AEN-nieuwsbrief

Gepubliceerd op: 20-5-2015 om 16:48 door G. Moorman. Bron: www.afrikaeuropanetwerk.nl

DEN BOSCH - In het laatste nummer van Her en Der, dat gisteren verscheen, staan twee berichten waaruit de toegenomen kracht blijkt van Afrika. Het derde bericht beschrijft daarentegen de meest kwetsbare kant van Afrika. Zieke mensen melden zich bij gebrek aan goede gezondheidszorg aan bij experimenten met nieuwe medicijnen. Maar als de nieuwe medicijnen hen nog veel zieker maken, kunnen ze nergens terecht met hun klachten

De diaspora mag weer meepraten over ontwikkeling

Afrikaanse migranten in Nederland weten wat er speelt in hun thuislanden. De Tweede Kamer nam eindelijk een motie aan om hen meer te betrekken bij ontwikkelingsbeleid.
Migranten uit Afrika kennen de taal en cultuur in hun land van herkomst, én die in Nederland. Van hun kennis zou veel meer gebruik gemaakt kunnen worden in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Dat concludeert een onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit, dat gedaan werd op verzoek van Africa in Motion, een organisatie van Afrikaanse diaspora. Max Koffi van Africa in Motion ging met de resultaten onder de arm naar de Tweede Kamer, en kreeg gehoor. Een meerderheid stemde eind april in met een motie van de SP om diaspora meer te betrekken bij de Strategische Partnerschappen die minister Ploumen sloot met maatschappelijke organisaties, en bij toekomstig beleid.
Koffi pleit al jaren voor een grotere rol van diaspora. “De diaspora stuurt veel geld naar hun familie in Afrika, bij elkaar meer dan de officiële ontwikkelingshulp. Maar ze praten weinig mee met ontwikkelingsorganisaties. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is een veel te witte sector.” Koffi wil dat de diaspora niet alleen meepraat over migratie, integratie en terugkeerbeleid, maar ook over zaken als economie, landbouw of grondstoffen uit hun land van herkomst. Koffi zegt dat organisaties van diaspora tevergeefs aanklopten bij ontwikkelingsorganisaties om mee te doen met strategische partnerschappen.
Bob van Dillen, houdt zich bij Cordaid bezig met migratie en ontwikkeling. Cordaid werkt al vijftien jaar samen met migranten en disapora-organisaties, vooral rond economische projecten of onderwijs en gezondheidszorg. Bij de strategische partnerschappen ligt samenwerking minder voor de hand, zegt Van Dillen. “Die gaan over beleidsbeïnvloeding. We werken samen met lokale organisaties uit de landen zelf die het beste geplaatst zijn om hun eigen overheid te bevragen en beïnvloeden. De diaspora wordt door lokale overheden niet altijd erkend als actor, of zelfs gewantrouwd, mede omdat ze voor een deel politieke vluchtelingen zijn.” (Bron: OneWorld (Joris Tielens), 1/5/2015)

Gezondheidsschade bij medicijnonderzoek

Bij geneesmiddelenonderzoek in landen waar onvoldoende toezicht is op de naleving van ethische richtlijnen worden de rechten van proefpersonen soms met voeten getreden.  De Nederlandse NGO Wemos bracht hierover begin mei een onderzoeksrapport uit.
Grace Mawere deed in 2010 mee aan een medicijnonderzoek voor hiv-patiënten in Zimbabwe. De geneesmiddelen zouden de hiv-waarden in haar bloed terugdringen, zodat ze zich beter zou voelen. Deze waarden namen inderdaad af. Maar wat ook afnam, was haar gezichtsvermogen. Hoogstwaarschijnlijk werd zij gedeeltelijk blind als gevolg van het onderzoek, maar ze is nooit in aanmerking gekomen voor compensatie voor de geleden schade. Wanhopig klopte Grace aan bij de onderzoekers van de geneesmiddelentest. Een duidelijk antwoord bleef uit en er werd geen actie ondernomen om de mogelijke relatie tussen de medicijnproef en de gedeeltelijke blindheid te onderzoeken.  
Journalist Terence Zimwara onderzocht deze zaak voor Wemos. Hij keek naar bestaande wetten en regels en het functioneren van regelgevende en toezichthoudende instanties in Zimbabwe. De resultaten van het onderzoek bracht Wemos op 7 mei uit in het onderzoeksrapport 'Clinical Trial Realities in Zimbabwe: Dealing with Possible Unethical Research’. Het rapport schetst een beeld van kwetsbare proefpersonen en een gebrekkig monitoringsysteem in Zimbabwe. De meeste Zimbabwanen hebben geen goede toegang tot zorg en medicijnen en hebben ook geen zorgverzekering. Veel Zimbabwanen worden getroffen door infectieziekten als hiv/aids, malaria en tuberculose. Deelname aan een medicijnonderzoek is voor hen vaak een van de weinige mogelijkheden om een behandeling te ontvangen. Dit maakt hen kwetsbaar voor uitbuiting en er bestaat ook een kans op blijvende gezondheidsschade. Het schenden van wet- en regelgeving blijft vaak onbestraft in Zimbabwe, omdat de betreffende instanties niet over voldoende capaciteit beschikken om toezicht te houden. Bovendien is er weinig informatie beschikbaar over medicijnonderzoeken in Zimbabwe, waardoor proefpersonen niet op de hoogte zijn van hun rechten en de risico’s. 
Actie is nodig om ethische uitvoering van medicijntesten en de bescherming van proefpersonen te garanderen. Dat geldt voor Zimbabwe en elders ter wereld. Ook is bewustwording van het publiek noodzakelijk, bijvoorbeeld door berichtgeving in de media. De gezondheid en rechten van individuele proefpersonen horen immers altijd voorop te staan.   (Bron: WEMOS (Diana Hoeflake), 7/05/2015)

Aantal mobiele telefoons in Afrika stijgt razendsnel

Begin deze eeuw had maar een kleine minderheid in Afrika een mobiele telefoon, vandaag zijn de toestellen er alomtegenwoordig. Ook de smartphones rukken op. 
In 2002 had nauwelijks een op de tien inwoners van Tanzania, Oeganda, Kenia en Ghana een mobiele telefoon. Sindsdien is het aantal toestellen er exponentieel gestegen, zo staat te lezen in een nieuw rapport van het Pew-onderzoekscentrum. Gemiddeld heeft twee derde van de inwoners in Afrika ten zuiden van de Sahara nu een gsm. In Zuid-Afrika en Nigeria hebben zelfs negen op de tien inwoners er een. Wie Engels spreekt of die taal enigszins beheerst, zal sneller een mobiele telefoon kopen, blijkt uit het onderzoek. In Oeganda bijvoorbeeld heeft drie kwart van de mensen die op zijn minst wat Engels begrijpen of spreken zo’n toestel. Bij wie geen Engels kan, daalt het gsm-bezit tot 48 procent. Smartphones, die toegang geven tot het internet, zijn minder wijdverbreid, maar ook hier ziet Pew een sterke groei, vooral bij jongeren: “In verschillende landen beschikken al aanzienlijke minderheden over zo’n toestel, in Zuid-Afrika gaat het zelfs al om 34 procent.”
In landen als Kenia, Oeganda en Tanzania krijgt ook het mobiel bankieren stilaan voet aan de grond, maar daar is het aantal smartphone-bezitters nog altijd kleiner dan 10 procent. (Bron: IPS, 20/4/2015)