwoordigers van de kerk vrijwel onzichtbaar in medialand. Afgezien van ongewild memorabele televisieoptredens van bisschoppen als Van Luyn die bij zijn afscheid als bisschop van Rotterdam na een onwelgevallige vraag van het NOS-journaal de camera te lijf ging, kardinaal Eijk die er minutenlang het zwijgen toe deed nadat Twan Huys hem met uitspraken uit zijn verleden had confronteerd en kardinaal Simonis die bij Pauw en Witteman het ‘Wir haben es nicht gewusst’ lanceerde, zijn er weinig momenten waarmee de kerk indruk heeft weten te maken op het Nederlandse volk.

De publieke media bieden daar ook weinig kans toe. De vermeende spreekbuis van katholiek Nederland, Antoine Bodar, mag in diverse programma’s aanschuiven, maar wordt geregeld onderuit geschoffeld door tafelgenoten als Gerard Joling en Jan Mulder wier inbreng ondanks hun gebrek aan deskundigheid niet geremd maar aangemoedigd wordt. Het levert hilarische televisie op, maar er is blijkbaar niet één programmaredactie die entertainment gescheiden wil houden van ernstige analyse. Geen wonder dat het episcopaat zich in dit soort programma’s niet laat zien, maar het podium noodgedwongen gunt aan clowns en charlatans. De televisie ‘vertrumpt’ steeds meer tot een terrein waar iedereen van alles mag roepen.

Het programma Buitenhof liet de onorthodoxe advocaat Jan Boone ongestraft verklaren dat ‘de kerk een criminele organisatie is, griezeliger dan de maffia’. Niemand die hem tegensprak. Witteman genoot ervan en de kerk blijft stil.

Klopt niet

Vanaf de ‘eerste’ onthullingen van seksueel misbruik nam ik als vertegenwoordiger van de religieuzen deel aan het overleg van bisschoppen en hogere oversten over de aanpak van het probleem. De commissie-Deetman kreeg opdracht voor een wetenschappelijk onderzoek. Deze commissie maakte in 2011 een swag – een Engelse uitdrukking voor een zogenoemd wetenschappelijke inschatting en zei dat er ‘tien- tot twintigduizend’ mogelijke slachtoffers van misbruik waren. In de persmap bij de presentatie van het rapport-Deetman zat een verklaring van professor Van der Heijden, hoogleraar statistiek aan de Universiteit Utrecht, dat hij de berekeningen van de commissie om tot dit grove getal te komen ‘niet kon reproduceren’. Een beleefde manier om te zeggen dat het niet klopt. Geen journalist die dit heeft opgepikt. Tot op de dag van vandaag volgt men blind de bevindingen van de commissie-Deetman, terwijl deze commissie bij het verzamelen van verklaringen en verhalen natuurlijk niet alle feiten kon checken, laat staan bewijs voeren.

Hulp en Recht

Al in 1995 riep de kerk Hulp en Recht in het leven die jaarlijks zo’n vijftien klachten van misbruik behandelde. In 2002 liepen de klachten onder invloed van de onthullingen in de Verenigde Staten op tot ongeveer vijftig. Pas in 2010 ontstond rond dit onderwerp een mediahype – de directe aanleiding was een artikel in NRC over vier klachten tegen leden van een congregatie (Salesianen) – en regende het klachten ook bij diverse dagbladen. Het digitale tijdperk opende de mogelijkheid om per ommegaande te klagen. Sinds die tijd wordt de kerk met regelmaat verrast – met name door publicaties van de NRC (veelal slaafs gevolgd door andere bladen) – door soms bizarre aantijgingen. Gedwongen castraties, gedwongen adopties, monddood maken van slachtoffers, doofpotbeleid, dwangarbeid, slavernij, moord. Dit alles gepresenteerd als feiten ten voordele van de slachtoffers.

Aannemelijkheid

De kerk heeft in 2011 de Stichting Beheer en Toezicht in het leven geroepen, met een Klachtencommissie voor kindermisbruik en een Compensatiecommissie die schadevergoedingen tot honderdduizend euro toekende. De Klachtencommissie kreeg de vrije hand om ook zaken die verjaard waren in behandeling te nemen, zelfs tegen overleden aangeklaagden en het criterium ‘bewijs’ werd ingeleverd voor het criterium ‘aannemelijkheid’. Er zijn uiteindelijk zo’n duizend klachten gegrond verklaard. De kerk heeft altijd gezegd dat elk slachtoffer er één teveel is. De bisschoppen en de oversten hebben steeds benadrukt hoezeer zij het misbruik betreuren en nooit geprobeerd zich te verontschuldigen door het misbruik elders te benoemen (‘Je veegt er je eigen straat niet schoon mee’), of te verklaren dat het thans allemaal voorbij is. Dat moet de kerk ook niet doen. Objectieve journalistiek zou moeten laten zien dat het een zwarte bladzijde in haar geschiedenis was.

