Honderd jaar Assumptie Nederland

Gepubliceerd op: 25-2-2015 om 07:58 door WvdV. Bron: Arno Burg aa

BOXTEL - Voor de Assumptionisten is 2015 een bijzonder jaar. De archivaris van de congregatie, pater Arno Burg, schreef een boek ter gelegenheid van het eeuwfeest van de aanwezigheid van de Assumptionisten in Nederland.

Begin januari 2015 is dit boek gepresenteerd en bij die gelegenheid blikte de auteur terug op 100 jaar. Bij zijn research voor het boek ontdekte pater Burg dat 1965 hét hoogtepunt is geweest in de geschiedenis van de Nederlandse tak van de congregatie. We volgen pater Burg in zijn weergave van het moeizame begin, de opbloei rond het midden van de eeuw en de plotselinge, onvoorziene stagnatie en terugval in de laatste periode.

Gemert-Urmond-Boxtel

Het eerste contact van de Assumptie met Nederland is voor de meesten onbekend en duurde maar heel kort. Als gevolg van het anticlericale beleid in Frankrijk vestigde zich in Gemert een groep novicen, maar na ruim een jaar vertrok men naar Leuven. Niet ver van de Belgisch-Nederlandse grens opende de Assumptie in deze tijd een alumnaat in Zepperen, dat ook jongens uit Nederlands Limburg aantrok. In 1914 las de Assumptieleiding in Parijs een advertentie in de krant, waarin ene mevrouw Mahie kasteel Stapelen in Boxtel te koop aanbood, bij voorkeur aan een religieuze gemeenschap. Op 20 juli werd reeds een voorlopig koopcontract gesloten, maar de ondertekening van het definitieve contract werd doorkruist vanwege het begin van de Grote Oorlog. Acht Nederlandse studenten slaagden erin om tijdig Zepperen te verlaten en in Urmond hun seminariestudies voort te zetten. Na enige tijd kon alsnog de transactie rond kasteel Stapelen voltooid worden en op 5 januari 1915 namen de eerste Assumptionisten er hun intrek. Precies honderd jaar geleden was hiermee het Nederlands alumnaat een feit. Na de oorlog besloot men buiten de gracht en buiten het park een aangepast gebouw op te trekken, wat tussen 1927 en 1930 gebeurde. Geleidelijk nam men het Nederlands onderwijssysteem en de hier heersende levensgewoontes over. Het alumnaat werd Apostolische school. En jaarlijks vertrokken 10 à 15 afgestudeerden naar het noviciaat in België. Decennia later bouwde men een prachtige kapel. Er kwam staatserkenning voor de school en subsidiering van overheidswege. Na de fusie met het Jacob Roelandslyceum kon men zich in 1963 volledig gaan toeleggen op de opbouw van de Assumptie in Nederland en elders. Maar juist in die periode stokte de rekrutering. De jaren zestig brachten tal van veranderingen op cultureel, maatschappelijk en ook kerkelijk gebied. Het internaat was nog goed gevuld, maar ieder jaar kozen minder jongens voor het noviciaat. De opzet van de opleiding werd bijgesteld, maar de priesterstudenten bleven uit. In 1976 sloot de school definitief haar poorten. De congregatie raakte hierdoor afgesneden van de enige bron van aanwas in Nederland.

Activiteiten

Sinds 1965 zijn 50 jaar verstreken en ondanks het stagneren van de roepingen zijn de assumptionisten in de tweede helft van de 20e eeuw beslist niet stil blijven zitten. Integendeel, er werd zowel in Nederland als over de grenzen hard en enthousiast gewerkt. De honderden religieuzen hebben zich met hart en ziel ingezet, speciaal voor de categoriale zielzorg. In Nijmegen was vanaf 1948 het Byzantijns Instituut gevestigd dat grotere bekendheid gaf aan het Oosters christendom. Vanuit Boxtel en Halsteren-Steenbergen werden jarenlang duizenden gezonde en zieke pelgrims begeleid onderweg naar het H. Land, Beauraing, Banneux en Fatima. In Tilburg, Breda en West-Brabant waren assumptionisten actief in het industriepastoraat, andere confraters zochten contact met niet-kerkelijken in hun eigen milieu. En bij leden van de Veerste (Nijmegen) konden velen met problemen terecht, die geen gehoor vonden in de reguliere hulpverlening. Op tal van plaatsen is hulp geboden in parochies: in Herkenbosch, Nijmegen, Den Bosch en in Vught. Toen de Assumptie niet meer in opvolging kon voorzien werd de een na de andere post verlaten.

Buiten Nederland

Maar de activiteiten van de Assumptionisten bleven niet beperkt tot Nederland gebleven. Zij hebben ook in grote getale over de grenzen gewerkt: als missionarissen in Congo en in Brazilië, onder de immigranten in Nieuw Zeeland, op het bisschoppelijk college in Porirua, op het Franse platteland of in de Duitse steden. Weer anderen werkten in Jeruzalem of op het seminarie van de Syrische katholieke kerk in Libanon, Charfé. Het is opvallend dat deze activiteiten groeiden en bloeiden toen de toevoer van religieuzen steeds meer stagneerde. Maar tegen het einde van de 20e eeuw zette de afbouw in en moesten kerken gesloten en werken afgestoten worden. Alleen het Byzantijns Instituut kon in een samenwerkingsverband met de theologische faculteit van de Universiteit Nijmegen blijven voortbestaan als het IVOC (Instituut voor het Oosters Christendom).

In de achter ons liggende honderd jaar heeft de Assumptie gepoogd het ideaal van pater d’Alzon gestalte te geven. Voor d’Alzon stond de liefde tot de Vader die zijn Rijk wilde vestigen op aarde centraal. Zo wilden en willen de assumptionisten als zijn leerlingen vanuit een overtuigde geloofsbeleving als broeders van één grote familie samenleven en samenwerken aan een betere wereld. Vanaf het begin wilde d’Alzon leken groeperen rond elke communiteit om samen het ideaal te verwezenlijken. De laatste decennia is op dit gebied een groeiende beweging te constateren, ook in Nederland. Er is een groep ontstaan die wandelend, pratend en biddend door de Meierij trekt op weg naar een heiligdom. Anderen komen bijeen voor bezinning over kwesties van levensbeschouwelijke aard. Er zijn muziekuitvoeringen, bijbel-leesgroepen, cursus ikonenschilderen of lezingen van allerlei aard. Ook op bestuurlijk vlak bieden leken hun diensten aan als assistent van de overste of in de financiële sector. En in 2013 werd de Assumptiestichting opgericht, die zich bezig houdt met het beheer van de materiële goederen.

Al met al bleef de Assumptie heel de eeuw door leven en werken aan de opdracht, die haar stichter p. Emm. d’Alzon zijn congregatie als grondregel gaf: zich uit liefde tot Christus inzetten voor de komst van het rijk Gods in ons en rondom ons, met als leidmotief: ART, Adveniat Regnum Tuum. Vandaar de titel van deze studie: Voor de komst van het Rijk. 

 

www.kasteelstapelen.nl