UCESM dag drie

Gepubliceerd op: 26-3-2015 om 07:29 door Patrick Chatelion Counet.

TIRANA - Onder het motto "Woorden, zwaarden, waarden" hierbij een persoonlijke impressie van de derde dag van de UCESM-Assemblee

Welke importantie er door de regering van Albanië aan de komst van de Europese religieuzen wordt gehecht, bleek vandaag (25 maart 2015) uit de ontvangst door de minister president himself. De socialist Edi Rama is premier sinds september 2013 en heette ons in de UNESCO-zaal van het museum en in aanwezigheid van zijn ministers van cultuur en volksgezondheid, allen jonge mensen, van harte welkom. Tot onze verbazing puilde de zaal uit van de cameraploegen, journalisten en fotografen.  In hun toespraken benadrukten de ministers elk op eigen wijze dat het land eenheid als hoogste goed erkent.

MP Albanie

Minister president Edi Rama

Op weg naar het Historisch Museum aan het Skanderbegplein in Tirana – de bus brengt je daar in drie kwartier vanaf het hotel, Cees en ik liepen het in een kleine tien minuten, want zonder files, zij het wel door de regen – bedacht ik dat de hoge heren en dame politici hoogstwaarschijnlijk hun kandidatuur voor de Europese Unie zouden gaan bepleiten (teneinde de UCESM hiertoe voor hun karretje te spannen) met mooie verhalen over een stevige economie, en bestrijding van misdaad en corruptie, dé voorwaarden voor toetreding. Maar blijkbaar zit het verleden dieper dan de toekomst. De verscheurdheid en onderdrukking door het communisme, en de angst dat de verschillende bevolkingsgroepen (moslims, katholieken, orthodoxen en de niet altijd oud-communistische atheïsten) tegenover elkaar komen te staan, overheersten de toespraken. Waarden als democratie, kiesrecht, vrijheid van vereniging, tolerantie en respect voor andere culturen en overtuigingen werden ons voorgehouden als waren we voorstanders van tegengestelde ideeën. De premier ging uiteindelijk in de overdrive. Hij citeerde Paulus (de Heilige Paulus) en paus Franciscus over broederschap en vriendschap. “Woorden zijn belangrijker dan zwaarden” . Vervolgens kopte hij het één-tweetje met zijn ministers binnen. “Zij benadrukten tolerantie en respect voor andermans gewoonten en opvattingen, maar ik zeg jullie dat de belangrijkste waarde voor het Albanese volk communio is, eenheid!” Hij had onze agenda blijkbaar goed bestudeerd, maar verzuimd de boeken en lezingen van pater Rupnik sj te bestuderen, want die stapt nu net over de onderlinge verhouding tussen mensen heen en zoekt communio in de gemeenschap (eenheid) met God. Vervolgens zette Rama, van huis uit rooms-katholiek, het charme-offensief naar de religieuzen in. De kerk en de ordes en congregaties hadden het Albanese volk tijdens de terreur en de kaalslag door de communisten nooit in de steek gelaten. Hij somde de verworvenheden van de religieuzen op voor het onderwijs in Albanië, de ziekenzorg en de opbouw van de samenleving. Hij roemde het principe van ora et labora en sloot af met de paukenslag dat het geestelijk leven van de Albanezen door deze voorbeelden van de religieuzen is geïnspireerd.

Vijf minuten later was er geen politicus of cameraploeg meer te ontwaren. Controle op de media zal met het communisme verdwenen zijn, maar het gevoel dat we voor een propagandashow waren gebruikt bleef bij enkele religieuzen toch wel hangen.

De middag was van bijna dezelfde belangrijkheid. Een paneldiscussie tussen professor dr. M. Atakan, moslim en hoogleraar Koranexegese en vergelijkende godsdienstwetenschappen aan de universiteit van Tirana, de Archimandriet Kosmo Sofiani, namens de Albanees-Orthodoxe kerk en Mgr. G. Frendo, rooms-katholiek en hulpbisschop van Tirana. Onderwerp van discussie was het theologisch perspectief op de interreligieuze dialoog in Albanië. En, als er tijd overbleef, het religieuze terrorisme wereldwijd. De moslim die het spits mocht afbijten, citeerde nogal slalomachtig uit de Koran en presenteerde uitsluitend tolerante soera’s. Je moet andersgelovigen en zelfs ongelovigen goed behandelen, als waren het je ouders. En zoek naar gemeenschappelijke uitgangspunten voor de dialoog, luidde zijn advies. Voor moslims, katholieken en orthodoxen (in Albanië) is dat het monotheïsme. 

De Archimandriet vatte 2000 jaar Albanese geschiedenis samen – tot het elfde eeuwse schisma kende Albanië één christendom, na het schisma de scheiding tussen Rome en Constantinopel, onder de Ottomaanse overheersing en de islamisering verdwenen de orthodoxen en de katholieken bijna, maar onder het communisme en atheïsme vonden christenen en moslims elkaar juist weer – om te concluderen dat de identiteit het scherpst is in tijden van onderdrukking en de saamhorigheid het sterkst in tijden van verbod. De interreligieuze dialoog zou van deze wetenschap gebruik moeten maken. 

Het interessants was de bijdrage van de bisschop die de karikaturale verklaring voor de Albanese verdraagzaamheid tussen de religies – Albanezen kennen maar één religie, het Albanisme – naar de prullenbak verwees. Zijn overtuigende verklaring luidt dat tot op heden nog geen enkele politicus in Albanië religie tot instrument heeft weten te maken voor politieke doeleinden. Vandaar dat ze elkaar zo goed verstaan, islam en christendom kunnen in Albanië doen waar religies voor zijn bedoeld, betere mensen maken van hun gelovigen. Globaal zou interreligiositeit, aldus de bisschop, niet tolerantie moeten beogen (dat is het minstens), ook niet dialoog (dat is al beter), maar samenwerking – en dat is nog ver weg.

De moslim besloot de discussie door te stellen dat christendom (orthodoxie, katholicisme) en islam drie gemeenschappelijke vijanden hebben. Onwetendheid (die we moeten bestrijden met educatie), onenigheid (die we moeten bestrijden door dialoog) en armoede (die we moeten bestrijden door samenwerking). Het terrorismedebat dat vervolgens met de zaal werd gevoerd leverde enkele open deuren op. Terrorisme heeft geen religie, antwoordde de moslim die ter verantwoording geroepen werd voor de Syriëgangers en de christenvervolgingen in Afrika en het Midden-Oosten. Een moslim kan geen terrorist zijn, en een terrorist kan geen moslim zijn. Daarmee sprak hij inderdaad voor alle ware gelovigen.

In de avond werd de communio gevierd door een diner met veel vlees, bier (anderhalf meter hoge glazen) en volksdansen. De bus terug naar het hotel moest vol in de rem voor een dame die met twee tassen kwam aanrennen. De beide UCESM-Hollanders daarentegen, voorzitter en secretaris generaal van de KNR, hadden in hun vergeetachtigheid hun tassen in het restaurant laten staan.