Oblaten in Lourdes

Gepubliceerd op: 14-7-2015 om 07:56 door Matheu Bemelmans. Bron: LOURDES Nummer 2 - zomer 2015

LOURDES - In het kader van het ‘Jaar van het Godgewijde leven’ belicht het blad 'Lourdes' in een korte serie enkele religieuze gemeenschappen die in dit Maria-heiligdom actief zijn. In deze tweede aflevering is het woord aan de Vlaamse pater Mark Kemseke over de aanwezigheid van de Oblaten van Maria aldaar.

Het eerste verzoek aan de paters Missionarissen Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria (afgekort als O.M.I.) om zich in Lourdes te vestigen, dateert al van vlak na de verschijningen. Toch is de congregatie pas de laatste dertig jaar echt in het heiligdom actief. Pater Kemseke legt uit hoe dat komt: “Bisschop Laurence van Tarbes-Lourdes was in 1861 op zoek naar pastorale hulp om het heiligdom te kunnen opbouwen. Hij schreef ondermeer een brief aan de stichter van de Oblaten – zijn collega-bisschop Eugène de Mazenod van Marseille. Maar die brief werd nooit beantwoord, omdat De Mazenod stierf. Pas 124 jaar later kwam er een tweede verzoek aan onze congregatie om enkele mensen te leveren voor de opvang van jongeren in Lourdes.” 

Lourdes 4

Pater Mark Kemseke O.M.I. vertelt graag over de boodschap van Lourdes

Die vraag werd wel positief beantwoord. De oblaten leverden drie paters, onder wie Mark Kemseke. “Ik heb toen zes jaar voor de jeugddienst van het heiligdom gewerkt, waarvan drie jaar als verantwoordelijke,” vertelt hij terugkijkend. “In die tijd kwamen er 500.000 jongeren per jaar naar Lourdes. We zijn er toen onder andere in geslaagd om de bezetting van het jongerenkamp fors te verhogen.” 

Intussen werd er steeds vaker een beroep op de Oblaten gedaan om ook andere taken in het heiligdom op zich te nemen. “We werden ondermeer gevraagd om pelgrimsgroepen die met bussen naar Lourdes kwamen te ontvangen,” herinnert Kemseke zich. Daarvoor werden twee extra paters als chapelain (kapelaan) van het heiligdom aangesteld. “Stilaan raakten wij betrokken bij het programma dat aan die groepen werd aangeboden. Toen er dagelijkse eucharistievieringen in verschillende talen moesten komen, werd ook naar ons gekeken.” 

Langzaam ontstond er een gemeenschap van O.M.I.-paters die zich bekommerde om de buitenlandse pelgrims die niet bij een officiële bedevaart hoorden. Kemseke: “Aanvankelijk dachten we nog dat dit touringcars waren op doortocht naar Spanje. Maar we hebben toen een tijdlang alle nummerborden van de bussen op de parkeerplaatsen gecheckt en het bleek dat ze meerdere dagen in Lourdes bleven en ook regelmatig terugkwamen.”

Eigen chapelains

Het ging dus om een serieuze groep pelgrims naast de officiële bedevaartorganisaties. “Een groot aantal van deze groepen had geen eigen priester en daarom vonden wij dat we hen iets structureels moesten aanbieden. Zo is geleidelijk de pastorale dienst van het heiligdom met eigen chapelains voor de verschillende talen ontstaan,” aldus pater Kemseke. “Toen onze generaal-overste een keer in Lourdes op bezoek was, is er een contract met de congregatie gesloten, waarin deze taak officieel aan ons werd toegekend.” Met dank aan de Oblaten werd het Nederlands toen ook een officiële taal in Lourdes. Kemseke: “Men twijfelde tussen Pools en Nederlands. Maar toen bleek dat de meeste Poolse groepen eigen priesters meebrachten, is voor Nederlands gekozen.” 

