Jaar van het Godgewijde leven

Gepubliceerd op: 28-12-2015 om 09:02 door Mieke van den Hoven o.praem.. Bron: Berne

OOSTERHOUT - HEESWIJK - In het kader van het Jaar van het Godgewijde leven publiceerde Berne, het tijdschrift van de norbertijnen van de Abdij van Berne een tweegesprek tussen zuster Maria Magdalena van Bussel o.praem., Priorin van St. Catharinadal en Denis Hendrickx o.praem., Abt van Berne.

Priorin Maria Magdalena: ‘Het Jaar van het Godgewijde leven’ leek voor ons zeer zinvol en achteraf gezien zijn we er als gemeenschap heel blij mee. We hebben eigenlijk aan alles deelgenomen wat enigszins denkbaar was. We hebben hier een nachtelijke kloostertocht georganiseerd, we hebben meegedaan aan de gebedsweek die door de K.N.R. (Konferentie Nederlandse Religieuzen, red.) is geïnitieerd, we hebben er in de gemeenschap persoonlijk wat aan gedaan, het kwam aan de orde in de Brabantse circarie (Nederlands/Vlaams sprekende norbertijnen, red.). We hebben het heel breed opgepakt. We zijn in oktober met zeven zusters naar de Abdij van Tongerlo geweest, waar een middag van zang en ontmoeting was georganiseerd in het kader van ‘Het Jaar van het Godgewijde leven’. Wíj hebben het als heel verrijkend ervaren, ook naar elkaar toe en als gemeenschap samen. Daarbij was het thema: Dankbaarheid voor het verleden, passie voor het heden en vertrouwen in de toekomst! Dit sluit wonderwel aan bij ons eigen proces richting toekomst. Dat heeft de zaak zeker verdiept. Wij kijken eigenlijk heel dankbaar terug op dit jaar!

Abt Denis:Ik was verrast! Ik hoorde het een paar dagen nadat de paus dit ‘Jaar van het Godgewijde leven’ had aangekondigd. Het nieuws is eigenlijk de wereld in gekomen na een bijeenkomst van de Generaal Oversten in Rome. Cees van Dam, Generaal Overste van de Broeders van Oudenbosch en voorzitter van de K.N.R., bracht dat nieuwtje mee uit Rome! Een jaar voor de religieuzen, een ‘Jaar van het Godgewijde leven’! En ik werd er steeds blijer om, omdat daarmee voor mij in ieder geval werd duidelijk gemaakt dat de paus, als religieus, het belangrijk vond om in het heden terug te kijken naar het verleden, maar wel met het oog op de toekomst. Dat is eigenlijk het belangrijkste! Ik vind dat wij er in de canonie, als norbertijnen van Nederland, te weinig aan hebben gedaan. Maar ik merk wel dat er voortdurend kapstokken zijn geweest voor bijeenkomsten die je met anderen organiseerde, voor een informatie naar aanleiding van de brief van de paus, voor de uitleg van het logo en een gesprek daarover tijdens de algemene ledenvergadering – het Canoniekapittel – van dit jaar. Op sommige plaatsen in de canonie is wekelijks het gebed van de Belgische bisschoppen gebeden terwijl er een speciale kaars brandde en werd er meegedaan aan een gebedsketen.

In die zin ben ik blij dat zo’n speciaal jaar er is, omdat het jezelf dwingt om weer eens stil te staan bij verleden, heden en toekomst. Ik houd er wel van met een soort themajaar gedachtegoed aangereikt te krijgen. Je krijg hiermee als het ware een rugzakje aangereikt waarin je in de loop der tijd allerlei gedachten kunt opslaan. En deze op hún beurt vormen en dragen jouw gedachtegoed verder. Het door Paus Franciscus aangekondigde ‘Jaar van de Barmhartigheid’ zie ik in die zin ook met vertrouwen tegemoet.

