Bestuur KNR reageert op met name genoemde ordes en congregaties in slotmonitor

Gepubliceerd op: 13-7-2016 om 17:22 door eh.

'S-HERTOGENBOSCH - Het Bestuur KNR heeft in een eerdere reactie zijn dank en erkentelijkheid naar de heer Deetman uitgesproken. Ook is in die reactie een toelichting gegeven op de wijze van tot stand komen van mediation- en schikkingsovereenkomsten. Graag reageert het Bestuur thans ook op de wijze waarop de medewerking van ordes en congregaties in de slotmonitor en het dossier over geheimhoudingsbepalingen is weergegeven.

Vrijwel het grootste deel van de slotmonitor (p. 18-41) beslaat het onderzoek naar geheimhoudingsbepalingen in mediation- en schikkingsovereenkomsten. Over de medewerking van ordes en congregaties doet de oud-voorzitter van de Onderzoekscommissie enkele ongelukkige, zelfs ook onjuiste mededelingen.

De slotmonitor (p. 25) onderscheidt tussen ordes en congregaties:
(1) die ‘alle medewerking’ verleenden;
(2) die om privacy-redenen ‘geen namen en compensatiebedragen’ beschikbaar stelden
    ofwel om andere redenen geselecteerde informatie beschikbaar stelden;
(3) die ‘medewerking weigerden’.

Betreffende categorie (2) wordt op verwijtende toon over de Jezuïeten, de Salesianen en de broeders van Maastricht gesproken (p. 25/6 en p. 57; “moeizame en uiteindelijk maar gedeeltelijke medewerking”). Het Bestuur KNR betreurt dat dit het geval is. De Salesianen, de Jezuïeten (en de broeders van Amsterdam) hebben met principiële redenen omkleed en in het belang van slachtoffers, zelfs in sommige gevallen op aanvraag van slachtoffers, slechts de voor het onderzoek benodigde informatie ter beschikking willen stellen. De broeders van Maastricht hebben, nadat ze aanvankelijk meenden te kunnen volstaan met één vaststellingsovereenkomst (omdat ze in hun ogen alle hetzelfde zijn), alle dossiers niet-geanonimiseerd ter beschikking gesteld. Het Bestuur KNR betreurt het dat deze ordes en congregaties in de monitor en nadien nadrukkelijk ook in interviews met de pers zo negatief zijn gepercipieerd. Dit verdienen zij niet, temeer niet omdat de Salesianen reeds in 2010 een voortrekkersrol hebben gespeeld in het opzetten van mediationtrajecten, kort daarop gevolgd door de broeders van Maastricht, en nadien ook door de Jezuïeten voor wie het belang van slachtoffers altijd voorop heeft gestaan. Het Bestuur KNR prijst en dankt hen daarvoor.

Betreffende categorie (3) wordt de lijst van weigeraars in de monitor weergegeven (p. 25). Op p. 57 wordt herhaald dat zij “in het geheel niet meewerkten”. Helaas moet het Bestuur KNR constateren dat deze lijst onjuist is. Zo hebben onder meer de Missionarissen van Mariannhill alsook de Abdij Maria Toevlucht hun dossiers wel degelijk ter beschikking gesteld, zij het geanonimiseerd.

In het bijzonder wordt door de oud-voorzitter van de Onderzoekscommissie de abt van Abdij Maria Toevlucht genoemd als iemand die medewerking weigerde. De toelichting van de abt, in een persoonlijk schrijven aan de KNR, dat hij de naam van het betreffende slachtoffer had geanonimiseerd, omdat hij hem niet onnodig wenste te belasten met de vraag zijn gegevens te mogen doorspelen, is selectief geciteerd. Uit het geheel van de correspondentie blijkt dat hij in geanonimiseerde vorm wel medewerking verleent.

Het Bestuur KNR biedt de abt verontschuldigingen aan voor het feit dat de heer Deetman in de gelegenheid is gesteld uit persoonlijke correspondentie met het bestuur KNR te citeren. Het schrijven van de abt was niet aan de heer Deetman gericht noch voor hem bestemd. Het Bestuur KNR betreurt de fout dat van deze correspondentie niet slechts gewag gemaakt werd aan de heer Deetman, maar dat hem deze in kopie ter beschikking is gesteld, zodat hij eruit kon citeren.