Religieus leven in een bijzonder jaar

Gepubliceerd op: 10-4-2015 om 07:32 door Denis Hendrickx o.praem., Abt van Berne. Bron: Tijdschrift BERNE

HEESWIJK-DINTHER - In een artikel in het tijdschrift BERNE schrijft de abt van Berne naar aanleiding van de oproep van Paus Franciscus aan het adres van de religieuzen om de wereld wakker te schudden.

Paus Franciscus: “Ik verwacht dat jullie de wereld wakker schudden, want wat het godgewijde leven kenmerkt is de profetie. De radicaliteit van het evangelie is niet alleen iets van religieuzen. Die wordt aan iederéén gevraagd. Maar de religieuzen volgen de Heer op een speciale wijze, op een profetische wijze. En dat is de prioriteit die vandaag gevraagd wordt: profeten zijn die getuigen over hoe Jezus op aarde geleefd heeft. Een religieus mag nooit weigeren om profeet te zijn”.

Profeet zijn in deze wereld en in deze tijd

Gehoor geven aan die zo nadrukkelijk geformuleerde oproep van de Bisschop van Rome, zelf religieus, vraagt om die wereld van dagelijks leven te beschouwen. Wat is er allemaal gaande, waardoor wordt samenleven van mensen gekleurd?
Wie had gedacht dat we, ruim zeventig jaar na de bevrijding van de brutale overheersing van de Duitse bezetter, ook nu weer in een tijd leven waarin we ons reële zorgen moeten maken over vrede en veiligheid. Op veel plaatsen in deze wereld laait het vuur op en worden we geconfronteerd met verwoestende brandhaarden. Geweld van onverdraagzaamheid ligt steeds nadrukkelijker en direct nabij op de loer. Conflicten van ver weg raken ons hier indringend. Wat in juli boven de Oekraïne, begin januari in Parijs en enkele weken later in Verviers is gebeurd brengt ons een tijd waarin de angst meer en meer dreigt te gaan regeren. Het raakt ons allemaal extra, omdat we voelen dat daar op brutale wijze de grondslag van ons samenleven zelf uit de lucht werd geschoten, werd kapotgeschoten. En als er dan iemand onze journaalstudio in Hilversum weet binnen te dringen verkeren we in staat van alarm. We worden met de neus op de feiten gedrukt. Het kwaad en het daarin gewortelde geweld is nooit weg. Het is verwarrend en maakt ons boos en onzeker. En het voedt onbehagen en fanatisme. Maar: voor een goede samenleving moet worden gevochten. We hebben daarin de afgelopen decennia, wereldwijd, veel bereikt. Maar de recente gebeurtenissen drukken ons wel met de neus op de feiten. Het is nooit af, we moeten blijven vechten, bevrijding is een werkwoord en daagt uit om telkens weer profeet te zijn en meer en meer te worden.
In een samenleving van ‘democratie in wording’ en een middels open besluiten tot stand gekomen rechtstaat is er brede ruimte voor verschillende opvattingen en daartoe mag en moet zeker ook religie gerekend worden. Zo een samenleving kent een heldere grens: er wordt zonder geweld gesproken en met open vizier. En de wet geldt allen en nadrukkelijk in eenzelfde mate, van hoog tot laag, welke kleur of geaardheid men ook heeft. “Een samenleving die zichzelf zodanig kleurt en slechts wordt gezien als een optelsom van individuele belangen kan toch moeilijk duurzaam en vreedzaam zijn”, zo stelde Wim van de Donk, Commissaris van de Koning in Noord-Brabant, in zijn toespraak  aan het begin van dit kalenderjaar. Daar waar macht en geweld boven het recht gaan, tasten we het fundament van vreedzaam samenleven aan, van het sociale, het economische en het ecologische kapitaal dat we daarvoor nodig hebben. Een rotsvast geloof in de fundamenten van de menselijke waardigheid, een koersvast optimisme: dat is wat we juist in deze dagen nodig hebben, want alleen zo kunnen we profetisch getuigen en die verworvenheden in weerbaarheid vertalen.