Priorin Maria Magdalena: Zelfs in het symposium van de zusters van de orde, in juli in Windberg gehouden, kwam het thema van ‘Het Jaar van het Godgewijde leven’ – ‘Wake up the world’ – voortdurend terug. We hebben elkaar persoonlijk, maar vooral ook als zustergemeenschappen, aangespoord. We hebben nog zoveel te geven als gemeenschap, ook al ben je kleiner of ouder. ‘Wake up the World’ heeft in die week echt geklonken en klinkt ook door, als een teken van bewustwording van het proces waarin je als gemeenschap(pen) staat!

Abt Denis: Ook de abt-generaal heeft er in zijn Paasschrijven aandacht aan besteed. En tijdens de bijeenkomst van geassocieerden aan de orde in Tepla is het een dag het thema van de conferenties geweest. In bezinnende huiskapittels in Heeswijk is het een paar keer aan de orde geweest. Zoiets is een prachtige kapstok en ik vond het mooie, dat de paus is zijn aankondigingsbrief van november 2013 in een paar pagina’s geweldig materiaal aanreikte. Dat hadden we nu echt nodig en dat heb ik in de voorbije jaren voortdurend gemist; dat je eens nieuwe impulsen krijgt.

DH en MM 2

                 Profetisch getuigen en zo een brug slaan

Priorin Maria Magdalena: En in begrijpelijke taal. Het is voor iedereen herkenbaar. Dat is wat het zo waardevol maakt. We hebben deze zaken ook meegenomen in het hele proces waar we mee bezig zijn. Het thema slaat via het heden een brug tussen toekomst en verleden. Uit respect voor het verleden doen we dit alles. Als ik denk aan alle generaties zusters die vóór ons leefden, willen we die fakkel doorgeven zoals zij die aan ons hebben doorgegeven! Daarom doen we dit alles! We zijn er vooral als gemeenschap heel erg mee bezig geweest. Tijdens een dag van het Bisdom Breda, gewijd aan ‘Het Jaar van het Godgewijde leven’, op 22 mei van dit jaar in Bovendonk, waren honderdveertig religieuzen aanwezig. Daar werden ook getuigenissen gegeven, vaak door oudere religieuzen. Ze hadden daarvoor ook mij gevraagd. Ik had een wijnrank meegenomen en van daaruit verteld. Dat was zo’n dag van ontmoeting, van échte ontmoeting. Ook met die oudere religieuzen die niet verbitterd zijn dat hun congregatie niet doorgaat, maar hoopvol naar de mogelijkheden kijken. Zo was er ook een getuigenis van de gemeenschap van Chemin Neuf, die hier in de Paulusabdij huist. We konden met en naar elkaar zeggen: “Het gaat door; misschien op een andere manier. Het krijgt misschien een ander kader, maar het gaat wel door!” Heel hoopvol dus!