Prijzenswaardig

In al de acht jaren dat de Klachtencommissie en de Compensatiecommissie van de kerk hebben gefunctioneerd, is er niet eenmaal een artikel verschenen dat het functioneren van deze commissies besprak. Toen de Stichting Beheer en Toezicht haar poorten sloot en de cijfers gepubliceerd werden, was de verzamelde pers er weer wel als de kippen bij om de ernst van het misbruik te benadrukken. Bericht dat de positieve en prijzenswaardige wijze waarop de kerk is omgegaan met de problematiek van misbruik en de behandeling van slachtoffers een voorbeeld is voor de aanpak van seksueel misbruik in de samenleving van vandaag, hoef je van geen medium, televisie of krant, te verwachten.

Ze wisten het

Integendeel, de beschuldigingen gaan maar door. Op 15 september 2018 kopt de NRC op de voorpagina: ‘Ze wisten het wél ’. Volgens de krant had ‘de helft van de bisschoppen een aandeel in het kindermisbruik’. Een schoolvoorbeeld van de onwelwillende houding waarmee de pers de Rooms-Katholieke Kerk benadert. Alle bisschoppen worden met naam en toenaam genoemd. Van vier bisschoppen wordt gezegd dat zij zelf kinderen hebben verkracht of misbruikt. Voor monseigneur Gijsen, bisschop van Roermond van 1972 tot 1993, is een paginagroot portret ingeruimd. De NRC meldt als feit: ‘Gijsen pleegde tussen 1958 en 1961 ontucht met twee jongens.’ Daarmee negeert de krant een latere uitspraak van de Rechtbank Gelderland (18 april 2018) die dit ‘feit’ van tafel veegt. De rechter verklaart dat herziening van het proces tegen Gijsen ‘onrechtmatig’ was, dat het bewijs ‘ontoereikend’ was en dat het authentiek verklaren van de beschuldigingen van de klager ‘onbegrijpelijk’ was.

Dat de krant met geen woord over deze uitspraak rept, dat ook andere kranten geen kritische vragen stellen bij zaken waarin klagers zonder tegenspraak of mogelijkheid van verweer worden geloofd, tekent de houding van de pers in de afgelopen jaren. Het oordeel dat de Rechtbank Gelderland over de Klachtencommissie van Beheer en Toezicht velt, geldt vrijwel een-op-een voor de landelijke pers: ‘vooringenomenheid ten gunste van de klagers en ten nadele van de aangeklaagden’. Aandacht voor de context en de tijd waarin men met de klachten omging, ontbreekt in het merendeel van de publicaties. Uiteraard bestaat er geen vergoelijking voor kindermisbruik. Dat is nu een misdrijf, dat was het toen. Maar men mag in de wijze waarop over dit onderwerp geschreven wordt nuances verwachten. De NRC, die zich als moraalridder opwerpt en de kerk de maat neemt met begrippen als ‘pedopriesters’ en ‘doofpotbisschoppen’, herinnert zich niet hoe zij in de jaren zestig en zeventig het podium gaf aan praktiserende pedofielen. In een interview uit 1973 (12 mei) kon Hedy d’Ancona, de latere minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, ongestoord en probleemloos aan de krant vertellen dat zij seks met haar kinderen had: ‘Ik ben erg erotisch, ik vrij vaak met ze.’

In de jaren vijftig en zestig dacht men dat een misbruikt kind na een nachtje slapen de ‘nare’ – pas nu weten we: traumatische – ervaring achter zich kon laten. Een maatschappelijk misverstand waardoor men verkeerd omging met misbruik. Ook over recidive werd fout gedacht. Bisschoppen en kerkleiders meenden door iemand te berispen en te verplaatsen het misbruik te stoppen. Met de kennis van nu een vergissing. Maar maakt het hen tot misdadigers, criminelen en doofpotdaders?

Goede werk

Nuances ontbreken en tegengeluiden verneem je zelden. Ten onrechte, want het misbruik door enkelen gepleegd, hoe kwalijk, verwerpelijk en schandelijk ook, zou niet mogen opwegen tegen het goede werk van de honderdduizenden broeders, zusters en paters die de Rooms-Katholieke Kerk heeft geteld en telt.