Mijn roeping, mijn tijd, mijn vuur

Gepubliceerd op: 29-1-2016 om 15:32 door Tom Boesten.

OOSTERHOUT - Op woensdag 27 januari vond in de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal een bijeenkomst plaats ter afsluiting van het Jaar van het Godgewijde Leven. Ze werd georganiseerd door de commissio mixta, het overleg tussen de Bisschoppenconferentie en de KNR.

Centraal stonden in de bijeenkomst vier getuigenissen van religieuzen, die vertelden over hun roeping. Daarnaast blikte mgr. Van Burgsteden, mede-initiatiefnemer van deze dag, terug op het Jaar van het Godgewijde Leven. Verder hield prof. Heleen Murre - van den Berg, directeur van het Instituut voor Oosters Christendom een presentatie over het oosterse kloosterleven. De verschillen tussen het oosterse en het westerse klooster kunnen ons iets vertellen over een mogelijke plaats van religieus leven hier en nu.

zr. Ruth Lagemann

Het eerste roepingsverhaal was van zuster Ruth Lagemann. Zij is Duitse en Luthers van oorsprong. Van jongsaf aan was zij op zoek naar iets, zonder dat ze precies wist wat. In 1989, een jaar van de grote omwenteling in Europa, kruiste Chemin Neuf, een beweging die gericht is op eenheid, haar pad, uitgerekend in de verdeelde stad Berlijn. Hier begon ze te ontdekken welke weg God haar op wilde sturen. Vijftien jaar later, toen de beweging in Nederland een vestiging wilde beginnen, had zij als enige haar aarzeling. Nu is ze dankbaar dat haar aarzelingen niet de doorslag gaven.

br. Bram Hommel

Voor broeder Bram Hommel lag de roeping in het verlengde van wat hij als boerenjongen op het Zeeuwse platteland ervoer. Zijn leventje was een eenheid met een veel groter geheel. Toen hij in de jaren zestig onderwijzer werd in Nijmegen, werkte de automatische piloot niet meer. Met zijn medebroeders samen ging hij op zoek naar wat broeder-zijn kon betekenen in hun tijd. Alleen kwam hij daar niet uit, hij had anderen nodig. In Indonesië, waar hij dertig jaar werkte, kreeg hij vertrouwen. Daar ontdekte hij dat ook in een heel andere cultuur broederschap zinvol was.

p. Saït Cakici

Pater Saït Cakici leidde in zijn jonge jaren een nogal onrustig bestaan. Op een gegeven moment realiseerde hij zich dat hij zijn leven aan het vergooien was. Hij keerde terug naar zijn familie, en zocht aansluiting bij een klooster. Zijn emigratie van Turkije naar Nederland riep onzekerheid en angst op. Op de vooravond van zijn vertrek droomde hij dat God hem stuurde. Hier werd hij kloosterling. Na enige jaren volgde priesterroeping. Dat gebeurde, heel concreet, door de bisschop. Eerst vond hij zichzelf dit niet waard, maar de bisschop hield aan, en toen nam hij de wijding aan.

zr. Iuxta Crucem Belgers

Voor zuster Iuxta Crucem zag als 14-jarige een toneelstuk over de laatste dagen van Jezus. Ze ontdekte dat Hij ook voor haar gestorven was. Dit was het begin van een lange zoektocht. Er was niets te vinden waar ze verder mee kwam: catechese wees haar geen weg, er was geen voorbeeldfiguur. Ze ging studeren, leefde het studentenleven. Uiteindelijk, na vele jaren, vond ze een goede geestelijk begeleider, maar haar ontmoeting met de congregatie waar ze nu deel van uitmaakt, was toch nog een toeval. Ze was al tegen de veertig toen ze ontdekte dat ze hier haar thuis vond.

De vier getuigenissen schiepen een bijzondere sfeer. Het logische vervolg hierop was niet de geplande discussie, maar het dankwoord van de KNR-voorzitter en de afsluitende vesperviering in de kapel van de priorij.