Huis om te Zijn

Gepubliceerd op: 31-5-2016 om 09:21 door Marianne van Waterschoot. Bron: nieuwwij.nl

NIJMEGEN - Wilma en Wim Janssen zijn twee jaar geleden zorgouders geworden van een pilotproject voor de opvang van jongeren.

Het Huis om te Zijn is een gezamenlijk project van de fraters Maristen, zusters Dominicanessen van Neerbosch en de gemeente Nijmegen. Dit project loopt eind dit jaar af en de evaluatie is in volle gang. Een verslaggever van Nieuwwij.nl interviewde de zorgouders.

Wie zijn Wilma en Wim Janssen?
“Hele gewone mensen, hoor!” lacht Wilma. “Wim heeft bij de politie gewerkt, ik in de ouderenzorg. We hebben elkaar leren kennen bij de Evangelische Gemeente Nijmegen – Wijchen. Wim was weduwnaar met drie kinderen, ik gescheiden met twee kinderen. Een paar jaar later zijn we getrouwd. Dat bleek een goede leerschool: twee gezinnen samenvoegen, vergt aandacht, flexibiliteit en vooral veel liefde. Toen onze kinderen het huis uit waren, hadden we tijd en ruimte voor andere zaken.” Wim vult aan: “We merkten dat we in een overgangsfase beland waren, het was tijd om te bezinnen hoe verder te gaan.” 

Huis om te Zijn

Hoe zijn jullie de zorgouders van dit huis geworden? 
“Eind 2013 presenteerde de gemeente Nijmegen in samenwerking met de fraters Maristen en zusters Dominicanessen uit Nijmegen de notitie ‘Aandachtig aanwezig zijn’, een visiedocument na een onderzoek uit 2009/2010, waarin melding werd gemaakt van 70 ‘leurjongeren’ tussen 12 en 17 jaar. Kinderen die buiten de boot van de traditionele zorginstanties vielen. Het pand aan de Dennenstraat werd aangekocht en verbouwd. Wij werden gevraagd na te denken over het zorgouderschap van dit huis. We hebben ons goed laten informeren, veel overlegd met elkaar en ons gezin.”

Wie bepaalt welke jongens hier geplaatst worden?
“We hebben zes kamers, dus kunnen zes jongens opnemen. Jongens die het thuis moeilijk hebben en die niet onder Jeugdzorg vallen. De ouders, het schoolmaatschappelijk werk, het Sociaal Wijk Team of de huisarts kunnen direct contact met ons opnemen, wanneer er sprake is van een thuissituatie, die dreigt te escaleren. Als er plaats is, gaan we in gesprek met de betrokkenen. We beoordelen de problematiek – want de meeste jongens hebben geestelijke of emotionele problemen – maken afspraken. Als een jongen bij ons in huis komt, is dat in principe voor negen maanden. Een periode waarin hij tot rust kan komen, aandacht krijgt en waarin we zoeken naar een mogelijkheid, om zijn situatie om te buigen naar een positieve houding en toekomstperspectief. Onze jongens hebben diverse achtergronden, dat maakt het leerzaam, maar soms ook lastig. Maar met persoonlijke aandacht kom je een heel eind. We hebben het ook druk met promoten, en netwerken. Het zou zo mooi zijn, wanneer dit preventieve project onderdeel wordt van de gemeentelijke Jeugdzorg.”

Wat is jullie drijfveer?
“We zijn religieus gemotiveerd en voelen dit als een opdracht, vanuit de gedachte dat elk mens van waarde is. Elk mens is een kostbaar geschenk van God. Vanuit het besef dat mensen in moeilijke situaties terecht kunnen komen en een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Vooral jongeren. Huis om te Zijn is een soort herberg. Een halte waar jonge mensen zich kunnen bezinnen op het vervolg van hun levensweg. We bieden de jongens aandacht en veiligheid in een warme omgeving. Ze mogen er zijn. Wat ik vooral ook hoop is dat dit werk niet in bureaucratische protocollen ingesnoerd gaat worden in de toekomst. De ruimte die we nu hebben, is deel van het succes van het project. We leggen enkel dossiers van de jongens aan, voor de rest is er veel creatieve invulling, dus veel vrijheid van handelen. Ik hoop dat de benodigde financiën voorhanden zullen blijven, zodat het Huis kan blijven bestaan.”

De site van het project

Het volledige interview