Boek over de Nederlandse Augustijnen

Gepubliceerd op: 16-7-2015 om 07:48 door WvdV.

EINDHOVEN - Op 28 augustus 2015 verschijnt ''Een kleine orde met allure. De augustijnen in Nederland, 1886-2006'' van de hand van Brian Heffernan.

Wij vroegen de auteur naar de achtergronden en de inhoud van de publicatie, die tijdens een symposium op de feestdag van Augustinus zal worden gepresenteerd.

Waarom een boek over de augustijnen?

De augustijnen zijn weliswaar klein in aantal, maar ze hebben toch een eigen rol gespeeld in de Nederlandse geschiedenis. Vooral in het katholieke middelbaar onderwijs; ze hadden zes middelbare scholen en daar studeerden niet de minsten. Godfried Bomans, Cees Nooteboom, Dries van Agt, Pim Fortuyn… heel uiteenlopende mensen, allemaal op een augustijnenschool gezeten. De vraag is dan: wat waren dat voor religieuzen? Daar probeer ik in mijn boek een antwoord op te geven.

De augustijnen stonden in de schaduw bij grote broers zoals de jezuïeten en de dominicanen, maar ze voelden zich toch anders dan bijvoorbeeld een congregatie uit de 19e eeuw. Ik beschrijf ze als een kleine orde met allure. Die stoelde op verschillende ordestradities: bijvoorbeeld de eigen, Hollandse statiepaters vanaf de 17e eeuw, maar ook op de middeleeuwse augustijnse theologenschool. Later herontdekten ze natuurlijk Augustinus. En ze waren trots op de denkers van naam uit hun eigen midden, zoals Ansfried Hulsbosch of Wim Luijpen.

Hoe kwamen de augustijnen u op het spoor (of vice versa)?

Ik was al langer bevriend met Martijn Schrama, een augustijn die in Utrecht woont. Hij is zelf een specialist op het gebied van de augustijnse geschiedenis. Toen ik in 2010 mijn promotieonderzoek had afgerond heeft het provinciebestuur mij gevraagd of ik dit boek wilde schrijven. Ze wilden geen ouderwetse provinciegeschiedenis, maar een boek dat zou aansluiten bij de geschiedschrijving. Dat sprak me wel aan, en zo is het gekomen.

Wat is eigen voor de geschiedenis van de Nederlandse provincie der augustijnen in vergelijking met augustijnen elders?

De Nederlanders zijn misschien net wat radicaler in veel dingen. In de 19e eeuw fel tegen een meer monastiek leven (ze woonden vanouds allemaal op de pastorie); dan in de eerste helft van de 20e eeuw juist een heel sterk monastieke inslag, zelfs met vleugjes eremietenideaal erdoorheen; en sinds de jaren zestig weer heel sterk bewogen voor vernieuwing van kerk, geloof en religieus leven. Maar het is maar net met wie je ze vergelijkt, want ik denk dat de Nederlandse augustijnen op deze punten minder fel waren dan veel andere Nederlandse priesterreligieuzen.

Wat zijn de belangrijkste breuklijnen in hun geschiedenis van 1886 tot 1906?

Het boek is opgedeeld in hoofdstukken die elk een eigen tijdvak behandelen. Van 1886 tot 1920 waren de augustijnen bezig zich te transformeren van statiepaters in kloosterlijke zielzorgers. Enerzijds echte kloosterlingen, met kloosters en koorgebed en habijt enz., anderzijds mannen van actie, van parochies runnen en strijden voor de katholieke emancipatie. Van 1920 tot 1950 kregen ze een groep jonge intellectuelen die verdieping wilden. Dat leidde tot de herontdekking van Augustinus: ze wilden echte augustijnen zijn, levend vanuit de augustijnse spiritualiteit. Van 1950 tot 1970 waren ze vooral bezig met hoe de kerk, het geloof en het kloosterleven vernieuwd konden worden. En sinds 1970, eigenlijk vooral sinds de jaren tachtig, zijn ze dragers van augustijnse spiritualiteit geworden. Bijvoorbeeld door het Augustijns Instituut in Eindhoven.

Hoe schrijf je de geschiedenis van een religieuze orde?

Je moet allereerst goede afspraken maken. Ik werkte in opdracht, maar het moest een wetenschappelijk verantwoord boek worden. Dat betekent je vrijheid als onderzoeker veiligstellen. Dat is ook gelukt. Ik heb mijn eigen onderzoeksopdracht kunnen schrijven en kreeg de sleutel tot het archief. Het provinciebestuur heeft zich inhoudelijk niet met het proces bemoeid, ook niet als het om gevoelige kwesties als misbruik ging.

De insteek was om er niet zomaar een feitenrelaas van te maken, maar om te proberen aan te sluiten bij vraagstellingen over de geschiedenis van religieuzen die andere historici ook hanteren. Dat betekent natuurlijk goed de literatuur bijhouden. Naast het archiefonderzoek heb ik ook interviews afgenomen en dat geeft toch een heel eigen aanvulling op het beeld dat je krijgt.

Hoe organiseer je feedback door deskundige, betrokken buitenstaanders (niet-augustijnen)?

We hebben een wetenschappelijke begeleidingscommissie ingesteld, waarin één augustijn zat, Martijn Schrama, en één externe historicus, Theo Clemens. Telkens als er een hoofdstuk af was, dan lazen ze het en bespraken we dat samen. Dat werkte uitstekend. De discussies die we daar gevoerd hebben hielpen me vaak echt vooruit.

Heffernan

Op de voorkant van het boek staat een schildering. Wat is daar te zien?

Het is een fragment van een fresco van Charles Eyck, gemaakt in 1937 in de refter van het klooster Mariënhage in Eindhoven. De man met aureool is Augustinus; daaromheen staan augustijnse heiligen. Wie het allemaal zijn? Dat is helemaal niet zo gemakkelijk uit te zoeken. Ik maak de resultaten van mijn eigen speurtocht bekend op de presentatie op 28 augustus.

Ik heb het ook een beetje gekozen om de huidige augustijnen te confronteren met een zelfbeeld dat ze allang niet meer herkennen. Het is heel monastiek en rooms, allemaal in habijt, met tonsuur en de Sint-Pieter op de achtergrond. Maar er zitten toch dingen in die ze nu nog wel kunnen meevoelen. Er staat een gemeenschap, en gemeenschap is een belangrijk thema in de augustijnse spiritualiteit. En Augustinus zelf in het midden natuurlijk, dat is ook vandaag de dag een belangrijke factor.

Meer informatie over het symposium, dat op 28 augustus in de paterskerk in Eindhoven plaats zal vinden.