Norbertijn Frank van Roermund

Gepubliceerd op: 22-3-2016 om 15:48 door Taede Smedes.

BERNHEZE - Taede Smedes interviewde voor NieuwWij.nl Frank van Roermund o.praem. Onderstaand een gecomprimeerde weergave van het gesprek, dat onder de titel 'Het wonderlijke blijft ongrijpbaar' gepubliceerd is.

Frank van Roermund studeerde in 1987 af in de sterrenkunde en werkte daarna een tijdlang bij de ruimtevaartafdeling van Fokker, voordat hij in 1999 intrad bij de Norbertijnen in de Abdij van Berne. Maar: “De liefde voor de sterrenkunde is altijd gebleven”. Hij geeft de laatste tijd af en toe weer lezingen over geloof en wetenschap. 

Zie je in de verrijzenis van Christus geen conflict met wetenschap?
“Ook in de wetenschap kom je zaken tegen waarvan je in eerste instantie zegt: Ja, maar dat kán helemaal niet. Denk aan de in 1998 aangetoonde versnéllende uitdijing van het heelal. Als iemand vóór die tijd iets dergelijk zouden hebben beweerd, dan zou die persoon voor gek zijn verklaard, want door de zwaartekracht moest de uitdijing van het heelal toch in élk geval worden áfgeremd? Niet dus!

Zo geven de evangelisten, en de velen na hen, getuigenis van zaken die niet met het verstand te vatten zijn, zoals Christus’ verrijzenis. En dan is de vraag: laat je je ‘strikken’ door hun verhalen, of denk je: dat is te gek voor woorden.  Welnu, ík heb mij laten strikken. Ja, ik  geloof in hun getuigenis.
Daar zit – nogmaals – een irrationeel element in, je kunt er wetenschappelijk gezien niets mee. Je kunt de vraag stellen: maar hoe zit dat dan? Maar een antwoord krijg je niet. Geloven is ook proberen woorden te geven aan iets dat je uiteindelijk niet kunt bevatten. Ik voel me erdoor geraakt en voel dat het ons menselijk verstand te boven gaat; het geeft zicht op een werkelijkheid die veel ruimer is dan wij in eerste instantie kunnen begrijpen of overzien.”
Frank van Roermund
Frank van Roermund o.praem.

Met zo’n twintig broeders hier in de abdij van Berne wordt het wel een kleine groep. Hoe zie jij de toekomst van de abdij? En speelt jouw idee van geloof en wetenschap daar een rol in?
“Om te beginnen denk ik dat het van wezenlijk belang is dat we als abdij, als religieuze gemeenschap, authentiek moet staan waar we voor staan. Dus ook eerlijk moet zeggen: wij zijn christenen binnen de katholieke kerk en daar staan we voor. Maar tegelijkertijd hoort bij de vita mixta ook dat je met beide benen in de maatschappij staat, en dat je de vragen die je krijgt, vaak ethische vragen, serieus neemt. Én dat je soms ook gewoon eerlijk moet kunnen zeggen: ik weet het niet. Bescheidenheid laten zien. Ikzelf denk bijvoorbeeld dat op de vraag naar de zin van het lijden geen algemeen geldend antwoord mogelijk is. Levensvragen dus. Maar we moeten ook midden in deze tijd staan en dat betekent: óók wetenschap en technologie serieus nemen. Wetenschap en technologie hebben een enorme invloed op onze samenleving en cultuur, dat brengt allerlei ethische vragen met zich mee, en daar moeten we niet voor weglopen. Dus als je het hebt over de toekomst van de abdij, dan staat bij mij centraal: bevlogenheid voor het geloof, voor de Blijde Boodschap van Jezus Christus zoals vervat in de heilige Schrift. Vanuit dié inspiratie mensen nabij zijn. Dáárvoor durven staan. En voor mijzelf geldt daarnaast ook nog: bevlogenheid voor de natuurwetenschap. Want die bevlogenheid zal ik nooit meer kwijtraken. Omdat ik, om zo te zeggen, van beide walletjes heb geproefd, hoop ik dat ik een rol kan spelen om de dialoog tussen wetenschap en geloof te bevorderen. Ik hoop dat ik zo ook kan laten zien aan mensen dat wij geen wereldvreemde types zijn. Ik zou dus de dialoog tussen geloof en wetenschap niet zozeer als een speerpunt van de abdij willen aanmerken, maar: we halen hier al zo veel schrijvers en denkers naartoe, voor lezingen enzovoorts. Dus wat mij betreft zouden we ook evenementen over geloof en wetenschap kunnen organiseren, waar ik wellicht ook een rol van betekenis bij kan spelen.”

