Zuster Rosa en het Straatpastoraat

Gepubliceerd op: 1-10-2015 om 10:34 door Zuster Rosa de Lima Wigink. Bron: De Heeriaan, jrg 44, nr 3

'S-HERTOGENBOSCH - Religieuzen zijn uit ons straatbeeld verdwenen, maar dat betekent niet dat ze ook gestopt zijn met werken in de maatschappij. In de nieuwste editie van De Heeriaan vertelt zuster Rosa van de congregatie Dochters van Maria en Joseph over haar werk in het straatpastoraat.

Het Straatpastoraat in deze stad richt zich op de vele dak- en thuislozen, ongeveer 700 mensen, de meeste van hen zijn mannen.

’s-Hertogenbosch is een hele mooie stad, maar er is ook leed. Daarom loopt er in deze stad al ruim 25 jaar een straatpastor rond, om medemensen, die in geestelijke of maatschappelijke nood zijn, bij te staan. De pastor van nu is Julia Nagornyak, geboren in Oekraïne. Zij is theoloog en spreekt zes talen vloeiend. Julia is getrouwd en ze heeft samen met haar man één kind. Doordat ze verschillende talen spreekt, maakt ze gemakkelijk contact met de vele dak- en thuislozen en vluchtelingen die op straat belanden. Ze loopt met hen mee, praat met hen, het is veel luisteren. Den Bosch volgt de Evangelische opdracht om medemensen die zich in een geestelijke of maatschappelijke nood bevinden, nabij te zijn. Dit is zonder onderscheid des persoons, zonder vooroordeel. Mensen die op straat leven zijn bezig met overleven.

Na dertig jaar in Congo te hebben gewerkt, eerst in de verpleging, daarna met straatkinderen en in de gevangenis, kwam ik hier in Nederland in aanraking met het Straatpastoraat, het Pastoraal Uitzend Bureau (PUB), vluchtelingen en migranten.

In dit artikel schrijf ik over het straatpastoraat. Over migranten misschien een andere keer, want ook daar mag ik me nog steeds actief voor inzetten.

Onze zusters zijn nauw betrokken bij het Straatpastoraat en het PUB. Het PUB probeert de mensen die op straat leven een nuttige en zinvolle dagbesteding te geven. Het organiseert drie dagbestedingen/projecten, te weten: het Fiets-, Veeg- en Groenproject. De contacten tijdens het werk zijn minstens zo belangrijk als het werk zelf. De deelnemers stellen respect, tijd en aandacht enorm op prijs.

Het Fietsproject:Hier knappen ze oude fietsen op. Ze worden voor een schappelijke prijs verkocht aan mensen/gezinnen, die het wat minder breed hebben. Veel van onze zusters, die niet meer fietsen, hebben hun fiets dan ook aan dit project gegeven en op deze manier mensen kunnen helpen.

Het Veegproject:Deze mensen prikken het zwerfvuil van de straat, houden onder begeleiding de stad schoon. Geregeld mag ik hen in ons klooster

Het Fietsproject: ‘Na gedane arbeid …’uitnodigen voor een kop koffie met warme worstenbroodjes. Met zo’n 25 á 30 mensen van verschillende nationaliteiten zitten we dan gezellig bij elkaar in het restaurant. Het is praten en luisteren. Wat bewonder ik dan hun moed en hun doorzettingsvermogen! Ze hebben allemaal hun eigen geschiedenis, hun eigen verhaal. Ze worden door velen niet gehoord of gezien, ze leven in een sociaal isolement, als gevolg van scheiding, verlies van een dierbare, baan of huis of om andere redenen.

Het Groenproject:Een aantal deelnemers gaat in de vroege morgen naar de Loonse en Drunense Duinen, naar de bossen. Ik ga met hen mee als vrijwilliger. We beginnen met koffie, dit geeft een verbinding. Daarna wordt het werk verdeeld: bomen kappen, hout kloven en stapelen, planken zagen, met een prikker langs de weg het vuil opruimen, hooien, aardappelen rapen, enzovoorts.

Straatpastoraat

Het groenproject

Via het sieraad dat ik om mijn hals draag, de levensboom, het symbool van onze Congregatie, ontstaat er dikwijls tijdens het werk een gesprek en dat geeft een ingang naar een gesprek over hun eigen leven. Er wordt ook veel gelachen en gezongen, maar soms gaat het er heel zwijgzaam aan toe. Wat me steeds weer opvalt is, dat deze mensen elkaar over het algemeen met respect behandelen. Ze zijn beleefd naar elkaar en behulpzaam.

Als begeleiders en vrijwilligers komen we op afgesproken tijden bij elkaar als Rosakransgroep. Omdat die bijeenkomst altijd in het klooster is, heeft ze deze naam gekregen. Soms denk ik: ‘God roept ons, mij, als werkster van het elfde uur’. God is op zoek naar de mens. Voor mij woont God in elke mens. De mooiste naam van God vind ik: ‘Ik ben er’. Elk mens is voor mij de moeite waard. Gastvrijheid staat voor mij dan ook hoog in het vaandel.                                                  

Dankbaar ben ik dat ik naast mijn taak in het klooster hierin nog actief mag en kan zijn. Dankbaar ben ik ook omdat het Algemeen Bestuur het Straatpastoraat ondersteunt.

Laatst ontmoette ik een nette jonge man op straat en hij zei: ‘Kent u me nog? Ik zag het niet direct. Hij zei: ‘Ik ben die gekke Wieke. ‘Ben jij dat? Wat is er met je gebeurd?’, vroeg ik hem. ‘Ik ben van de drugs en de alcohol af. Ik heb mijn vrouw en kind weer terug, ik heb een huisje en ik heb werk’. Hij was zó, zó blij en ik met hem. Hij zat voorheen onmogelijk diep aan de grond.

Het blijven geloven in de goedheid. Ik zag hier weer dat het bestond.

Wij kunnen ons steentje bijdragen door deze mensen het gevoel te geven dat ze er ook bij horen. Een vriendelijke groet aan deze mensen op straat kan al het verschil maken. Dat God hen mag zegenen met het licht van nabije mensen.   

Website van de congregatie