Hoogstraatgemeenschap zoekt nieuwe bewoners

Gepubliceerd op: 19-10-2015 om 16:18 door Elze Sietzema-Riemer. Bron: www.nieuwwij.nl

EINDHOVEN - Ruim dertig jaar geleden vormden vier zusters van Liefde een gemeenschap in een groot klooster en zij stelden vanaf het begin het klooster open voor andere organisaties en voor nieuwe maatschappelijke initiatieven.

Sinds 1983 hebben zes organisaties hun intrek genomen in het klooster. Vanaf het prille begin hebben de zusters vluchtelingen in huis gehad. In die zin is de Hoogstraatgemeenschap een lichtend voorbeeld voor anderen. Maar ondanks de inspirerende en dynamische omgeving heeft de Hoogstraatgemeenschap geen blijvende bewoners mogen verwelkomen. De tijd begint te dringen, gezien de hoge leeftijd van de bewoners. Reden voor hen om een oproep  te doen voor ‘mensen die een eigentijdse gemeenschap willen vormen’. Elze Sietzema-Riemer ging in gesprek met de zusters Véronique en Bets, en Gerard van de Ven – bewoners van de Hoogstraatgemeenschap en schreef naar aanleiding daarvan een artikel voor de website Nieuw Wij.

Hoe kan het dat zo’n mooi initiatief dreigt dood te bloeden?
Véronique: “Tijden veranderen en het lijkt erop dat mensen nu meer moeite hebben om zich ergens aan te committeren. Daarom zeggen we ook uitdrukkelijk in de oproep dat je hier voor langere èn kortere tijd kunt verblijven. Je hoeft niet meteen, zoals wij, ruim dertig jaar te blijven. Tegelijkertijd hebben mensen meer en meer behoefte aan gemeenschapsvorming. Wat dat betreft is de tijd rijp voor een dergelijke oproep.”

Jullie hebben in de loop van de jaren een eigen karakter en stijl neergezet. Wat willen jullie daarvan bewaard zien bij de nieuwe gemeenschap?
Bets: “Wij hebben samen vier kernwaarden geformuleerd waarvan we hopen dat de nieuwe groep die zal overnemen: 1. Gastvrijheid – hopelijk ook met een sterke affiniteit met vluchtelingen; 2. sociale gerechtigheid; 3. Verbinding met de maatschappij, waaronder de organisaties hier in huis, en 4. Zorg voor de aarde.”
Gerard: “Hoe de toekomstige bewoners dat verder vorm willen geven – dat is helemaal aan hen. Dat zou zomaar eens heel anders kunnen zijn dan hoe we dat nu doen. We verwachten niet een soortgelijke gemeenschap. Misschien dat er alleen gehuwden bij zijn, of zelfs gezinnen. Van ons uit liggen er wat dat betreft geen beperkingen. Niet voor niets hebben we een wervingscommissie in het leven geroepen, die het hele procesbegeleiden begeleidt.”

Zijn er inspiratiebronnen waar jullie uit putten, die jullie de nieuwe groep mee zouden willen geven?
Véronique: “Die vier kernwaarden zijn voor ons het belangrijkst. Iedereen heeft daarvoor zijn of haar eigen inspiratiebronnen, dat is altijd al zo geweest. Wij denken ook dat dit naast elkaar kan bestaan, meer nog: dat die elkaar aanvullen. Je neemt je eigen achtergrond, karakter en ziel mee – dat is juist het mooie eraan, dat dat er allemaal mag zijn. Zo gaan we bijvoorbeeld, naast onze gezamenlijke vieringen door de week, zondags allemaal naar andere samenkomsten.”
Gerard: “Deze openheid kenmerkt de gemeenschap. Vanaf begin af aan zijn de zusters heel open geweest. Julie hadden al vanaf ’83 vluchtelingen in huis, waardoor jullie alle mogelijke godsdiensten en culturen hier hebben gehad. Jullie hebben hierdoor ervaren dat alle mensen iets te zeggen hebben, en dat je veel van elkaar kunt leren. Ik moet er niet aan denken dat wij met z’n zessen in een apart huisje zouden wonen. We krijgen zoveel van de organisaties en mensen hier in huis; je wordt voortdurend in beweging gezet. Dat is ook wat ik gun aan anderen, dat ze hier in een oase komen, een oase waar ontzettend veel waardevols gebeurt.”

Zouden de nieuwe mensen iets aan de inrichting mogen veranderen?
Bets: ‘Uiteindelijk zal dit huis niet meer van ons zijn, dus dat moeten de mensen zelf weten. Wij zullen gefaseerd deze gemeenschap verlaten. We willen de gemeenschap helemaal overdragen aan een nieuwe groep. En wat en hoe zij het willen doen – dat willen we aan hen overlaten.’
Gerard: ‘Het zou ook zomaar kunnen dat er verbouwd moet worden. Er is namelijk maar één woonunit met een eigen woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer.’

Hoogstraatgemeenschap

Wat moet je in huis hebben wil je hier kunnen aarden?
Véronique: ‘Ik denk dat je op de eerste plaats open dient te staan voor andere mensen. Daarnaast moet je bereid zijn om te communiceren met je medebewoners. Om met elkaar verbonden te blijven hebben we veel met elkaar moeten praten, verschillende keren hebben we daar ook externe hulp bij ingeschakeld. En nieuwsgierigheid, naar wat er leeft in de ander. De dingen gaan niet vanzelf, dus je moet ook wel van aanpakken weten, in beweging willen komen – vanuit die vier kernwaarden. Het mooie van een leefgemeenschap is dat je dit niet allemaal zelf hoeft te doen, maar juist samen, ook met vrijwilligers van buiten. Samen sta je sterk. En dat geeft heel veel vreugde en voldoening.’

Geïnteresseerd?: de site van de gemeenschap

Het volledige interview