Nieuwe studie zusters JMJ

Gepubliceerd op: 30-7-2015 om 07:46 door WvdV.

'S-HERTOGENBOSCH - Op 29 juli, de stichtingsdag van de congregatie JMJ, is in Klooster Marienburg (het moederhuis van de zusters) een historische studie gepresenteerd.

De titel van het boek luidt Zusters van JMJ. Geschiedenis van een congregatie 1822 - 1962. De auteurs zijn Anneke Driessen en Gerard van de Ven. Zuster Laetitia Aarnink, provinciaal overste van de zusters van JMJ, opende de bijeenkomst met een hartelijk woord van welkom aan haar in groten getale toegestroomde medezusters en andere genodigden.

Dagvoorzitter Ad de Keyzer gaf het woord aan Otto S. Lankhorst van het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. Het thema van zijn voordracht: het belang van het bewaren van kloosterarchieven, bibliotheekmateriaal en voorwerpen. Hij begon zijn lezing met een concrete beschrijving van het ontstaan en de groei van een kloosterarchief. Vervolgens vertelde hij in vogelvlucht de ontwikkelingen in kloosterlijk Nederland die hebben geleid tot de oprichting van het Erfgoedcentrum. Een centrale rol was hierin weggelegd voor twee personen: pater Gerlach en zuster Louise van Laarhoven (respectievelijk van de kapucijnengemeenschap aan de Van der Does de Willeboissingel en van de Societeit van JMJ aan de St. Janssingel, dus aan weerszijden van de Dommel). Met uitzondering van de woelige beginperiode is het archief van de Zusters Societeit van JMJ bewaard gebleven en mede dankzij zuster Louise van Laarhoven ook goed geordend.

Hierna was het tijd voor een muzikaal intermezzo door Wieke de Keyzer, Lars Mak en Tom Schraven, die bekende chansons ten gehore brachten (''Het dorp'', "La Vie en Rose" en ''Something Stupid'').

Vervolgens gaf Gerard van de Ven een toelichting op de keuzes, die gemaakt zijn tijdens het schrijfproces. De periode die het boek bestrijkt is die van de stichting (in 1822)  tot 1962 toen de congregatie in drie provincies is verdeeld: Indonesië, India en Nederland. De groei van de congregatie is zeer spectaculair geweest: van 100 zusters in 1857 naar bijna 2.000 in 1940 (verdeeld over 75 huizen). De zusters van JMJ hebben aan de wieg gestaan van vele gezondheidsinstellingen en waren vertegenwoordigd in alle vormen van onderwijs. Van de Ven vestigde specifiek de aandacht op het onderwijs aan kinderen, die in grote armoe verkeerden. Dat ging veel verder dan uitsluitend onderricht, het behelsde ook voor- en naschoolse opvang, terwijl de zusters daarnaast ook regelmatig op huisbezoek gingen bij verpauperde gezinnen. De auteurs hebben uitvoerig de missies in Indonesië en India beschreven, waar de talrijke instellingen een tastbare herinnering vormen aan de presentie van de zusters van JMJ. Maar ook de vele eigenlandse zusters, die deze herinnering levend zullen kunnen houden, zijn een vrucht van het werk en de inspiratie van de zusters van JMJ. De auteurs hebben grote waardering voor de enorme inzet en het organisatietalent van deze begaafde, krachtige zusters. De opmerking van Van de Ven over het te verwachten positieve effect van een grotere inzet van dergelijke getalenteerde vrouwen in de RK kerk oogstte veel bijval.

Na een tweede muzikaal intermezzo was het moment daar voor Anja van Heusden van Uitgeverij Verloren om het boek Zusters van JMJ aan te reiken aan auteur Anneke Driessen. Zuster Laetitia Aarnink uitte haar dankbaarheid voor de waardevolle samenwerking met diverse betrokken ''partijen'' door de eerste vijf exemplaren van het boek te overhandigen aan respectievelijk algemeen overste zuster Theresia Supriyati (Soc JMJ), zuster Beatrix Woertman (Zusters OLVr van Amersfoort), de heer Logister, loco-burgemeester van 's-Hertogenbosch, deken Van den Hout, vicaris van het bisdom en prof. dr. Aarts, de kersverse rector magnificus van de Universiteit van Tilburg.

Het boek

De congregatie van de Zusters van Jezus, Maria en Josef (JMJ) is voortgekomen uit een congregatie die in 1822 in Amersfoort werd gesticht door pater Mathias Wolff SJ. In 1840 kwam het tot een scheiding en vormden de zusters in het zuiden een zelfstandige congregatie. In 1857 werd het moederhuis gevestigd in 's-Hertogenbosch. De zusters zijn vanaf het begin werkzaam geweest in het onderwijs. Ook toen zij vanaf 1850 de zorg voor ouderen en zieken op zich namen, bleef de nadruk liggen op het onderwijs. Rond 1900 werden de eerste zusters uitgezonden naar Indonesië om onderwijs te geven en vervolgens naar India, waar zij begonnen met gezondheidszorg. In 1962 werden deze missiegebieden zelfstandige provincies. In hun geschiedenis van de Zusters JMJ leggen Anneke Driessen en Gerard van de Ven hoofdaccenten op het moeizame begin van de congregatie en de ontwikkeling in Indonesië en India. In een epiloog beschrijft zuster Laetitia Aarnink de religieuze inspiratie van waaruit de zusters hebben gewerkt. Zij gaat ook in op de betekenis van die inspiratie voor de aanpassing en vernieuwing van de congregatie in Nederland na 1960. 

A.M.A.J. Driessen en G.P. van de Ven, Zusters van JMJ. Geschiedenis van een congregatie 1822 - 1962.ISBN 9789087044701. Uitgeverij Verloren. Aantal bladzijdes:448. Gewicht: 2 kilo. Rijk geïllustreerd. Met leeslint.

JMJ collage

Site van de zusters
Uitgeverij Verloren