Vergelijkende studie over abortus

Gepubliceerd op: 15-4-2016 om 16:05 door WvdV. Bron: W. Biemans SJ

AMSTERDAM - Onlangs verscheen ‘The heart and the abyss. Preventing Abortion.’, een wetenschappelijke studie over abortus door de Nederlandse Jezuïet Ward Biemans. Met deze studie beoogt hij een aanzet te bieden tot een heroverweging van de abortuspraktijk in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland.

Onderstaand een beknopte weergave van de inhoud van de studie en een reactie van de auteur op enkele vragen, die we hem voorlegden.

Inhoud

Ward Biemans bespreekt in zijn boek het juridische raamwerk voor de legalisering van abortus in het Verenigd Koninkrijk en Nederland. In beide landen is abortus onder bepaalde condities gelegaliseerd tot en met de vierentwintigste week van de zwangerschap. Dit gebeurde door aanname van respectievelijk de Britse Abortion Act in 1967 en de Nederlandse Wet Afbreking Zwangerschap in 1981. In het Verenigd Koninkrijk is het aan meisjes beneden de 16 jaar toegestaan een abortus te laten uitvoeren zonder de toestemming van de ouders. Dat is in Nederland niet het geval. De in Nederland verplichte beraadtermijn van vijf dagen geldt in het Verenigd Koninkrijk niet, evenmin als een wettelijke verplichting om alternatieven voor abortus aan de orde te stellen in het consultatiegesprek. Sinds 2007 wordt in Nederland echoscopisch onderzoek (de 20 weken echo) aangeboden aan alle zwangere vrouwen; in het Verenigd Koninkrijk was dit al langer het geval.

cover The Heart and the Abyss
In de laatste decennia is sprake van een medicalisering in het denken over abortus. In het Verenigd Koninkrijk worden vrijwel alle abortussen uitgevoerd op grond van de veronderstelling dat voortzetting van de zwangerschap risico zou inhouden op aantasting van de mentale gezondheid van de vrouw.
Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw is in het Verenigd Koninkrijk het aantal abortussen meer dan verdubbeld. In Nederland vertoont het aantal abortussen sinds 1990 een vrijwel constante stijging, alleen in de laatste jaren is er sprake van stabilisatie. In beide landen is het percentage abortussen onder etnische groeperingen hoger dan onder de autochtone bevolking. Daarbij zijn er aanwijzingen dat jonge allochtone vrouwen een risicogroep vormen waarbij seksueel misbruik vaker voorkomt dan bij autochtone vrouwen. 
Na de ingreep in een abortuskliniek of ziekenhuis kampt een aanzienlijk gedeelte van de vrouwen met psychologische en psychiatrische problemen, soms vele jaren nadien. Biemans adviseert om bij toekomstig onderzoek te kijken naar mentale gezondheidseffecten van abortus en naar de psychologische consequenties en de moreel-ethische overwegingen in het besluitvormingsproces. 
De centrale en normatieve vraag in het abortusdebat betreft de status van het embryo als menselijk wezen en als persoon. Zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nederland zijn wetenschappelijke experimenten met embryo’s toegestaan tot 14 dagen na de bevruchting. Biemans beargumenteert dat menselijke embryo’s een intrinsieke waardigheid hebben en hij pleit voor een betere en ruimere hulpverlening voor vrouwen die onbedoeld zwanger zijn en indien mogelijk voor hun partners. Alleen in zeer specifieke medische gevallen, waarbij de dood van de foetus wordt geaccepteerd om het leven van de moeder te redden, acht hij een indirecte abortus toelaatbaar. In alle andere gevallen zou abortus provocatus vermeden moeten worden, hetgeen niet alleen een verantwoordelijkheid is van de vrouw, maar ook van de partner, de direct betrokkenen en de maatschappij als geheel, die zou moeten zorg dragen voor alternatieven.

Medicalisering

De verantwoordelijkheid van ouders en van de maatschappij geldt volgens Biemans evenzeer bij een gezond kind als bij een kind dat naar verwachting een bepaalde afwijking zal hebben. De tendens om zwangerschap te medicaliseren blijkt uit het gegeven dat de beslissing omtrent de voortzetting of afbreking van de zwangerschap vaak gereduceerd wordt tot de vraag hoe toekomstig lijden voorkomen kan worden.

