Zusters franciscanessen van Mariadal

Gepubliceerd op: 12-5-2016 om 08:12 door WvdV. Bron: Jaarboek ‘de Oranjeboom’ 68 (2015)

BREDA - In een boeiend artikel over de zusters van Mariadal uit het klooster in de Nieuwstraat te Breda belicht Hans de Jong achtereenvolgens de oorsprong en de spiritualiteit van de congregatie en het verblijf en de werkzaamheden van de zusters in deze stad.

Het opvoeden en onderwijzen van de jeugd is het belangrijkste werk geweest van de congregatie van Mariadal. De zusters stonden aan de wieg van talloze scholen en internaten. Bij het 100-jarig bestaan in 1932 telde de congregatie 1.220 zusters en circa 180 instellingen voor onderwijs, opvoeding of anderszins. Naar de geest van Franciscus heeft de congregatie altijd een sterke voorkeur gehad voor kansarme kinderen.

Oranjeboom

De congregatie is op 1 september 1832 opgericht te Roosendaal door Maria Raaymakers, Soeur Marie Joseph. In zijn bijdrage gaat Hans de Jong veel verder terug in de geschiedenis en attendeert daarbij op de vroegere naam van de congregatie: penitenten recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Deze aanduiding verwijst naar een diepgaande hervormingsbeweging binnen de franciscaanse beweging, waarin groeperingen terug wilden keren naar der radicaliteit van de oorsprong. In de spiritualiteit van de penitenten recollectinen, zoals vertolkt door Maria Joanna van Jesus en haar Réforme de Limbourg,  staan vier deugden centraal: de zuiverheid van hart, de armoede van geest, de liefde en de lichamelijke versterving. De opheffing in 1796 van de kloosters in de Zuidelijke Nederlanden en de inbeslagname van alle bezittingen noopte de penitenten recollectinen tot het zoeken naar een veilig onderkomen elders. Dat vond men aan het begin van de negentiende eeuw in Dongen. De Jong beschrijft de context waarin de zusters aldaar zich wijdden aan het onderwijs aan meisjes en de wijze waarop ‘Dongen’ de grondslag vormde voor de stichtingen in Etten, Roosendaal en Oudenbosch. Soeur Marie Joseph was vanuit Dongen in 1820 samen met enkele medezusters een nieuwe stichting begonnen in Etten en weer 12 jaar later startte zij vanuit Etten de congregatie van Roosendaal. Het streven om de nieuwe stichtingen bijeen te houden is niet gelukt. Er ontstonden uiteindelijk vier afzonderlijke congregaties: Dongen 1801, Etten 1820, Roosendaal 1832 en Oudenbosch 1838. De zusters hebben zich sterk gemaakt voor het behoud van de contemplatieve oriëntatie en de franciscaanse identiteit, in weerwil van diverse geestelijke leidsheren, voor wie de concrete inzetbaarheid van de zusters voorop stond.

De komst naar Breda

De Roosendaalse congregatie kende kort na de stichting een periode van enorme expansie, van groei en bloei. In de periode 1840-1850 kwamen er elf kloosters en vele scholen. Zo ook in Breda. In deze stichtingen tekent zich een patroon af. In de meeste gevallen nemen geestelijken het initiatief scholen over te nemen dan wel nieuwe scholen te stichten. De zusters gaan positief op deze vraag in en sturen een kleine groep zusters naar de plaats. Daar betrekken zij een woonhuis van waaruit ze hun werkzaamheden verrichten. Daarna groeit hun werk uit en volgt een periode van uitbreiding en verbouwing. Dit patroon is ook te zien in Breda, waar pastoor Oomen verzoekt om enkele zusters voor zijn parochieschool aan de Nieuwen Weg. Vanwege de snelle uitbreiding van de werkzaamheden vestigen de zusters zich van daaruit in 1850 in een historisch pand aan de Nieuwstraat. Deze locatie, ‘Liefdegesticht’ genaamd, was de bakermat van waaruit in het laatste kwart van de negentiende eeuw het grootste scholencomplex van de congregatie ontstond, compleet met ondergrondse tunnel om te voorkomen dat de zusters te vaak over straat gingen. Rond 1900 kregen hier 1788 leerlingen van de kweekschool, de ULO, de lagere scholen en de kleuterscholen les van de zusters. Hans de Jong beschrijft  ook de parochiële activiteiten die de zusters ontplooiden, het patronaatswerk ten behoeve van fabrieksmeisjes, dat resulteerde in huishoudscholen, de impact van de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse ontwikkelingen, die er uiteindelijk toe hebben geleid dat de zusters vijfentwintig jaar geleden het klooster in de Nieuwstraat hebben gesloten. Wat er sedert het vertrek van de zusters met hun panden is gebeurd? Ook dat is te lezen in het Jaarboek.

Hans de Jong is bibliothecaris  van het bisdom van Breda en van de Priester- en Diakenopleiding Bovendonk

Bron: Jaarboek ‘de Oranjeboom’ 68 (2015) 
De presentatie van dit Jaarboek vindt plaats op 12 mei 2016