Sindsdien bestaat de O.M.I.-gemeenschap in Lourdes uit een vaste groep van negen paters. “We hebben geen eigen klooster, maar wonen in het priesterhuis van het heiligdom,” vertelt Kemseke. “Daar hebben we een eigen zaal ter beschikking waar we bij elkaar komen om samen te bidden en te overleggen. Anders dan andere religieuzen hebben wij dus maar een beperkt gemeenschapsleven. Maar we zijn allemaal zo druk, dat er toch niet veel tijd is om samen door te brengen.”

De paters hebben namelijk in de loop van de jaren nogal wat taken op zich genomen. Naast de jeugddienst, nemen ze nu ook al vele jaren het pastoraat voor de niet-Franstaligen voor hun rekening. Dat wil zeggen: Italiaans, Spaans, Engels, Duits en Nederlands. Voor elke taalgroep draagt de verantwoordelijke chapelain elke ochtend een eucharistieviering in de betreffende taal op. 

“Vergis je daar niet in,” zegt Kemseke. “De Nederlandse mis dagelijks door zo’n honderd pelgrims bezocht. Dat zijn steeds andere mensen, dus ik moet elke dag wat vertellen over Lourdes en ik houd ook elke dag een korte preek.” Het betreft dan Nederlandse of Vlaamse pelgrims die met busmaatschappijen komen of toeristen die op eigen gelegenheid Lourdes bezoeken.
  
Daarnaast regelen de Oblaten ook de dagelijkse rondleiding over het heiligdom voor de ‘Pelgrims van een dag’, zorgen ze ervoor dat er dagelijks biechtvaders in verschillende talen zijn, regelen ze pelgrims die tijdens de processies en grote vieringen de teksten in hun taal uitspreken. En als er niemand beschikbaar is, doen ze het zelf. Daarnaast verzorgen de paters meestal zelf voor de vertaling van teksten vanuit het Frans naar hun eigen taal. “Dat vertalen lijkt saai kantoorwerk, maar ik zie het als een belangrijke vorm van evangelisatie,” zegt Kemseke, “omdat daardoor veel mensen in het Nederlandse taalgebied kennis kunnen maken met de boodschap van Lourdes.”

Dat de Oblaten zich na het eerste mislukte verzoek uit 1861 in de jaren tachtig van de vorige eeuw alsnog met hart en ziel op het werk in Lourdes hebben gestort, heeft volgens Kemseke alles met de spiritualiteit van hun congregatie te maken. “Onze stichter had drie kernwoorden hoog in het vaandel staan: de armen, de kerk en Maria. Het is jammer dat hij vlak voor de erkenning van de verschijningen stierf, anders was hij vast een keer op bedevaart naar Lourdes gekomen.”  

Lourdes 5

Eugène de Mazenod
De heilige Eugène de Mazenod werd in 1782 in Aix-en-Provence geboren in een aristocratische familie. Tijdens de Franse Revolutie vluchtte hij naar Italië. In 1811 keerde hij terug naar Frankrijk, waar hij in Amiens tot priester werd gewijd. In 1816 stichtte De Mazenod een congregatie van priesters die volksmissies gingen preken in parochies waar vaak al tientallen jaren geen priester meer was geweest. Ook stuurde hij zijn priesters uit om oude Mariabedevaartplaatsen weer tot leven te wekken, zoals Notre-Dame de Lumière in Aix-en-Provence. In 1837 werd De Mazenod bisschop van Marseille en liet hij onder meer de Mariabasiliek Notre-Dame de la Garde bouwen. Als bisschop lobbyde hij sterk voor de erkenning van het dogma van Maria Onbevlekt Ontvangen, dat ook in de theologie van Lourdes een belangrijke rol speelt. De Mazenod overleed op 21 mei 1861. In 1975 werd hij zalig verklaard, twintig jaar later gevolgd door de heiligverklaring. In Lourdes is zijn portret onder meer te vinden in de Pius X-basiliek. Momenteel telt de congregatie van Oblaten van Maria zo’n 3800 leden, onder wie ook enkele tientallen in Nederland en België. 

De eerste aflevering in deze serie