Studiedag Echo

Gepubliceerd op: 18-12-2015 om 08:28 door Marie-Antoinette Willemsen.

ST AGATHA - In het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven Sint Aegten in Cuijk waren afgelopen vrijdag circa veertig deelnemers bijeen voor de zevende studiedag van Stichting Echo.

Om de twee jaar verzorgt Echo zo’n dag om in de tussenliggende jaren een colloquium te organiseren rond een vooraf vastgesteld thema. De studiedag is met name bedoeld om religieuzen en historici die onderzoek doen naar (aspecten van) het leven in ordes en congregaties de gelegenheid te bieden elkaar te ontmoeten en ideeën uit te wisselen.  

Na een korte introductie door de interim-voorzitter Chris Dols kreeg Vefie Poels het woord. Zij vertelde over het belang van de BKNP, de Bibliografie van Katholieke Nederlandse Periodieken, een project dat het Katholiek Documentatie Centrum al sinds jaren uitvoert. Tot nu toe zijn er drie delen gepubliceerd en het vierde is op komst. Hoe de BKNP ingezet kunnen worden voor historisch onderzoek en wat het specifieke belang van deze omvangrijke bundels is verdient meer aandacht. Nu lag de nadruk te zeer op het vermelden van de opgenomen publicaties. 
    Na deze eerste lezing kreeg Margo Groenwoud het woord. Zij vertelde over haar lopend onderzoek naar koloniale allianties en etnocentrische aspecten in het missiewerk van Nederlandse missionarissen op Curaçao (1915-1948). Groenewoud doet dit onderzoek als Ph.D. van de universiteit van Leiden in samenwerking met de universiteit van Curaçao op basis van archiefwerk en interviews. Verschillende Nederlandse congregaties hebben op Curaçao onderwijs gegeven. Aan bekeringswerk hoefden ze weinig te doen, want de bevolking was al grotendeels katholiek. Concluderend stelde Groenewoud dat het voor haar onomstotelijk vaststaat dat de katholieke kerk onderdeel was van de koloniale machts- en gezagsverhoudingen. De missiewerkers droegen gedurende de onderzochte periode bij aan het in stand houden van de etnische verschillen. De blanke elite kreeg beter onderwijs dan de Afro-Curaçaose jongeren die, als ze al toegang tot het onderwijs hadden, of afstand werden gehouden. Van een koloniale alliantie was dus geen sprake. Daarin kwam pas verandering in de jaren ’30 van de vorige eeuw.  
In de middagpauze, waarbij Sint Aegten zorgde voor een aantrekkelijke lunch in een prettige sfeer, konden de deelnemers van de studiedag de tentoonstelling ‘Teresa van Avila’ in de zaal op de begane grond bezoeken. 

Echo 11 december 2015

Het middagprogramma bestond uit twee series parallelle workshops. Dat is voor de geïnteresseerde bezoeker lastig, want hij of zij moet een keuze maken. Jurjen Vis vertelde over het verschil in het moderniseringsproces dat tot stand kwam in het bejaardenhuis Sint Jacob in Amsterdam geleid door de zusters van Liefde uit Tilburg, en dat in het Onze Lieve Vrouwengasthuis geleid door de zusters van Carolus Borromeus uit Maastricht. Deze laatste zusters zetten veel eerder en ook efficiënter het moderniseringsproces in gang. Daarna kwam Karel Weener aan het woord met een aardig verhaal over zijn zoektocht naar ‘verdwenen’ etnografica. Waar waren al de beelden en andere voorwerpen gebleven die missionarissen uit hun missiegebied hadden meegebracht en die ze tijdens missietentoonstellingen toonden? En hoe zat het met de honderden voorwerpen uit de voormalige missiemusea? Waar waren die gebleven? Weener liet de toehoorders meegenieten van zijn speurtocht naar die “verdwenen” beelden en ze te leiden door een keur van etnografische musea. 
De voordracht van Maaike Derksen sloot op dit onderwerp aan. Zij vertelde over de ideeën die pater Vertenten msc op Nieuw Guinea uitwerkte in samenwerking met het koloniale bestuur. Welke rol speelden deze intermediairs in het cultuurcontact? Een van de ideeën was het bouwen van modeldorpen waar de Marind Anim makkelijker onder het gezag van de Nederlandse overheid geplaatst konden worden en waarmee tevens de voorwaarde geschapen werd om hen efficiënter tot het christendom te bekeren. De laatste voordracht werd gegeven door Obbe Norbruis. Enthousiast en à tempo vertelde hij over zijn project waarbij hij op Java een keur aan kerken en kathedralen heeft achterhaald die door een Nederlands architectencollectief, bestaande uit Ed. Cuypers, Hulswit en Fermont voor de oorlog waren gebouwd. Norbruis reisde zelf af naar Java om na te gaan of deze gebouwen nog bestonden en in welke staat ze waren. Verrassend genoeg bleken de meeste kerken nog te bestaan en werden ze zelfs goed onderhouden. Zijn boek over deze zoektocht komt volgend jaar uit. 
De studiedag werd afgesloten  met een hapje en een drankje. In alle rust konden de gasten nog even napraten over de opgedane kennis. Waar mogelijk werden nieuwe contacten gelegd of praatten elkaar bekenden even bij. Al met al kan het een geslaagde dag genoemd worden met hopelijk genoeg impulsen voor de onderzoekers om met hun werk door te gaan.