''Het verhaal gaat verder''

Gepubliceerd op: 21-10-2015 om 07:37 door WvdV.

MAASTRICHT - De Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria, beter bekend als de Broeders van Maastricht, vieren dit jaar het 175-jarige bestaan van de congregatie. In de aanloop naar de festiviteiten spreken we met provinciaal Kees Gordijn fic. Er zijn circa zestig broeders, merendeels woonachtig in de Beyart en omgeving. Daarnaast wonen enkele concentraties van broeders in Vlaardingen en in Den Haag en zijn er in den lande een aantal alleenwonenden.

Kees Gordijn: ‘ Er is een speciaal werkgroepje geformeerd, dat de verschillende activiteiten in het kader van het jubileum heeft voorbereid. Het geheel zal een bescheiden karakter dragen. Bij eerdere jubilea van de broeders zijn speciale boekjes uitgegeven over ons gedachtengoed, die ons terugvoerden naar de oorsprong van onze congregatie. Toen is de interesse voor de stichter aangezet en tijdens dat herbronningsproces kwam ook Vincentius weer in beeld. Het oorspronkelijke idee was om ons broeders van Vincentius te noemen, maar het werd Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis. Monseigneur Rutten en broeder Bernardus Hoecken, die aan de wieg van de congregatie hebben gestaan, zijn voor ons nog altijd inspirerend. In de Rooden Leeuw was in 1840 het startpunt van hun katechese-werk en het is mooi dat de bakermat van onze congregatie nu een gastvrij huis is voor alle Maastrichtenaren. De vrijwilligers van In de Rooden Leeuw tonen ons dat een religieuze setting geen voorwaarde meer is voor toewijding en betrokkenheid op anderen. Dankzij de portretten van Monseigneur Rutten en broeder Bernardus Hoecken in dat huis blijven zij in beeld.

175 jaar

Onze stichter leefde in de begintijd van de katholieke emancipatie. Katholieken kwamen uit de schuilkerken vandaan en hun voorgeschiedenis zorgde voor een waaier aan strijdbare roomse initiatieven. Hier in het liberale Maastricht was een sterk verpauperde bevolking; de broeders trokken zich het lot van de arme mensen aan en zij begonnen met het bieden van godsdienstonderwijs. Wat een verschil met het heden, waarin Maastricht het centrum vormt van de Euregio. Het is duidelijk dat wat Rutten en Bernardus inspireerde voorbij is, er zullen nieuwe vormen komen.  Nu de idealen en doelstellingen van onze voorgangers gaandeweg gerealiseerd zijn, is het van belang om de vertaalslag te maken naar deze tijd. Voor een groep van oudere broeders is dat niet zo gemakkelijk. De samenleving is totaal veranderd. Wij mogen dankbaar terugblikken en fier zijn op al hetgeen bereikt is. Er is een tijd van beginnen en er is een tijd van ophouden. Onze broeders hebben zich graag en van ganser harte ingezet voor een ideaal. Het is indrukwekkend om de verhalen van de oudere medebroeders te beluisteren. Wat ze gedaan hebben, wat ze nu nog doen, wat broeders hier in huis doen gewoon door medemens te zijn. Goed zijn en goed doen, dat waren de woorden van Bernardus en dat is nog steeds ons Leitmotiv. We zijn geen volmaakte mensen en er zijn zeker fouten gemaakt. Maar er zijn ook een heleboel goeie dingen gebeurd en daarom is de trots gerechtvaardigd om tot zo’n gemeenschap te behoren.’

Eén gelukkig mens

Kees Gordijn vormt samen met twee medebroeders een communiteit op loopafstand van De Beyart. Beide medebroeders, Lo Koeleman en Kees van de Wiel, hebben lange tijd in Chili gewerkt. Dat zorgt voor een specifieke kleur van de communiteit en levendigheid, bijvoorbeeld wanneer er mensen op bezoek komen die voor de Bouworde in Chili hebben gewerkt.  Een ‘normale’ dag van broeder provinciaal bestaat uit werken op het provincialaat van 8 uur ‘s ochtends tot 16.30 uur.  Dan gaat hij naar huis om te koken; hij bereidt een maaltijd op basis van hetgeen zijn medebroeders hebben ingekocht. Na de maaltijd is er gezamenlijke meditatie en na een flinke wandeling van een uur of anderhalf is hij rond 21 uur weer thuis voor de gezamenlijke recreatie. Al is duidelijk dat de krachten afnemen, dan is Kees Gordijn wel de laatste die je daarover zult horen klagen: ‘Als overste hoef je niet per se meer de lakens uit te delen, want de lakens zijn op. Je hoeft geen medebroeders meer te verplaatsen, maar je kunt bespreekbaar maken dat zij taken aan anderen overdragen. Als mens en als gemeenschap moet je je beperkingen kennen en respecteren. Er is een joods gezegde: Als je één mens gelukkig hebt gemaakt, dan heb je gedaan wat je moest doen. Waarschijnlijk heb je dat al lang gedaan; je hoeft niet de hele wereld op je nek te nemen.’

Meer informatie: Jubileum Broeders van Maastricht