Toekomst religieus leven

Gepubliceerd op: 18-2-2016 om 09:35 door Eric van Teijlingen. Bron: Christel Kerssens-Van der Pijl

EGMOND | VOGELENZANG - Op 2 februari 2016 eindigde het Jaar van het Godgewijde leven. Het belang van het religieuze leven wereldwijd is in dit kerkelijke themajaar regelmatig voor het voetlicht gebracht.

In SamenKerk, het bisdomblad van bisdom Haarlem-Amsterdam is vorig jaar in meerdere edities aandacht besteed aan dit kerkelijke themajaar. De redactie van dit blad kijkt met Zr. Elvira Maria de Wit en Abt Gerard Mathijsen vooruit naar de toekomst van het religieuze leven in Egmond en Vogelenzang. Deze gemeenschappen tellen op dit moment ieder drie novicen.

Postulanten Vogelenzang

De novicen en postulante van de Karmelietessen in Vogelenzang

 ‘Bij de opening van ons klooster en de inwijding van de kloosterkapel begin april 2014 na een grote renovatie zei een journalist van RTV-NH, die er een item over maakte, dat hij verwachtte dat er binnen een jaar toetredingen zouden zijn. Dat was zes maanden later al het geval, in november van hetzelfde jaar, toen drie jonge vrouwen zich aanmeldden en begonnen met hun proefjaar’, zegt Zr. Elvia Maria. Achteraf bekeken, concludeert de zuster, was de verbouwing essentieel. Het was een teken van de vitaliteit van de gemeenschap, en van vertrouwen in de toekomst, zodat de nieuwe aanwas mogelijk werd. Abt Mathijsen is het hier mee eens. In 2008-2010 werd de Abdij volledig verbouwd en werden er nieuwe ruimtes aangebouwd. Sindsdien kent de Benedictijner abdij weer belangstelling van (jonge) mannen die bij de broeders willen intreden. ‘De verbouwing was bedoeld om de huidige gemeenschap van broeders en paters faciliteiten te bieden bij het ouder worden. Maar het bleek achteraf ook een impuls voor toetredingen. Nu gaan onze gedachten weer naar uitbouwen vanwege de toestroom. Is er straks wel voldoende ruimte in het klooster? Afbouwen is weer opbouwen geworden. En dat is absoluut een ander gevoel.’, aldus de Abt. 

Jeugdige invloed

De komst van jongere broeders en zusters heeft toch wel gevolgen voor de gemeenschap en de oudere generaties. ‘De jeugd is luid, lacht echt en is aanwezig’, zegt Zr. Elvira Maria met haar bekende glimlach. ‘Ze rennen de trap op bijvoorbeeld, wat eigenlijk niet de bedoeling is. Daar moesten de oudere zusters in onze gemeenschap aan wennen. De sfeer in het klooster is ook echt veranderd. We hebben in Vogelenzang nu meer zusters in vorming dan geprofeste zusters.’ Maar Zr. Elvira Maria ziet ook vele positieve kanten, want sinds de komst van de jongere zusters heeft ze gemerkt dat Zr. Teresita (91) als het ware opfleurt. Abt Mathijsen: ‘De nieuwe broeders hebben zeker een positieve invloed op de oudere broeders. Ze geven hen aandacht en zorg. Zo wordt een van onze oudste broeders in zijn rolstoel steeds gehaald en gebracht. Hij is daardoor weer meer bij de gemeenschap betrokken. Ook voor de broeders van tussen de 40 en 50 jaar is er wat veranderd met de komst van de jongere novicen. Zij zijn niet meer de jongsten. Ze slaan zelf nu ook meer hun vleugels uit en krijgen ook de rol van wegwijzers in het monastieke leven.’ Maar Mathijsen noemt nog een ander positief gevolg van de komst van nieuwe broeders: ‘Een tijd geleden hadden we een professiefeest. Een groep broeders heeft toen een concertje georganiseerd. Dat was in jaren niet gebeurd. Novicen doen iets leuks bij een feestje, dat gebeurde anders nooit.’ 

Postulanten Egmond

De novicen, postulant en geïnteresseerden samen met de Abt van de Abdij van Egmond

Beide oversten stellen vast dat door de komst van novicen de focus wat is gewijzigd. Als overste denk je na over de toekomst. Veel kloosters nemen de status van sterfhuis voor lief. Dat is nu anders. Abt Mathijsen: ‘Ik durf nu ook meer aan. Want er kan wat meer.’ Zr. Elvira Maria vult aan: ‘Uiteindelijk is dit alles niet ons werk, wij zijn slechts instrumenten. In essentie is dit het werk van God. Maar opbouwen is zeker leuker dan afbouwen. Ik word soms de bouwzuster genoemd, analoog aan de bouwpastoor van vroeger.’

