Interview met Gerard Mathijsen osb

Gepubliceerd op: 26-8-2015 om 06:55 door Greco Idema. Bron: www.nieuwwij.nl

EGMOND-BINNEN - Nieuwwij.nl sprak met abt Gerard Mathijsen osb, die al enkele decennia aan het hoofd staat van de St.-Adelbertabdij.

Onderstaand enkele fragmenten uit het interview.

Broeder Gerard beschouwt het als zijn missie om een gemeenschap te vormen waarin voor ieder niet alleen ruimte is, maar ook richting, vooruitgang in toewijding aan God, de broeders en de mensen. Hij vindt het belangrijk om volgens zijn geweten te handelen en op de vraag hoe hij dat doet antwoordt hij: 
“Doen wat er gedaan moet worden, spreken als er iets gezegd moet worden, en weten te zwijgen en geduld te hebben. En proberen te groeien in gebed. Wat is een abt die niet bidt? En bidden doe je nooit genoeg. Ik bedoel niet gebeden prevelen, maar leven in Gods tegenwoordigheid.”

Met de gemeenschap in Egmond-Binnen gaat het goed. Broeder Gerard: “In de communiteit zijn we momenteel met 16 broeders. Daarnaast zijn er nog twee broeders in een kloosterverzorgingsoord. Afgelopen jaar traden 3 mannen toe, terwijl nog enkele andere mannen een voorbereidingstraject volgen. Er is dus een redelijke mogelijkheid dat het monastieke leven in onze abdij toekomst heeft.”

 

Gerard M

abt Mathijsen

Er is de laatste jaren weer meer belangstelling van kandidaat religieuzen voor een leven als Norbertijn, Dominicaan, Franciscaan of Benedictijn. Broeder Gerard ziet dit niet als een tijdelijke opleving maar als het begin van een nieuwe ontwikkeling en hij licht toe: “In de jaren na het Tweede Vaticaanse Concilie is er door de Kerk, en ook door de religieuze instituten, een storm gegaan die veel verfrissing heeft gebracht maar ook wel schade heeft aangericht. Er zijn nieuwe bewegingen ontstaan, maar voor de gevestigde ordes en congregaties was het een periode van onrust met veel onzekerheid, wat allerminst bevorderlijk is voor verdieping en bloei. Wellicht breekt nu een tijdperk aan waarin geoogst mag worden waarvoor anderen hebben gezwoegd.”

Abt Mathijsen pleit in dat verband voor het laten bezielen  van onze eigen inspanningen door de Geest van God en illustreert dit met een voorbeeld: “Een priester die in Brazilië werkzaam is, vertelde dat er in zijn bisdom elk jaar meerdere aanmeldingen zijn voor het priesterschap en het religieuze leven, en schreef dat toe aan het initiatief van de bisschop om in de kerken iedere zondagmiddag een uur te laten bidden voor roepingen. We moeten de hemel geweld aandoen.”

Structuur

Sommige Nederlandse jongeren met belangstelling voor het kloosterleven vertrekken naar het buitenland omdat ze hier te weinig structuur vinden. Op de vraag wat hij hiervan vindt antwoordt broeder Gerard: “Ik kan mij heel goed in hun ideeën verplaatsen. Misschien hebben zij ook een strakke structuur nodig. Toch lijkt mij een negatief oordeel over de oudere religieuzen onrechtvaardig. Zij hebben het uitgehouden in een moeilijke tijd, waarin zij velen, en vaak zeer goede medebroeders en zusters, zagen afhaken. Er is heel veel initiatief geweest, veel solidariteit en veel inzet. Maar traditionele kloosterlijke waarden zijn ook wel in de verdrukking gekomen en misschien geridiculiseerd. Het begrip gehoorzaamheid bijvoorbeeld is dikwijls wel erg opgerekt. Die jongeren kunnen kiezen voor aansluiting bij een klooster in het buitenland met strikte observatie (waar zij de kans zullen lopen lelijk hun neus te stoten) of deemoedig zich aan te sluiten bij een bestaande gemeenschap en zich daar helemaal te geven. Daaruit zou iets moois kunnen groeien, en zij zullen verbaasd zijn hoeveel die ‘slappe hap’ hen toch te bieden heeft.”

Voor een stabiel religieus leven is een minimale bestaanszekerheid weldadig, aldus broeder Gerard. De inspanningen van de Norbertinessen in Oosterhout met betrekking tot hun wijngaarden en van de Norbertijnen in Heeswijk, waar mogelijk een bierbrouwerij komt, vindt hij een goede ontwikkeling: “Want dan pas zijn ze werkelijk monniken als ze leven van het werk van hun handen, zoals ook onze vaders en de apostelen”(RB 48,8). Monniken zijn geen renteniers maar moeten werken voor de kost. Bid en werk. Dat is een grondregel voor monastiek leven. Een passende nieuwe arbeid te vinden wordt moeilijk. Ik bewonder het initiatief van de dochters en zonen van de Heilige Norbertus, en zal hun producten graag (met mate) proeven.”

Het volledige interview