Religieus leven anno 2015

Gepubliceerd op: 23-3-2015 om 08:45 door M-R Hoogland cp. Bron: Bulletin

HAASTRECHT - In het kader van het Jaar van het Godgewijde leven staat de provinciaal overste van de Passionisten, Mark-Robin Hoogland cp, stil bij de betekenis(sen) van religieus leven vandaag de dag.

Volgens pater Hoogland is het door Paus Franciscus uitgeroepen jaar voor het religieuze leven een stimulans om ons te realiseren wat religieuzen en de geloften die zij afleggen betekenen en betekend hebben in de geloofsgemeenschap en in heel de wereld. Men kan dan denken aan wat zovele religieuzen doen en gedaan hebben in het onderwijs, de gezondheidszorg, de catechese, het pastoraat, het werk voor- en met de gemarginaliseerden. Maar ook op een dieper niveau kunnen we erbij stilstaan dat er mensen zijn en zijn geweest, die willen leven in het voetspoor van Jezus Christus: met alles wat ze zijn en hebben en samen met anderen. Door middel van hun keuzes, hun houding, woorden en daden leggen zij een getuigenis af van de weg van het gelukkige leven dat niet voorbijgaat. Met het oog op het dalende aantal religieuzen roept het de vraag op of dit nog steeds een optie is en zo ja, hoe dan.

M-R Hoogland

Mark-Robin Hoogland cp

Pater Hoogland stelt dat wie zelf religieus is, existentieel betrokken is op deze vraag, op dit proces van bewustwording: 'Het is dan ook te hopen dat ieder van ons de nu geboden gelegenheid neemt, om voor zichzelf een antwoord te formuleren: samen met onze medebroeders en medezusters met wie wij een gemeenschap vormen, in verbondenheid met hen die op ons betrokken zijn en in verbondenheid met Degene Die ons voorgaat. Want alleen zo kunnen wij in een tijd waarin zoveel vanzelfsprekend lijkt, maar bijna niets het meer is, van harte als religieuzen leven. Onderstaande zeven Schriftteksten en mijn eigen gedachten daar bij zijn bedoeld om de betekenis(sen) van religieus leven vandaag de dag helderder te krijgen.'

1. Marcus 1,16-20: “Kom, volg Mij.”

In 1997 koos ik deze tekst als het moto voor het herinneringsprentje b.g.v. mijn priesterwijding. Ik realiseerde mij dat ik mij met deze woorden van Jezus persoonlijk steeds aangesproken heb geweten. Door de jaren heen zijn zij de centrale focus geworden van mijn leven. In antwoord op Jezus laten de apostelen hun netten, hun “normale” leven achter. Welke waren mijn vissersnetten? Heb ik ze ook daadwerkelijk achtergelaten? Of heb ik gaandeweg nieuwe vissersnetten opgenomen of gekregen? Om Hem met hart en ziel en heel ons wezen te kunnen volgen, moet een mens echt vrij zijn. Met dit doel kiezen religieuzen bij hun professie om volgens de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid te leven. In elke tijd en plaats dienen deze door ons steeds weer opnieuw tegen het licht gehouden te worden: (hoe (be))leef ik ze?

2. Filippenzen 2,5-11: “Die gezindheid moet onder u heersen die ook in Christus Jezus was.”

De mentaliteit van Jezus je eigen maken. Daar doet een mens een heel leven over, tot aan het moment van sterven: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.” De apostel Paulus beschrijft dit proces als een afdalen: nederigheid, dienstbaarheid; authentiek zijn in het navolgen van Christus gaat blijkbaar tot het uiterste. Toch, deze weg is niet absoluut; hij leidt namelijk ergens heen, naar een heerlijk leven, voorbij ons voorstellingsvermogen. Hoe dit proces er in je eigen leven ook concreet uitziet, het laat geen ruimte om lauw en laks te zijn.

3. Mattheüs 10,1-42: Hij koos er 12 uit en zond hen erop uit.

Partners kiezen elkaar. Religieuzen niet. Zo verschillend als we zijn qua afkomst, persoonlijkheid en leeftijd, we worden samengebracht en samengehouden door Christus, als we ons realiseren dat Hij in ons midden woont. Hij noemt ons bij naam en wij worden elkaar gegeven. Dit kan een overweldigende, verrijkende ervaring zijn, die dankbaar maakt. Soms voelt het meer als een opdracht. Het samenleven als broers is op zich al een doel. Zeker in een geïndividualiseerde maatschappij met heel verschillende bevolkingsgroepen en minderheden kan de eenheid van zo’n diverse groep religieuzen een krachtige getuigenis zijn van Jezus’ weg. Tegelijkertijd is ons samen zijn gericht op een gezamenlijke missie: al tijdens zijn aardse leven en ook erna zendt Hij zijn leerlingen op pad, om medemensen bekend te maken met het goede van God, door het met hen te delen.

