'Heilig Kaatje'

Gepubliceerd op: 17-9-2015 om 09:20 door WvdV.

'S-HERTOGENBOSCH - De Dochters van Maria en Joseph vieren dit jaar het 195-jarig bestaan van de congregatie. Dat gegeven vormde de aanleiding voor een publicatie over Anna Catharina van Hees (1768 -1825), die samen met Jacobus Heeren aan de wieg stond van de congregatie. Charles Caspers dook in de archieven en schreef een mooi portret van deze mysterieuze vrouw.

Hij typeert haar als excentriek en tegelijkertijd bindend persoon, gehoorzaam en gezagvol. Haar faam is grotendeels gebaseerd op haar talrijke visioenen. Caspers baseert zich op het dagboek van pastoor Heeren en hij plaatst de gegevens uit dit dagboek in een sociaalhistorisch kader. De wereld van Anna Catharina van Hees was die van de Meijerij van ’s-Hertogenbosch in het laatste kwart van de achttiende en het eerste kwart van de negentiende eeuw. Tijdens haar leven vonden veel staatkundige veranderingen plaats, maar het is twijfelachtig of zij daar veel van heeft gemerkt. Belangrijker was de constante armoede waarmee zij werd geconfronteerd.  Anna Catharina van Hees kwam ter wereld in Oisterwijk en omdat haar ouders het niet breed hadden trok zij op twaalfjarige leeftijd in bij een oom. Na verschillende tussenstops trad ze in dienst van een koopman-leerlooier in de Bossche Postelstraat. Zij zou er achttien jaar blijven en zich gaandeweg steeds meer oefenen in het gebed. Op 33-jarige leeftijd koos zij Jacobus Heeren tot biechtvader. Er was een boek dat grote indruk op haar maakte: de Regel van het derden orden, genaamd van penitentie, geschreven door de Brusselse franciscaan Franciscus Peri. Deze auteur roept op tot een vorm van navolging, die vooral bestaat uit een afkeer van de wereld. Anna Catharina heeft zich met behulp van deze lectuur geestelijk verdiept, waardoor zij naar God werd getrokken.

HK

Caspers schrijft aan Heeren een zekere fascinatie voor charismatische en ascetische vrouwen toe, hetgeen hem extra gemotiveerd zal hebben om Anna Catharina in haar van zelfkastijdingen voorziene leefwijze te begeleiden. Waarschijnlijk zijn er praktische redenen die verklaren waarom Heeren met haar geleidelijk in Vincentiaanse richting is geëvolueerd. Omstreeks 1800 waren er voor mannen en vrouwen met roeping weinig uitzicht op het kloosterleven. Maar met name congregaties van liefdezusters werden wel nuttig en zelfs onmisbaar geacht voor de samenleving en daarom werd hun bestaan getolereerd. Ondanks de gerichtheid op de praktische spiritualiteit van Vincentius is noch Heeren noch Anna Catharina ooit helemaal losgekomen van de fascinatie met het lijden. Zij streefde er naar om gelijkvormig met Jezus te worden door met hem mee te lijden en dit mede-lijden leidde gedurende een zestal jaren – tot aan de stichtingsdag van de congregatie - tot extreem ascetisch gedrag. Caspers plaatst dit gedrag in de traditie en constateert dat het voor hedendaagse mensen iets onbegrijpelijks en afstotends heeft. Desondanks ging het ook voor sommige religieuzen in de twintigste eeuw, die overeenkomstige ‘boetvaardigheden’ hebben gepraktiseerd,  gepaard met een niet in woorden te vatten sensatie van gelukzaligheid.

Anna Catharina vermocht om met haar smeekbeden de zielen uit het vagevuur te bevrijden en zij werd regelmatig gevraagd om ook te bidden voor ‘aardse zaken’. Caspers geeft een genuanceerd antwoord op de door hemzelf opgeworpen vraag of Anna Catharina een visionaire of mystica was. Zij heeft in overleg met Heeren en anderen toegewerkt naar gezamenlijke doelen: de stichting van de congregatie, de zorg voor arme kinderen, de oprichting van een herensociëteit en het godsdienstonderwijs aan ouden van dagen. Voor de oprichting van een congregatie van liefdezusters ging Jacobus Heeren te rade bij kanunnik Pierre-Joseph Triest te Gent. Om met Maria’s voorspraak Gods wil te vernemen en zijn zegen af te smeken voor het verdere verloop van het stichtingsproces gingen Jacobus Heeren, Anna Catharina van Hees en anderen op bedevaart naar Uden. Hoewel in een visioen onthuld werd dat de tijd nog niet rijp was bleek dit bezoek toch uitermate zinvol. Caspers werpt licht op schijnbare toevalligheden in het stichtingsproces. Hij verhaalt bijvoorbeeld waarom de bedevaart naar Uden plaats vond op 24 september 1816, het feest van Maria de Mercede, waar de devotie tot ‘Onze Lieve Vrouw ter Linde’ vandaan komt en welke andere populaire Maria-pelgrimages ondernomen zijn in de aanloop naar de stichting van de congregatie. De auteur biedt en passant een fascinerend inkijkje in de leef- en belevingswereld van katholieken van circa twee eeuwen geleden, in het bijzonder die van zijn hoofdpersonage 'Heilig Kaatje'. Met recht, zo concludeert hij, mag zij zo genoemd worden, omdat zij zichzelf uit liefde voor God en de medemens heeft weggecijferd voor anderen. Het slothoofdstuk van dit boek bestaat uit de transcriptie van het dagboek van Jacobus Heeren en dat is na de voorafgaande duiding ervan een toegankelijke toegift.  Zacht, doch krachtdadig is een boeiende, goed geïnformeerde beschrijving en analyse van het leven van een vrouw wier inspiratie nog immer voortleeft.

Charles Caspers, Zacht, doch krachtdadig. Heilig Kaatje. 
Anna Catharina van Hees en de oorsprong van de congregatie dochters van Maria en Joseph

ISBN 9789492093110  Adveniat Hardcover full colour