Acht je de vraag naar het voorkomen van toekomstig lijden niet legitiem?
‘De vraag naar het voorkomen van toekomstig lijden is zeker begrijpelijk. Mijns inziens kan er veel leed voorkomen worden wanneer in het besluitvormingsproces na onbedoelde zwangerschap  alle opties grondig worden bekeken. Soms blijkt dat met behulp van ondersteuning via mantelzorg of financiële hulp de vrouw haar zwangerschap wel wil uitdragen en voor haar kind wil zorgen. In andere gevallen kan pleegzorg of adoptie een optie zijn. In weer andere gevallen kan de man worden betrokken bij de besluitvorming. Hierdoor kan soms zijn houding ten aanzien van de zwangerschap veranderen, in die zin dat hij verantwoordelijkheid op zich wenst te nemen. Soms kan dat enkel in financiële zin, wanneer er geen sprake is van een duurzame relatie. In andere gevallen kiezen beiden bewust voor elkaar en voor het ouderschap. Wanneer er tijdens de zwangerschap een lichamelijke of geestelijke beperking wordt geconstateerd, dan moeten we ons realiseren, dat het in deze gevallen aanvankelijk meestal ging om een gewenste zwangerschap. Een goede voorlichting over behandelopties, toekomstperspectieven en beschikbare ondersteuning zijn dan nodig.’ 

Wat bedoel je met de titel van je boek?
‘De titel ‘The heart and the abyss’ (Het hart en de doodskloof) symboliseert het spanningsveld dat zich vaak bij abortus voordoet. In het hart van de mens kunnen soms heel tegenstrijdige gevoelens een rol spelen. Veel vrouwen en meiden die onbedoeld zwanger zijn, voelen enerzijds vaak blijdschap, maar dit gaat nogal eens gepaard met grote zorgen. Hoe reageert mijn vriend of echtgenoot op dit bericht? Hoe reageren mijn ouders? Is onze relatie stevig genoeg voor het ouderschap? Helaas komt het regelmatig voor dat een jonge vrouw weinig steun krijgt uit haar omgeving, ook wanneer zij deze steun hard nodig hebben. Toch gaat het bij abortus altijd om een beslissing tussen leven en dood. Dat heb ik in de titel willen uitdrukken.’

Waarom vergelijk je juist het VK met Nederland ?
‘Ik ben Nederlander, maar ik heb eveneens twee jaar in het Verenigd Koninkrijk gewoond, tijdens mijn noviciaat. Daar heb ik veel mensen ontmoet die zich met hart en ziel inzetten voor de naaste in allerlei noodsituaties. Later, bij mijn afstudeerscriptie in de moraaltheologie heb ik me beperkt tot de Nederlandse situatie rondom abortus. Het onderwerp bleef me fascineren en daarom heb ik het uitgebreid tot een tweede casestudie, het Verenigd Koninkrijk. De juridische situatie is daar anders en abortus komt aanzienlijk vaker voor dan in Nederland. Anderzijds is de hulpverlening aan onbedoeld zwangere vrouwen beter ontwikkeld. Dat maakt een vergelijking interessant.’ 

Is het niet vreemd om je uit te spreken over een kwestie, die buiten jouw persoonlijke ervaring ligt?
‘Het boek is geschreven als een wetenschappelijke studie naar een onderwerp dat in de samenleving nog altijd gevoelig ligt. De tegenstelling tussen het kerkelijke denken enerzijds en de werkelijkheid van de abortuspraktijk anderzijds heeft me erg geboeid. Toen ik me ging verdiepen in de wetenschappelijke literatuur, kwam ik er achter dat er vaak een diepere vraag naar adequate  hulpverlening achter het verzoek om abortus ligt. Ik ben ervan overtuigd dat de hulpverlening aan jonge vrouwen en waar mogelijk aan hun partners veel beter zou kunnen dan nu het geval is. Dat heeft mij gemotiveerd om door te gaan met deze studie. Naar mijn idee zouden zowel vrouwen als mannen, religieus of niet-religieus, moeten en kunnen nadenken over de vraag hoe de hulpverlening in dergelijke noodsituaties verbeterd kan worden.’

Wat is volgens jou nodig ter preventie van abortus ?
‘Hulpverleningsorganisaties zoals Siriz (die voortkomt uit de Vereniging Bescherming Ongeboren Kind, de VBOK) in Nederland of Life charity in het V.K. doen heel goed werk, maar tegelijkertijd kunnen zij niet aan de vraag om opvang voldoen. De opvangcapaciteit voor onbedoeld zwangere vrouwen en jonge moeders is te beperkt. Daarnaast zou het wenselijk zijn wanneer de onafhankelijke counseling wordt uitgebreid, zodanig dat de beschikbare alternatieven voor abortus grondig kunnen worden besproken met de vrouw en indien mogelijk met haar partner. Hierbij is het zaak dat de situatie van de vrouw in al haar dimensies besproken kan worden, niet alleen als een medisch probleem, maar met aandacht voor de onderliggende waarden en normen, voor eventuele relatiemoeilijkheden of andere psycho-sociale problematiek. De bestaande praktijk van intakegesprekken in abortusklinieken of ziekenhuizen of de korte gesprekken met de huisarts schieten hierin vaak tekort.’

Ward Biemans SJ
The heart and the abyss. Preventing Abortion.
Connor Court, Ballarat, 2016. 390 p., € 30,-- incl. verzendkosten. 
Bestellen kan via www.ebay.nl of via ward.biemans@jezuieten.org.