Abt Denis: Dat is ook essentieel, denk ik! In de brief die Paus Franciscus heeft geschreven geeft hij uitdrukkelijk aan dat we moeten kijken naar het charisma van de stichter, zoals dat meestal wordt genoemd. En als je het zo bekijkt doet het er minder toe dat iets in de vorm waarin je zelf zit, misschien wat minder makkelijk door kan gaan, maar dat je waarde en geloof hecht aan het feit dat je de boodschap verder wilt dragen en dat die verder gedragen wordt, in welke vorm dan ook. Je blijft in die oorspronkelijke stroom. Dat is tegelijkertijd de zorg die je voortdurend en  in toenemende mate ziet en waar ik wel gelukkig mee ben: dat mensen zich niet zozeer vasthouden aan ‘Maar mijn eigen club gaat te gronde’ of ‘We redden het niet meer!’, maar dat het veel meer gaat om ‘Hoe kunnen we veiligstellen datgene waarvoor we staan, de essentie’. Als religieuzen zijn we nogal saamhorig; misschien soms wel eens té saamhorig. Dat verbaast me elke keer weer. En niet alleen in eigen kring, maar veel breder. Als ik bijvoorbeeld zie wat er – en nu kom ik even op een ander maar wel actueel terrein – allemaal rond de kwestie van het seksueel misbruik is gebeurd, dan ben ik enorm onder de indruk geraakt van de brede eensgezindheid en solidariteit. Met deze zwarte bladzijde uit de recente geschiedenis van religieus Nederland is het te dragen leed en de verontschuldiging in grote eensgezindheid gedragen. Daar waren we sterk in en dat is ook nu weer eens ten volle gebleken. Voortdurend heb ik de indruk gekregen dat geprobeerd werd hierin een wig te drijven tussen kerkelijke autoriteiten en religieuzen. Oppositionele partijen, belangengroeperingen van slachtoffers en niet te vergeten de politiek, die immers de eigen vloer wilde schoonvegen, zijn daarin niet geslaagd. Ik zeg niet dat ze dat bewust gewild hebben, want dat zou oneerlijk zijn. Maar het is ook niet gebéurd. En dat vind ik wel heel uniek. Terwijl de ene congregatie in een proces van voltooiing zit en de andere nog een aantal nieuwe projecten opzet omdat ze weer wat nieuw leven mogen begroeten in hun midden. En dat vind ik heel bijzonder. Dat geeft toch moed, vertrouwen, toekomst; dat lost eventuele angst op.

Priorin Maria Magdalena: We zijn als religieuzen in die zin grensoverschrijdend bezig. Dat zagen we natuurlijk al binnen de orde, waar veel canonieën intensieve contacten onderhouden met elkaar. Die kring wordt steeds groter. Maar buiten de orde gaat dit ook verder! Tijdens de nachtelijk kloostertocht hier in de Heilige Driehoek trokken zestig jongeren uit het hele land van klooster naar klooster. Er zaten ook niet-katholieke jongeren bij. En ook dat vindt elkaar! Dit zijn toch wel heel goede initiatieven!

Abt Denis: Daar kunnen we ook een belangrijke lering uit trekken: “Religiositeit is zeker aanwezig in brede lagen van de bevolking”. We hadden het net over de kloosternacht, maar ik vind zo’n Goede-Week-gebeuren als de Passion exact hetzelfde. Dit soort events zie ik steeds meer op mij afkomen en dan zeg ik: “Dit is goed!”. We moeten dus niet alleen onze eigen traditionele vormen hanteren. Die hoeven we niet heilig te verklaren, want we moeten ook die andere, diepe vorm van beleving uitdrukkelijk een plaats geven en serieus nemen. Het hoeft namelijk niet hetzelfde te zijn. Op het moment dat ik daar serieus aandacht aan besteed laat ik ook zien dat ik erin geloof en dat ik vind dat we elkaar de ruimte moeten geven om zo die eigen diepere lagen aan te boren en als het ware te bewerken.

Priorin Maria Magdalena: Dat is eigenlijk het christelijk leven. Gaan waar je weet dat er geen weg is en gaandeweg een weg vinden. Het is een uitdaging, het is vooral een opdracht als religieus maar ook als christen. Als wij het goed gedaan hebben – wij religieuzen in dit jaar – zouden  we iets aan de wereld hebben moeten laten zien. Laten we hopen dat we er iets van terugvinden. Al weet je nooit waar, wanneer en op welke wijze.

