Kleine zusters op IJburg

Gepubliceerd op: 26-5-2016 om 14:36 door WvdV.

AMSTERDAM - Enkele jaren geleden waagden ze een sprong in het diepe door zich op IJburg te vestigen, het kunstmatige eiland met 20.000 mensen bewoners in Amsterdam-Oost.

De zusters Madeleine, Andrée Julienne en Mauricia vormen samen de communiteit van de Kleine Zusters van Jezus, die hier in 2012 een nieuwe start heeft gemaakt. De zusters vieren dit jaar het honderdste sterfjaar van hun grote inspirator Charles de Foucauld (1858-1916). 

Weg uit Den Haag

Toen duidelijk werd dat de Nederlandse gemeenschap, met twee Kleine Zusters in de Amsterdamse Jordaan en twee in Den Haag, te kwetsbaar geworden was, is gekozen voor één communiteit in Amsterdam-IJburg. In Den Haag waren de Kleine Zusters van Jezus gedurende 56 jaar present. Het afscheid vier jaar geleden was emotioneel, want de zusters leefden er met de mensen. Madeleine deed jarenlang vrijwilligerswerk in het Jacobshospice aan de Koningin Emmakade. Ze vond het moeilijk om na 34 jaar weg te gaan uit Den Haag. Twee buurvrouwen van destijds hebben nu de ziekte van Alzheimer en ze zou niets liever willen dan hen nabij zijn, maar vanuit Amsterdam is dat moeilijk, gezien haar leeftijd van 83 jaar. Natuurlijk waren er vorig jaar toen ze in ‘De Binnenwaai’(kerk op IJburg) haar 60-jarig professiefeest vierde veel Haagse vrienden gekomen: ‘Het is een uitdaging iets nieuws te beginnen, maar het doet pijn iedereen achter te laten. Ik ben dankbaar voor de vriendschap, het wederzijds gedeelde lief en leed en voor de rijkdom aan contacten met mensen van verschillende achtergronden.’ Madeleine kwam op IJburg samen met twee zusters, Andrée Julienne en Mauricia, die al heel lang in Amsterdam woonden. 

Weg uit de Jordaan

Andrée Julienne (78 jaar) is in 1962 in de Jordaan terecht gekomen, eerst op de woonboot, later in de Rozenstraat. Ze houdt van de Amsterdamse mentaliteit: ‘Hier flap je alles er uit. Ik trok veel op met hippies in het Vondelpark. Velen zijn vroegtijdig overleden. Het was een zware, maar ook boeiende tijd.  Ik heb in een plasticfabriek en in een klerenfabriek gewerkt en ik heb jarenlang aardappels gepiet bij de marine.’ Toen ze daarna wegens arbeidsongeschiktheid in de WAO belandde, ging ze als vrijwilliger aan de slag in het drugspastoraat. Mauricia (65 jaar), kwam pas ruim twintig jaar later dan Andrée Julienne naar Amsterdam, maar ze woont er inmiddels ook al 34 jaar en samen hebben ze intensief contact met druggebruikers onderhouden.  ‘We hebben geen project of zo’, zegt zuster Andrée nuchter. ‘We gaan ook geen mensen bekeren. Voor ons is vriendschap heel belangrijk: elkaar nabij zijn, in respect, zonder de ander te willen veranderen.’ De zusters vinden zichzelf niet zo analytisch: ‘We hoeven geen resultaten te boeken. Het gaat er om dat mensen zich gezien weten. Daarom ga ik af en toe met twee oud druggebruikers samen iets drinken. Laatst raakten we in gesprek met vijf Marokkaanse jongens. Sindsdien is het steeds: “Dag mevrouw, hoe gaat het met u?” Kostelijk is dat.’

Kleine zusters op IJburg

Rechtsonder van links naar rechts de zusters Madeleine, Mauricia en Andrée Julienne

Aanwezig zijn

Vanuit hun woning op de vierde verdieping kijken ze, tussen andere gebouwen door, naar het IJmeer. Een betoverend mooi uitzicht. Maar de gedachte om op IJburg te gaan wonen was aanvankelijk zeker niet aantrekkelijk. Het was wennen, vanuit de oude wijken naar een nieuwbouwwijk te verhuizen. Toen een bevriende priester hen suggereerde naar IJburg te gaan dachten de zusters: ‘Wat moeten we daar op dat eiland?’ Toch gingen ze op pad om zich te     oriënteren. Rob Visser (pionierend dominee op IJburg) zei meteen: ‘Wanneer komen jullie?’ en diens vrouw Herma vond op internet deze woning voor hen. De huur was heel hoog. Gelukkig was er de onderlinge solidariteitsbijdrage van religieuzen (KOS), tijdelijk ter overbrugging. Dankzij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van Mauricia is die bijdrage thans niet meer nodig.
Mauricia: ‘Ik ben nu blij dat we deze stap hebben gezet. Het voelt nu goed om hier te zijn. Op een plek waar God afwezig lijkt, aanwezig zijn.  Voor mij is het nieuw leven. We zoeken samen hoe we hier aanwezig mogen zijn. Mijn vooroordelen waren legio: alles is nieuw, het is een yuppenbuurt met carrièregerichte mensen, die weinig behoefte hebben aan contact en heel individualistisch zijn. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat veel  mensen juist open zijn naar elkaar. Er zijn tal van initiatieven, plekken waar je voor weinig geld kunt eten, het HVO-Querido-huis, een zorgcentrum voor langdurig psychiatrische patiënten.
 
