Arnoldus Frentrop

Gepubliceerd op: 22-10-2015 om 08:03 door WvdV. Bron: A. Meurders

VOORHOUT - Een nieuwe publicatie werpt licht op de medestichter van de congregatie van de broeders van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten.

Deze congregatie heeft gewerkt ten behoeve van kansarme jongeren in scholen en jeugdinternaten om jongeren in Nederland, China, Indonesië en Canada kansen te geven. Zes jaar geleden herdachten de broeders de 150e sterfdag van hun andere stichter pastoor P.J. Hesseveld. Bij die gelegenheid heeft broeder Ten Have onder de titel ''Levensschets stichters" de levensloop van beide stichters in relatie tot de congregatie geschetst. De herdenking van de 150e sterfdag van pater Arnold Frentrop s.j. eerder dit jaar was aanleiding voor broeder J.B.M. ten Have om opnieuw in de archieven te duiken en  daarnaast andere bronnen over leven en werken van deze stichter te raadplegen. Het resultaat is ''Arnoldus Frentrop in woord en beeld".

Frentrop

Arnoldus Frentrop (1802 - 1865) werd geboren in Amsterdam en ging na voltooiing van het gymnasium naar het seminarie. In 1826 vestigde hij zich in Zwitserland voor het noviciaat der Jezuieten. Wat zijn officies betreft zijn de jaren in Amsterdam van belang, van 1836 tot 1852.Gedurende de 17 jaren dat hij als priester in Amsterdam werkzaam was heeft hij zich ingezet voor zwerfkinderen. In 1865 overleed hij in Den Haag. Vanuit die laatste standplaats heeft hij bemoeienis gehad met de jonge broedercongregatie Saint-Louis te Oudenbosch. Frentrop komt in dit boek van broeder Ten Have naar voren als een markant persoon met een groot doorzettingsvermogen; hij was niet altijd even diplomatiek, waardoor hij anderen tegen zich in het harnas kon jagen. 

Maatschappelijke context

Ten tijde van het ontstaan van de congregatie wortelde de caritas in de grote steden in een multiconfessionele standenmaatschappij, waar de rol van de overheid gering was. Er waren veel verwaarloosde kinderen, die nauwelijks verzorging, opvoeding of onderwijs kregen. Voor het opvangen van deze kinderen werden vanaf de jaren veertig kleinschalige huizen gesticht waar zij een passende opvoeding en onderwijs kregen en een vak leerden, zodat zij later zelf in hun levensonderhoud konden voorzien. De hulp in deze opvoedingsinternaten was gericht op zelfredzaamheid. Het Rauhe Haus, in 1833 gesticht even buiten Hamburg, was een inspirerend voorbeeld van een nieuwe aanpak. De 25-jarige Johann Hinrich Wichern (1808-1881) woonde daar met een groep in de steek gelaten kinderen, die werden opgeleid tot timmerman, schilder en schoenmaker. In Nederland werden ook dergelijke instellingen opgericht, telkens op initiatief van christelijke of algemene particuliere verenigingen. Pater Arnoldus Frentrop s.j. had in 1846 de primeur met het Sint Aloysiusgesticht in Amsterdam. Het begon met vijf jongens en dat aantal groeide snel.

De vroege jeugdzorg van rond het midden van de negentiende eeuw beoogde het tekortschieten van de ouders compenseren. Dat gebeurde vanuit motieven als medelijden, bezorgdheid en christelijke naastenliefde, maar ook vanuit eigenbelang. Deze kinderen kwamen immers gemakkelijk in het criminele circuit en waren dan een bedreiging voor de openbare orde.

J.B.M. ten Have, ''Arnoldus Frentrop in woord en beeld".
Lay-out door D. Oostdam