Kevin's Veertigdagentijd

Gepubliceerd op: 4-3-2015 om 10:23 door WvdV.

GLENDALOUGH - Onlangs verscheen 'Pelgrimage van smaragd, een reis- en leesboek over Keltisch Ierland', geschreven door Annemarie Latour en Frank Bosman

in dit boek vindt men onder meer de volgende legende over St. Kevin, die in de zesde eeuw aan de wieg stond van een snel groeiende kloostergemeenschap, gesitueerd in een vallei tussen de kale bergen van Wicklow. Kevin wordt vanwege zijn liefde voor de armen, de dieren en de natuur vaak vergeleken met Franciscus van Assisi. In de Ierse folklore zijn er talloze verhalen ontstaan rondom Kevin. Volgens de beroemdste legende hield Kevin zoveel van de dieren, dat hij daar zijn eigen weinige comfort voor opgaf. Op een zekere dag, de eerste dag van de vastentijd, bad Kevin de crossfigill. Deze vorm van gebed werd beoefend door ascetische Keltische monniken, waarbij de monnik urenlang biddend in een rivier of poel ijskoud water stond met de armen uitgestrekt in kruisvorm. Toen Kevin op deze manier in gebed was, zette zich een merel op zijn hand die daar een nestje bouwde en haar eitjes legde. Omdat hij de vogel niet wilde storen, hield Kevin zijn armen veertig dagen lang uitgestrekt – de hele vastentijd – totdat de vogels uit het ei waren gekropen. De merel zorgde er al die tijd voor dat Kevin werd gevoed met bessen en noten, zodat hij niet omkwam van de honger.

Kenmerken Keltisch christendom

‘Pelgrimage van smaragd’ bestaat feitelijk uit twee delen. Het eerste en kortste deel is een introductie van het Keltisch christendom aan de hand van een aantal kenmerken. Zo zijn de Ieren van oudsher bekend met ‘thin places’, plaatsen in het landschap waar de scheidslijn tussen de aardse wereld en de geestelijke wereld heel dun is. Latour en Bosman verbinden hieraan het begrip ‘peregrinatio’, de pelgrimage, die in het Keltisch christendom een belangrijke plek in nam. Talrijk zijn de verhalen over Ierse monniken die hun vertrouwde omgeving verlaten om op reis te gaan naar een heilige plek of naar een geschikte plek om te sterven. Een volgend kenmerk is de zielsverwantschap, die vooral tot uiting komt in spirituele vriendschap, verbondenheid en engagement. Voor Keltische christenen was God alom aanwezig in de schepping, die als intrinsiek goed werd beschouwd. De Kelten hebben oog voor het heilige om hen heen en zij vertellen daarover graag verhalen, die zij ondersteunen met fraaie visuele hulpmiddelen. Zowel het Keltische kruis als de Keltische decoratiestijl van doorvlochten, vaak symmetrische patronen hebben door de eeuwen heen tot de verbeelding gesproken. Aan de Kelten wordt een grote missie- en vernieuwingsdrang toegeschreven. Ierse monniken brachten het christendom naar Schotland (Iona) en Noord-Engeland (Lindisfarne), Frankrijk (Luxeuil), en Italië (Bobbio). Ook de kerstening van Nederland is te danken aan Willibrord die in Ierland is opgeleid. Het Keltisch christendom heeft een aura van eigenzinnigheid, die gerelateerd wordt aan de geïsoleerde geografische positie.

Na de schets van deze ‘kenmerken’ stellen Latour en Bosman ontnuchterend vast dat het Keltisch christendom waarschijnlijk meer een product is van ons moderne verlangen naar een Verloren Paradijs dan een eeuwenoude historische traditie. De aandacht voor het Keltisch christendom is sterk aan fluctuaties onderhevig. Onze eigen tijd is reeds de zesde historische periode waarin hiervoor veel aandacht bestaat. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is het Keltisch christendom ‘ingepikt’ door de new-age beweging met zijn nadruk op holisme, pantheïsme  en mystieke ervaringen.  Latour en Bosman bewandelen in hun boek de gulden middenweg; zij kiezen noch voor een rigide afwijzing van elke kennis van het ‘ware’ Keltisch christendom, noch voor een kritiekloze aanname van alles wat daaraan wordt toegeschreven. De auteurs beschouwen de huidige belangstelling voor het Keltisch christendom als een maatschappij- en kerk-kritische spiegel. De spiegel toont hoe de gevestigde kerken leeg lopen en niet in staat zijn om het enorme reservoir aan religieus en spiritueel verlangen van de postmoderne mens om te zetten in een aantrekkelijk aanbod. Voorts toont de spiegel hoe in onze samenleving meetbaarheid vaak het hoogste en enige criterium is voor waarheid, werkelijkheid, goedheid en schoonheid.

cover Pelgrimage van Smaragd

In ‘Pelgrimage van smaragd’  beschrijven Annemarie Latour en Frank Bosman twaalf bestemmingen, die gekleurd zijn door het Keltisch christendom. Zij vertellen de verhalen van vroeger en brengen die in verband met hedendaagse culturele uitingen. Zij mengen geschiedenis, folklore, literatuur, film, games, muziek, spiritualiteit en theologie. De reisverslagen worden weliswaar gepresenteerd in de vorm van een Ronde van Ierland met start en finish in Dublin, maar kunnen in willekeurige volgorde gelezen worden. Zo maken we kennis met oorden die nauw verbonden zijn met Keltische heiligen. Vanzelfsprekend de grote drie: Brigid, Patrick en Columba, maar ook Brandaan en Kevin ontbreken niet. Soms gaat de belangstelling van de schrijvers uit naar voorchristelijke plekken, dan weer staat een plek centraal met een veel jongere historie. Knock is tegenwoordig een bekende bedevaartsplaats vanwege een Mariaverschijning in 1879. Bij elke plek maken de auteurs duidelijk hoe bepaalde thema’s en verhalen doorwerken in de hedendaagse literatuur en cultuur. De auteurs van dit boek hebben veel kennis van en liefde voor Keltisch Ierland en zij kunnen dit op een toegankelijke wijze verwoorden. Zij brengen de rijkdom en reikwijdte van de Keltische spirituele erfenis onder de aandacht als één van de vele kleuren op het christelijke palet.

Annemarie Latour en Frank Bosman, Pelgrimage van smaragd. Een inspirerende route door Keltisch Ierland. Ark media ISBN 9789033800672