Abt Denis: Ik denk en hoop dat we er iets van terugvinden. Ik heb de indruk dat heel veel religieuze groeperingen – ik beschouw ze dan als kerngroepen – in eigen omgeving in dit kader allerlei initiatiefjes hebben genomen om mensen mee te nemen, ze kennis te laten nemen en ze de gelegenheid te geven om ook deel te nemen. Het effect is natuurlijk moeilijk meetbaar, maar hopelijk hebben mensen een kapstok gevoeld: ’Ik heb eens kennis gemaakt met het religieuze leven. Wat betekent dat religieuze leven en waarom kiezen mensen daarvoor? En het heeft, denk ik, ook wel bijgedragen aan een bepaalde verandering in meningsvorming. Ik heb de indruk dat de uitermate negatieve reacties van een paar jaar geleden nu wat genuanceerder op tafel komen. Hopelijk hebben we, met de kwestie van het seksueel misbruik, het dieptepunt gehad. Er is weer een beetje eigenwaarde. Aan die imagoverbetering heeft Paus Franciscus een bijdrage geleverd, en ‘Het Jaar van het Godgewijde leven’ is daar een prachtige extra onderstreping van. En…wat ook is gebeurd…mij wordt door Franciscus voorgehouden dat ik een expert ben in communio. Dat heeft ook naar binnen toe een uitdagende werking. De rugzak die je mee krijgt is wel degelijk een uitdaging naar je zelf toe: Wat betekent dat, hoe sta ik daar zelf  in?  

DH en MM

Volgens mij zijn binnen heel veel religieuze gemeenschappen mensen bezig geweest met het belang van de voorgehouden vragen voor het eigen, concrete leven. Je wordt uitgedaagd om niet alleen maar te zeggen hoe anderen het moeten doen, maar ook….

Priorin Maria Magdalena: In de eerste plaats bevraag je je eigen leven. Maar je stelt je wel heel kwetsbaar op.

Abt Denis: Zowel naar buiten als naar binnen. Dat ik mijn gebrokenheid in mijn communiobeleving naar binnen toe kan en durf te laten zien en dat met anderen te delen. Dat is wel belangrijk, dat je je in je gemeenschapsbeleving niet hoeft te schamen om die gebrokenheid aan elkaar te tonen. In mijn beleving dragen dit soort impulsen er toe bij een aantal zaken en gevoelens wat makkelijker met elkaar te delen. Hopelijk vinden mensen een grotere veiligheid bij elkaar. Dat hopen we mensen die bij ons aankloppen ook te kunnen bieden. Ik vind dat een uitdaging! In hoeverre slagen wij erin ook allerlei nieuwe vormen mee mogelijk te maken en niet alleen terug te grijpen naar oude, traditionele vormen. Degenen die zich oriënteren op gemeenschapsleven brengen over het algemeen traditionele waarden mee. Hoe komt dat nou? Ik heb wel geleerd hen voor te houden dat ik niet de wijsheid in pacht heb, maar zij ook niet; en dat de waarde van ons leven juist is, dat we elkaar de ruimte durven geven om als zoekenden bij en met elkaar te ervaren dat we samen onderweg zijn en elkaar niet loslaten. Als we elkaar móeten loslaten is dat een hard gelag, maar ik zie ook dat er bij sommigen uitdrukkelijk ruimte en openheid groeit.

Priorin Maria Magdalena: Dat is ook een groeiproces! Je moet soms met elkaar een stap zetten in het ongewisse, het ongeziene en durven te vertrouwen.

Abt Denis: Vertrouwen én hopen zijn hierin twee belangrijke woorden.

Priorin Maria Magdalena: Als je niets doet en blijft zitten waar je zit dan glipt het tussen je vingers weg. Je móet een stap zetten! Soms weet je niet waar je dan terecht komt. Maar je hoopt en vertrouwt dat de stap je iets goeds brengt. De intentie van waaruit je het doet, vanuit je verantwoordelijkheid voor het verleden en naar je gemeenschap toe, dat de gemeenschap bestaansrecht heeft, nu en in de toekomst, omdat we uit kunnen dragen wat ons beweegt, naar anderen toe. We moeten het samen doen.

Abt Denis: Dat samen is in deze individualistische tijd een wezenlijk kenmerk van religieuzen, dat we het samen willen doen en dat samen is een uitdaging. Wij hebben elkaar niet gekozen, we zijn bij elkaar gebracht en wij erkennen dat wij samen onderweg zijn. Ook al vergeten we dat wel eens.

Bron: Berne, het tijdschrift van de norbertijnen van de Abdij van Berne

De site van de norbertijnen
De site van de norbertinessen