Cobi Voskuilen

Foto: Cobi Voskuilen

Bij enkel recht doen aan mening en overtuiging kunnen en mogen we niet blijven hangen. “Help de armen, bestrijd de rijkdom”, zou de profetische oproep kunnen zijn. Armen helpen is niet meer voldoende vandaag. We moeten ook de armoede zelf bestrijden. Maar hoe? En hoeveel ongelijkheid kunnen we verdragen? Rijke mensen moeten delen met arme mensen. Voor christenen gaat die oproep heel ver: “Totdat niemand nog te weinig en niemand nog te veel geeft”. Zo heeft men gedurende vele eeuwen gepredikt, min of meer met succes. In de tijd van Jezus en nog lang daarna was de armenzorg een verantwoordelijkheid voor de rijken. Maar de tijden zijn veranderd. Nu willen wij meer dan de armen helpen: nu willen wij de armoede bestrijden. Moeten gelovigen nog meer doen dan de strijd aanbinden tegen de armoede? Ja, ze moeten verlangen dat ook de grote ongelijkheden tussen rijke en arme mensen zouden verdwijnen. Zij moeten niet enkel de grote armoede bestrijden, maar ook de grote rijkdom. En met dat voorstel komen weinig politici graag voor de dag. En waarom? Dat staat te lezen in de parabel van de arme Lazarus. Ook als die aan de poort van de rijke vrek de nodige aalmoezen had gekregen, ook dán was de rijke vrek niet vrij te pleiten. Wel als hij Lazarus in zijn huis had opgenomen en had bejegend als een gast. Maar dat heeft hij niet gedaan: die ongelijkheid was te groot. Die arme schooier had hij niet eens gezien, die was voor hem geen echte medemens en geen kind van God. Die moedwillige blindheid was zijn grote zonde.
Gewag maken van onduldbare ongelijkheden in onze samenleving is moeilijke vragen oproepen. Welke ongelijkheden zijn echt storend en onrechtvaardig te noemen? Nog niet zo lang geleden pleitte iemand in de krant voor de afschaffing van de eerste klas in onze treinen. Hij vond dat wij allen samen moeten reizen in de tweede klas. Wie vindt dat de ongelijkheid in de trein niet echt storend mag heten, zal zich hopelijk ergeren aan andere ongelijkheden: de ongelijkheid qua onderwijskansen, qua medische zorgen et cetera. In minder gunstige algemene economische tijden wordt de ongelijkheid extra zichtbaar. Zorg en onderwijs – en dat geldt heden ten dage ook in ons eigen land – kunnen door de smalle beurs niet gegarandeerd worden, want enkel als je veel bezit kun je het kopen of je er extra voor verzekeren.
Gelovigen moeten gevoelig zijn voor ongelijkheden die de verhoudingen tussen de mensen grondig verstoren. Maar dan stoten ze al weer  op vragen die ze niet mogen ontwijken, ook als ze op het eerste gezicht te ingewikkeld lijken om er zich een mening over te vormen. 

Profeten gevraagd

Van een profeet kan gezegd worden dat hij van God de bekwaamheid ontvangt om de huidige tijd en geschiedenis te doorzien en allerlei gebeurtenissen te interpreteren. Het is als een wachter die waakt tijdens de nacht en die weet wanneer de morgen aanbreekt (Jesaja 21,11-12). Hij kent God en hij kent de mannen en de vrouwen, zijn broers en zussen. Hij is bekwaam om te onderscheiden en ook om het kwaad van de zonde en de onrechtvaardigen aan te klagen, want hij is vrij. Hij hoeft geen rekenschap af te leggen aan andere bazen buiten God. Hij kent geen andere interesses dan deze van God. De profeet staat gewoonlijk aan de kant van de arme en van de weerloze, omdat hij weet dat God zelf aan hun kant staat.

Bij de opening van het bijzondere ‘Jaar voor het godgewijde leven’ heeft Paus Franciscus  zijn gedachtegoed wat verder uitgewerkt. “Ik verwacht niet dat je verlangt van utopieën te leven, maar dat je ‘andere  ruimtes’ weet te creëren, waar men de evangelische logica beleeft, deze van het delen, van broederlijkheid en zusterschap, van aanvaarden van verschil, van wederzijdse liefde”. 
De paus benadrukt hoe hij in dit verband tegen gemeenschappelijk wonen en werken aankijkt: “Abdijen, gemeenschappen, geestelijke centra, opvanghuizen, scholen, klinieken, tehuizen en al die plaatsen die ontstaan zijn vanuit de caritas en vanuit de charismatische creativiteit, en die aan de oorsprong liggen van verdere creativiteit, moeten altijd meer de gist worden van een maatschappij, geïnspireerd door het evangelie. Soms, zoals bij Elias en Jonas, kan de verleiding opkomen te vluchten, weg te trekken van de eigen profetische opdracht, omdat die te veeleisend is, omdat men moe is, omdat men ontgoocheld wordt over de resultaten. Maar de profeet weet dat hij nooit alleen is. Ook aan ons, zoals aan Jeremias, verzekert God: “Wees niet bang want ik zal je terzijde staan en je redden”.

Het is goed om als beweging van Berne – en uitgerekend in de periode dat we negenhonderd  jaar bekering van onze stichter Norbertus vieren – ons in allerlei geledingen de vraag te stellen waar we staan en waar we voor zouden willen en moeten staan. Zo in de spiegel kijken kan verrassende uitkomsten opleveren. Een uitdaging om als Norbertijnen van Berne op de plaatsen waar we leven en werken na te gaan hoe en waar we profetisch kunnen getuigen en kunnen handelen op het gebied van concreet dagelijks leven, op het terrein van kerk-zijn  binnen een jammer genoeg nogal sombere kerkprovincie, in een land waar politieke en maatschappelijke verhoudingen heel wat vragen oproepen. Mag dit speciale jaar 2015 in meerdere opzichten een werkelijk profetisch jaar worden en zijn.