Abt Hendrickx heeft in een interview op Nieuwwij.nl gezegd dat de abdij het voor de toekomst vooral moet hebben van geïnspireerd leiderschap. Hij meent dat de abdij een ‘werkplaats’ moet worden, waarin experimenten met zingeving een plaats moet hebben. Ben jij het als prior met hem eens?
“Ik zou het accent op een andere plek leggen. Het is evident dat we in de toekomst kleiner zullen worden. Er gaan momenteel gewoon meer broeders dood dan dat erbij komen. Toch geloof ik in de toekomst van de abdij. Er zijn tot op de dag van vandaag mensen bereid om zich aan te sluiten. Maar ik denk wel dat essentieel is, dat we echt open oor en open hart hebben voor wat jonge mensen vandaag de dag beweegt. Ik geloof niet in een toekomst voor de Abdij van Berne zonder Norbertijnen. Zij zijn de kerngroep, die zich door professie willen binden aan elkaar. De eerste prioriteit moet dus zijn: mannen interesseren om bij ons in te treden.”

Maar betekent dat ook dat de Norbertijnen zich moeten aanpassen?
“Tsja, iedere abdij heeft zijn eigen sfeer en eigen werkvelden, en dat kan veranderen met de tijd. Dat is natuurlijk prima, zolang maar gewaarborgd is waar we voor staan. Dat we christenen zijn, dat we katholiek zijn, dat we binnen de katholieke kerk staan. Je mag best kritisch in de kerk staan, want ook dat is een teken van engagement. Maar een negatieve, polariserende houding is niet gepast. Dus niet zo maar ‘wat water bij de wijn’. Niet ‘alles moet maar kunnen’. We maken deel uit van een orde, we hebben constituties, en we hebben een duidelijk katholiek-christelijke boodschap. En dát is ook wat mensen kennelijk zoeken, met name jonge mensen. Daar moeten we ons bij aansluiten. Jonge mensen hebben bij voorbeeld weer meer behoefte aan traditionele elementen. Dat is niet uit conservatisme, maar uit respect en liefde voor de prachtige rijkdom uit de katholieke traditie. Bij voorbeeld voor het Gregoriaans.”

Hoe dan? Kun je een voorbeeld noemen?
“Neem de liturgie. In de jaren na het Tweede Vaticaans Concilie, dat in mijn ogen een gewéldig Concilie was, zag je een fundamentele accentverschuiving ontstaan. Vóór het Concilie lag het accent in de liturgie vooral op de verticale, Goddelijke dimensie, terwijl het aspect van menselijke nabijheid, heel concreet ook in de mis, wat ondergeschoven was. Het was vooral een verticale, mystieke aangelegenheid.  De een voelde zich hier bij thuis, de ander miste de menselijke, horizontale dimensie. Na het Concilie kwam – als in een golfbeweging – het accent vooral op de horizontale dimensie te liggen, verstaanbaarheid en menselijke nabijheid kwamen nu centraal te staan. Vandaag de dag is de verticale dimensie weer wat ondergesneeuwd geraakt, waardoor veel mensen de vraag stellen: maar waar gaat het nu eigenlijk nog om in onze kerkgemeenschap? Waar zijn God en Christus gebleven?”

Wat is dan de oplossing?
“Het is de kunst om die twee dimensies bij elkaar te houden. En ik geloof dat dat heel goed kan. Dan sluit je weer aan bij de belevingswereld van jonge mensen. Je moet niet de verticale dimensie tegen de horizontale uitspelen. Het moet niet op een strijd uitlopen. Kijk naar de persoon van Jezus Christus, méér dan een profeet. Hij was niet een beetje, maar voor de volle honderd procent vervuld van Gods Geest: Zoon van God, God die mens geworden is. In Jezus komen die verticale en horizontale dimensies dus in één persoon bij elkaar, het goddelijke en het menselijke. Heeft de abdij dus nog toekomst? Ik zeg: ja, mits we authentiek uitkomen waar we voor staan, in dialoog met andere geloofsrichtingen. De verschillen tussen christenen onderling  zijn vaak veel kleiner dan men denkt, ook theologisch. Als we niet authentiek meer zijn, dan houdt het op. Dus: oog en oor hebben voor wat jonge mensen nú bezielt en niet vast blijven houden aan wat twintig of dertig jaar geleden belangrijk was. De geloofsbeléving van jonge mensen nú die bereid zijn zich met de kerk en met kloosters te engageren is anders dan dertig jaar geleden. Dié geloofsbeleving moeten we serieus nemen.”

Het volledige interview