4. Handelingen 4,32 – 5,11: En ze hadden alles gemeenschappelijk.

Op papier ziet het er ideaal uit. Maar de praktijk is soms erg lastig: in Jezus’ naam eensgezind zijn, samen bidden en vieren, leren van elkaar, alles samen delen, op een manier dat niemand tekort komt. Als het gaat om materiële dingen, blijkt de verleiding groot om iets achter te houden voor jezelf of jouw eigen familie en dierbaren. Geld en goed geven immers een bepaalde zekerheid. We houden liever zelf de controle. In het Bijbelverhaal komt naar voren dat deze mentaliteit dodelijk is voor hen die Jezus radicaal willen volgen. Die mentaliteit hangt nauw samen tot onderling wantrouwen en een gebrek aan geloof.

5. Lukas 15,11-32: de verloren zoon.

In retraites die ik recentelijk heb gegeven over communiteitsleven, heb ik dit verhaal gepresenteerd als een model voor ons samenleven als religieuzen. Want ook wij vormen een gemeenschap van broers: medebroeders. We kunnen onszelf herkennen in een van zonen, of misschien wel in allebei van tijd tot tijd! Soms is ons gedrag wellicht om je dood te schamen. Maar de liefde van de barmhartige vader is altijd groter en is een permanente uitnodiging om terug naar huis, thuis te komen. Iedere zoon mag uiteindelijk inzien dat we pas echt het goede leven delen, als we gaan lijken op de vader in het verhaal en voor elkaar zo goed als God zijn (cf. Lukas 6,36)

6. Johannes 19,25-27: Zij stonden onder het kruis.

Passionisten in het bijzonder zijn geroepen om, zogezegd, onder het kruis te staan: zoals Maria en de leerling die Jezus liefhad. Wij leggen er naast de drie hierboven al genoemde geloften zelfs een aparte gelofte voor af: “de eerste gelofte,” die van de Memoria Passionis; laat de herinnering van het Lijden van Jezus Christus een levende herinnering zijn in ons hart, zodat het richting geeft aan heel ons leven! Lijden is voor iedere mens een onvermijdelijke realiteit. Jezus heeft in ons lijden gedeeld – Hij wéét wat wij doormaken – èn Hij heeft het overwonnen. Lijden is veelal nog steeds zinloos, maar voor wie lijdt in verbondenheid met Hem, is geen enkel lijden is meer uitzichtloos (Johannes 11,26, 1Thessalonicenzen 4,14). Waken onder het kruis betekent in ieder geval  dat we het lijden niet uit de weg gaan, zoals de hedonisten doen. En degenen die lijden zoeken we juist op, uit liefde voor hen, zelfs als het komt door hun eigen schuld. Bij hen te blijven juist óók wanneer wij dat lijden niet kunnen wegnemen, is een vorm van delen in Gods liefde voor de mens, trouw zijn, en van menselijke solidariteit. De Gekruisigde bindt mensen die samen blijven rondom het kruis, op een volstrekt nieuwe manier aan elkaar: “zie daar je zoon; zie daar je moeder.”

7. Handelingen 1,1-8: Gaat U voor uw volk het koninkrijk herstellen?

Ze waren door een louterende ervaring heen gegaan: kruisdood en verrijzenis. Ze waren (weer) samen en in gebed. M.a.w., ze waren ervaren en gefocust. Dan komt daarenboven Jezus zelf in hun midden. Maar nòg houden ze een blinde vlek: “Vroeger was het beter; we willen restauratie!” Jezus belooft Zijn leerlingen echter de Heilige Geest. Want leven in Zijn voetspoor is niet maakbaar; iets wat we zelf wel kunnen, als we ons best doen en goed samenwerken. Ons leven wordt gekenmerkt door een voortdurend luisteren; dan kunnen wij in Zijn Geest antwoorden. Ons leven wordt gekenmerkt door een openheid om voortdurend te kunnen ontvangen; dan kunnen wij geven, doorgeven. Wij worden samengebracht en samengehouden; in die kracht kunnen wij meewerken en delen: geloof, hoop en liefde; gerechtigheid, vrede en de integriteit van heel de schepping – omwille van de toekomst die de Eeuwige voor ons openlegt.