Een bovenbuurvrouw had ons naambordje gezien op de brievenbus gezien: Kleine zusters. Ze negeerde ons, totdat we elkaar troffen bij de crematie van een buurman. We hebben samen gehuild en daarna heeft ze  ons uitgenodigd om samen te eten met de weduwe van de overleden buurman. Sindsdien is de band heel hecht. Qua samenstelling is de bevolking zeer divers. Niet alleen mensen met veel geld in villa’s, maar ook sociale woningbouw, psychiatrische patiënten, mensen met een lichamelijke beperking. Ook qua nationaliteiten is IJburg heel gemengd. Onze buren uit Pakistan zijn moslims; met Pasen brachten ze ons een grote doos met chocola en wensten ons Vrolijk Pasen. Dat was erg ontroerend!
Het is heel makkelijk om contacten te leggen. Na de aanslagen in Parijs kwamen we allemaal samen: de dominee, de katholieke zusters, allerlei bewoners, jong en oud, ook moslims. Het was goed om te kunnen delen wat het met ons gedaan heeft. In een kleine bibliotheek is ook een bijeenkomst over asielzoekers georganiseerd. Een vrouw met kinderen vertelde daar over de plek in haar huis voor een Syriër, die in de weekenden vanuit Heumensoord bij haar kwam. Er zijn veel kleine en grote gebaren van menselijkheid. Toen een vluchtelingengezin met kinderen een mooie woning kreeg toegewezen, was deze binnen enkele weken helemaal ingericht. We ontdekken sporen van God waar je het niet verwacht. Er zijn veel tekenen van hoop. Het is hier een soort woestijn, waar zomaar kleine bloemetjes oppoppen.’

Charles de Foucauld

Mauricia gaat wekelijks sporten met vrouwen, nagenoeg allemaal moslima’s: ‘Dat leidt niet tot theologische discussies, maar we gaan af en toe samen picknicken en dat is fijn.’ Na vier jaar stopte voor Andrée Julienne de vergoeding van de zorgverzekeraar voor fysiotherapie: ‘De therapeut stelde toen voor om door te gaan met gesloten beurzen: fysio in ruil voor franse les. Het boeide hem om over het geloof te spreken, dat had hij nooit eerder gedaan. En tijdens een bezoek aan de psychiatrische kliniek raakten we in gesprek met een autistische man, die we uitnodigden bij ons thuis. Enkele maanden nadien belde hij om te vragen of de uitnodiging nog geldig was. Toen bleek dat hij in de tussentijd alles gelezen had over Charles de Foucauld wat hij maar had kunnen vinden. 
Op bescheiden wijze zullen de zusters komend najaar stilstaan bij het honderdste sterfjaar van Charles de Foucauld. In de binnenstad zal een lezing gehouden worden over diens inspiratie in het licht van de barmhartigheid. En op 26 november vindt er een bijeenkomst plaats in De Binnenwaai. Daarbij zullen mensen getuigen van hun geraaktheid door Charles de Foucauld en de vertaling daarvan in hun hedendaagse leven. Mensen beschouwen Amsterdam vaak als een goddeloze stad. Maar als je je er voor open stelt kun je God in de mensen ontmoeten en dat uitgerekend op een plek waar God afwezig lijkt. Voor de zusters is duidelijk waar het om draait: ‘Gewoon er zijn, meer niet.’

De site van de zusters | De site van De Binnenwaai

Charles de Foucauld en zijn geestelijke familie

De congregatie van de Kleine Zusters van Jezus is gesticht door Magdeleine Hutin (1898-1989), die was geraakt door de levenswijze van Charles de Foucauld (1858-1916). Beiden waren geboeid door Jezus van Nazareth en wilden het evangelie verkondigen, meer door heel hun leven dan door veel woorden. Ze geloofden dat God te vinden is juist daar waar je het niet zou verwachten. Charles de Foucauld werd in Frankrijk geboren in een welgestelde, katholieke familie. Een langer verblijf in Noord-Afrika waar hij als Frans militair gestationeerd was, bracht hem in nauw contact met de islam. Hij werd diep geraakt door de vroomheid en gastvrijheid van de moslims, hetgeen hem weer ontvankelijk maakte voor religiositeit. Hij werd monnik en keerde in 1901 terug naar Noord-Afrika en vestigde zich uiteindelijk diep in de woestijn van Zuid-Algerije te midden van de Toearegs, een halfnomadisch volk. Zijn droom was om een gemeenschap van broeders te beginnen die onder de armen zouden leven in een geest van dienstbaarheid en solidariteit. In 1916 werd hij echter tijdens een volksopstand vermoord. Zijn droom kwam toch uit  toen in de jaren dertig van de twintigste eeuw jonge priesters en zusters, geïnspireerd door zijn voorbeeld, gemeenschappen vormden van ‘Kleine Broeders van Jezus’ en ‘Kleine Zusters van Jezus’. Vanuit Noord-Afrika verspreidden deze religieuze gemeenschappen zich over de hele wereld.