Dominicaan zijn in deze tijd

Gepubliceerd op: 29-10-2015 om 19:57 door Tanja van Hummel. Bron: www.nieuwwij.nl

- De dominicanen vieren het komend jaar dat ze 800 jaar bestaan. Dit jaar wordt feestelijk geopend op 7 november 2016. In die 800 jaar is er veel gebeurd en veel veranderd. Hoe is het om in deze tijd een dominicaan te zijn? Hoe ga je om met actuele thema’s zoals secularisering en atheïsme? Wat kunnen we leren van dominicanen uit het verleden? Nieuwwij ging hierover in gesprek met Stefan Mangnus OP, die vorige maand zijn professie deed.

Hoe is in het kort je levensloop?
“Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin in Bemmel, in de buurt van Nijmegen. Ik wist al jong dat ik iets met de kerk wilde; dat ik iets met God wilde. Ik wist nog niet hoe of wat, maar zat vol met vragen over God en aan God. Daarom besloot ik na mijn middelbare school theologie te gaan studeren. Dat bleek een goede keus: mijn gelovig-zoekende ziel en vragende verstand kwamen er beide aan hun trekken. Daarom is de theologie me nog altijd zeer dierbaar. Tijdens mijn studie las ik teksten van twee dominicanen die me raakten: de middeleeuwer Thomas van Aquino en Timothy Radcliffe, destijds magister van de orde. Door hen werd ik enthousiast over de dominicanen, al dacht ik toen nog niet aan intreden. Er bleven dominicanen op mijn weg komen. Ik mocht een jaar in het buitenland studeren en deed dat bij de dominicanen in Toulouse. Ik deed promotieonderzoek naar de theologie van de dominicaan Thomas van Aquino. Mijn eerste baan als pastoraal werker was bij een dominicaanse parochie in Tiel. En toen ik in het bisdom Groningen ging werken, ontmoette ik enkele lekendominicanen die me inspireerden.
Ik besloot lekendominicaan te worden, omdat me dat een goede manier leek om me met de orde te verbinden. Toen ik de orde beter leerde kennen en merkte hoe ik me er thuis voelde, begon ik me af te vragen wat voor mij de goede plek in de orde zou zijn: als leek of als broeder? Langzaam drong het tot me door dat ik in al die toevallige ontmoetingen met dominicanen, en het plezier dat ik daarin vind, Gods uitnodigende stem herken. Op die uitnodiging heb ik graag ‘ja’ gezegd. En zo gebeurde het dat ik in september mij voor drie jaar verbonden heb aan de Orde van de Predikers en nu OP achter mijn naam schrijf.”

Stephan Mangnus

Kleine professie Stephan Mangnus

Je hebt in Toulouse de dominicanen in levende lijve leren kennen. Hoe was dat?
“Ik herinner me nog hoe ik op de eerste dag dat ik er woonde de kapel in liep voor het ochtendgebed. Het was nog donker, dus ik moest een beetje op de tast mijn weg vinden in de kapel. Toen mijn ogen aan het donker gewend waren, zag ik op verschillende plekken broeders in hun witte habijten in gebed: zittend, knielend, staand of zelfs languit op de grond. Dat maakte indruk op me: de vanzelfsprekendheid om stil te bidden, en vooral ook om daar zo met je lijf uitdrukking aan te geven. Voor de stilte had ik al een voorliefde, maar ik had nog niet geleerd om ook mijn lijf mee te laten doen in het gebed. Dat hier broeders waren die vrij genoeg waren om dat in elkaars gezelschap te doen, raakte me.
Daarnaast waren ook de ontmoetingen met de broeders een grote verrijking. Het was een groep waar veel gelachen werd, waar een goede sfeer heerste, en waar tegelijkertijd mensen vrij genoeg waren om elkaars geloof, theologie en staan in de wereld te bevragen. Dat vond ik een inspirerende combinatie.”

Dominicanen zijn predikers. Hoe geef je die verkondiging in deze tijd vorm?
“Verkondiging vormgeven gebeurt op veel manieren. Zo hebben we als kerk een grote traditie op het gebied van kunst: muziek, beeldende kunst, architectuur. De ervaring van iets dat zó mooi is dat even al het andere onbelangrijk wordt, is een ervaring die naar transcendentie verwijst, naar God. Daarom is kunst een belangrijke kans om mensen iets van God te laten proeven.
Paus Franciscus vind ik een meesterlijk verkondiger in zijn grote talent voor symbolen. Toen hij in de Filipijnen voor zou gaan in een eucharistieviering te midden van mensen die de tyfoon Yolanda hadden doorstaan, dreigde er opnieuw een zware storm. Toch kwamen er duizenden mensen, vaak slechts beschermd door een goedkoop geel plastic regenjasje. Toen paus Franciscus naar buiten kwam, droeg hij over zijn liturgische gewaden eenzelfde simpel regenjasje: hij was één van hen geworden. Hij hoefde zijn woorden van solidariteit met de mensen die zo veel hebben meegemaakt eigenlijk al niet meer uit te spreken: de solidariteit was zichtbaar geworden.
Geloofwaardigheid is daarvoor essentieel. Zonder die geloofwaardigheid zou het regenjasje een publiciteitsstunt zijn. Bij paus Franciscus werd het een symbool van solidariteit omdat hij een man is die solidair is met de meest kwetsbaren en hij die solidariteit tot speerpunt van zijn pontificaat gemaakt heeft.
Verkondigen moet op veel manieren, omdat mensen veel verschillende talenten hebben. De beste verkondiger word je als je jouw talenten ervoor inzet. Of iemand nu een hartstochtelijk prediker is, of iemand die met hartelijkheid soep uitdeelt aan zwervers; niets is zo aantrekkelijk als mensen met hun talenten te zien woekeren. Al die verschillende talenten laten iets zien van een leven met God, als oorsprong en doel van wie wij zijn. Dat is verkondiging op zijn best.”

Je proefschrift gaat over Thomas van Aquino. Wat kunnen wij van hem leren?
“Thomas is een van die denkers uit de geschiedenis van de kerk die over alle aspecten van geloof iets interessants geschreven heeft. Wat voor vraag over God of geloof je ook hebt, bij Thomas vind je eigenlijk altijd iets dat je aan het denken zet. Wie zijn belangrijkste boek, de Summa Theologiae, openslaat, ziet dat het helemaal is opgebouwd uit quaestiones, vragen waarover Thomas een gesprek opent. Thomas is een man die van vragen houdt, en bij wie je met vragen terechtkunt. Daarbij is hij iemand die heel aandachtig luistert naar verschillende kanten: hij schrijft ideeën niet zo maar af, maar zoekt open naar wat er aan waars en goeds in te vinden is, ook in de ideeën die hij niet deelt. Dat is een houding die je van Thomas kunt leren. Iets anders dat me in hem aanspreekt, is de manier waarop hij over God spreekt. Thomas in een man die met heel zijn wezen op God gericht staat; het gaat hem om God en om alle dingen in hun relatie tot God. Tegelijkertijd weet hij dat spreken over God altijd spreken over een mysterie is. Hij schrijft ergens: “In ons leven zijn we met God verbonden als met een onbekende.” Ik vind dat een prachtige zin: We zijn echt met God verbonden, daar kunnen we op bouwen. En tegelijkertijd blijft die God een onbekende God, een God die ons hart en ons verstand te boven gaat.”

Het volledige interview

Bericht over de professie van Stefan Mangnus