UCESM dag twee

Gepubliceerd op: 25-3-2015 om 07:25 door Patrick Chatelion Counet.

TIRANA - De tweede dag van de UCESM-Assemblee was gevuld met dertig presentaties van de verschillende conferenties en met twee lezingen door Marko Rupnik sj, die zijn gehoor voorhield dat 'communio' in een ander licht gezien moet worden. Een impressie van de hand van de secretaris van de KNR.

De Nederlandse driekleur hing tijdens de presentatie van de conferenties ondersteboven van het plafond, blauw boven. Cees en ik kregen drie minuten om de zestig verschillende onderwerpen waar de KNR zich over buigt voor het voetlicht te brengen. Nadat we met gevaar voor eigen leven op een wankele stoel balancerend het rood van onze nationale trots weer boven hadden gebracht,ontrolden we de uit Holland meegetorste vier meterlange KNR-vlag die een terechte kreet van bewondering aan de collegaconferenties ontlokte (totdat de Oostenrijkers kwamen en dankzij hun blijkbaar ruime budget een zes meterlange Ordensobern-vlag ontrolden).

Het is een lange zit, dertig presentaties, van 9.00 ’s ochtends tot 21.00 uur ‘s avonds. Interessante gegevens, dat wel. Wist u bijvoorbeeld dat Spanje 5.602 communiteiten telt, terwijl er in Griekenland in totaal niet meer dan tachtig religieuzen zijn, waaronder zeventien mannen. “Als de religieuzen verdwijnen”, lichtte de jezuïet en vicevoorzitter pater Théodore Kodidis toe (bezorgd maar ook enigszins dreigend), “dan verdwijnt ook de katholieke kerk uit Griekenland”. Europa telt 256.192 religieuzen, ongeveer 186.000 vrouwen en 71.000 mannen. De problemen zijn in de meeste conferenties van dezelfde aard. In volgorde van grootste zorg:

1. roepingen

2. ouderdom

3. werkbelasting

4. sluiten van gebouwen

5. bisschoppen – niet allemaal (werd toegelicht, maar de toelichting laat ik hier om redenen van welvoeglijkheid achterwege)

6. seksueel misbruik.

Luxemburg wil ik hier als laatste, sympathiek detail nog wel vermelden, telt vijf congregaties met vijf hogere oversten. De Algemene Vergadering vergadert daar om de zes weken.

UCESM2

De presentaties werden afgewisseld door twee lezingen van professor Marko Rupnik, die zichzelf, hoewel geboortig in mijn geboortejaar, een oude man noemde. Misschien dat voor jezuïeten een andere leeftijdsgevoeligheid geldt, maar ik vond hem niet oud. Rupnik is behalve jezuïet, Sloveen, filosoof en theoloog. Hij werkte in het Vaticaan voor het pauselijk instituut voor Oosters christendom en is kunstenaar. Sinds 1995 is hij directeur van het Werkgenootschap voor Spirituele Kunst te Rome. Zijn lezing legde enkele bermbommen langs de weg der religieuzen. Betreffende communio.

Zo begon hij met zich af te vragen of wij christenen, met name de religieuzen, ons niet overwerkt hebben met onze liefdewerken, onze werken van caritas en barmhartigheid. Heeft God met al die scholen en ziekenhuizen die we gesticht hebben, met al dat straatwerk en die opvang van daklozen en asielzoekers, wel voldoende lof gekregen? De religieuzen zijn moe en uitgeput. De geschiedenis leert, zo citeerde hij Feuerbach, dat hoe verder de mens zich van God verwijdert, des te beter hij zich kan redden. Hij voegde er de geweldige waarneming aan toe dat God de mens alles vergeeft, maar de geschiedenis niet. Europa wil vrij zijn - vrijheid is de nieuwe God - en daar passen religieuzen niet in.

Rupnik leest de tekenen der tijd als stoplichten die fel op rood staan. Waarom negeren de religieuzen al meer dan veertig jaar dat met het gebrek aan roepingen God ons een halt toeroept? We doen het niet goed. Waarom negeert de Kerk, ook al meer dan veertig jaar, dat de kerken leeglopen en dat de katholieken verdwijnen. God schreeuwt ons boodschappen toe en die horen we niet.

De boodschap aan de religieuzen - Rupnik is te bescheiden om te zeggen dat hij de ontvanger van de boodschap is, hij is de profeet die opmerkt wat bepaalde theologen en filosofen al jaren roepen -  luidt dat we communio verkeerd begrijpen. Communio is niet aan de wereld laten zien dat je in communiteiten en leefgemeenschappen leeft, ook niet dat je werken van barmhartigheid voor de minsten verricht, maar communio is koineinia, verbond met God. Communio is een gunst die je niet kunt verwerven door werken te verrichten (Paulus kwam vaak voorbij), maar is een gave van God. Als je die bezit, toon hem dan. Wees getuige dat Christus in je leeft.

En wat doet de Kerk fout? God roept ons toe dat we geen statelijke inrichting moeten zijn. Geen verheven priesterstaat ver verwijderd van het volk. Een absoluut rood stoplicht. Genegeerd. We moeten ons van de religie verwijderen, stelt Rupnik godsdienstfilosofisch en praktisch tegelijk, om het geloof te vinden.

En als je het geloof vindt, vind je de ander die je naaste is en God. Hij gebruikte er een mooie verbastering van het Cartesiaanse idealisme voor: Tu es, ergo sum. Jij bent en daarom ben ik. Het rekent af met enkele lelijke hedendaagse zekerheden. Het individualisme allereerst. Niemand is een individu, je identiteit begint pas als je de ander ontmoet, je naaste. Het atheïsme op de tweede plaats. ´Jij´ is ook God. De enige die leven geeft. Zonder geest is men dood.

In de discussie die hierop volgde probeerden enkelen de bermbommen onschadelijk te maken. Maar Rupnik hield voet bij stuk. Getuigen dat je in Christus bent, is de belangrijkste opdracht voor religieus leven, niet de evangelische raden of de communiteit. Voor hem niet ongunstig was het feit dat de tijd een halt toeriep aan de vragen die zich opstapelden. Of misschien had hij zich er wel doorheen geslagen.

Morgen bezoekt de UCESM het Nationaal Museum en zijn we getuige van een panelgesprek tussen Albanese vertegenwoordigers van het katholicisme, de islam en de orthodoxie.