De jeugd

De jongeren die zich aanmelden, zijn jongeren van deze tijd. Ze hebben een smart phone, zitten op facebook enz. Dat is niet iets wat past bij een novice, van wie verwacht wordt dat hij of zij zich losmaakt van de wereld om zich te richten op het kloosterleven. Toch kun je de novicen niet verbieden om te emailen, vinden ze allebei. ‘Vroeger mocht je als novice niet het klooster uit en mocht je maandelijks één brief schrijven naar huis. Dat is nu toch wel wat anders, hoewel novicen in beginsel wel binnen blijven. Ze moeten immers het bijzondere leven van een monnik eigen maken’, aldus Abt Mathijsen. 
Anders dan vroeger is dikwijls het gebrek aan religieuze kennis van de jongeren. Zr. Elvia Maria: ‘Vaak komen ze zonder enige kennis over ons geloof. Ze willen Jezus navolgen maar wie Jezus is, is vaak niet echt bekend. Hetzelfde geldt voor het kerkelijk leven. Jonge mensen in het algemeen hebben sowieso weinig catechetische kennis. Maar de honger naar religieuze zingeving is groot en de aspirant-zusters zijn zeer leergierig.’

Over vijf jaar

Hoe ziet het klooster in Egmond of Casa Carmeli in Vogelenzang er uit over vijf jaar? Abt Mathijsen glimlacht: ‘Dan ben ik vast geen abt meer en is er mogelijk een nieuwe. Ik verwacht dat de gemeenschap verjongd is. En dat er tussen de vijf en tien novicen zijn.’ Zr. Elvira Maria: ‘Dan loopt ons zorghotel en zijn onze zusters actief met hun apostolaat. En dat naast onze contemplatieve kant. Ik verwacht de komende tijd meer intredingen vanuit de jongerengroep die we hebben, van meiden die naar onze roepingenweekenden komen.’
De zuster gaat verder. ‘Ik voorspel nieuwe, positieve dingen voor de Kerk. In veel parochies wordt somber gesproken over jongeren en hun afwezigheid in de Kerk. Maar ik heb een ander beeld. Ik ontmoet jongeren die met eerbied omgaan met de liturgie, het gebed en de Bijbel. Met hen kunnen we weer beginnen en ze nemen de ouderen mee. Ik zie de toekomst positief.’ 
Al pratende komt het gesprek over het kloosterleven zelf en dat het niet voor iedere nieuweling een geschikte levensvervulling is. Beide kloosteroversten zijn het er over eens dat het kloosterleven niet eenvoudig is. Zr Elvira Maria: ‘Toen ik novice was, vertelde mij iemand dat de mensen binnen de kloostermuren sterker moeten zijn dan daarbuiten. Ik heb dat altijd onthouden.’ ‘Klopt,’ zegt Abt Mathijsen, ‘het leven in een klooster is niet makkelijker. Iedere dag is altijd het zelfde. Je leeft in een besloten gemeenschap met verschillende karakters. Ook daardoor kom je jezelf en je zwakke kanten onherroepelijk tegen.’ In deze tijd van hernieuwde belangstelling voor hun levenskeuze, staan ze voor bijzondere uitdagingen. De vreugde van jonge aanwas straalt duidelijk ook af op de abt en de provinciaal, die voor hen verantwoordelijk zijn. 

G. Mathijsen

Abt Gerard Mathijsen (78) is sinds 1984 abt van de Abdij van Egmond. De abdij behoort tot de Orde van de Benedictijnen en telde op 1 februari 18 paters en broeders, waarvan twee novicen en één postulant (en er zijn op dit momenten meerdere geïnteresseerden). De jongste monnik is 23 jaar en de oudste 96 jaar. De afgelopen periode kende de abdij met regelmaat belangstelling van individuele aspirant-monniken, maar deze groep is de grootste sinds vele jaren.
Benedictijner Abdij St. Adelbert
Abdijlaan 26
1935 BH    EGMOND-BINNEN
Tel. 072 – 5061415
www.abdijvanegmond.nl
Informatie over toetreding: Br. Beda (abdijroeping@gmail.com)

Zr EM de Wit

Zr. Elvia Maria de Wit (51) is sinds 2012 provinciaal van de Karmelietessen. De gemeenschap in Vogelenzang telde op 1 februari zeven zusters, waarvan twee novicen (op 8 december 2015 was hun zogeheten inkleding) en één postulante (die 6 januari is gestart). De jongste zuster is 26 jaar en de oudste is 91 jaar. Op 7 december is Casa Carmeli in Vogelenzang, dat sinds 1998 geen nieuwe intredingen meer kende, verheven tot noviciaat en werden er twee novicen ingekleed.

Karmelietessen van het Goddelijk Hart van Jezus
Bekslaan 9-11
2114 CB    VOGELENZANG
Tel. 023 – 5848441 / info@carmeldjc.nl 
www.carmeldjc.nl
Informatie over toetreding: Zr. Elvira Maria de Wit

Het artikel op de website