Zusters in de zorg

Gepubliceerd op: 10-2-2015 om 14:25 door WvdV.

ROOSENDAAL - Op 1 december 2014 viert een kleine groep zusters het 180-jarig bestaan van de Congregatie Penitenten-Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis ‘Charitas’.

Op 1 december 1834 namen twee gasthuiszusters hun intrek in een woonhuis in Oosterhout: moeder Theresia Saelmaeckers (‘moeder Trees’) en zuster Juliana Verkaar. Aanvankelijk vormden de zusters in Oosterhout een succursaalhuis van de Franciscanessen "Alles voor Allen" uit Breda, maar in 1845 scheidden zij zich af en vormden een zelfstandige congregatie: Charitas. Het moederhuis verplaatste zich in 1853 naar Steenbergen, om in 1905 naar Roosendaal te verhuizen. Na op diverse plaatsen in Nederland, Indonesië (vanaf 1926) en Afrika gewerkt te hebben, nadert de Nederlandse tak van de Congregatie haar voltooiing. De in 1991 zelfstandig geworden Indonesische congregatie is inmiddels uitgegroeid tot zo’n 260 zusters en is breed vertakt in de Indonesische samenleving.

Het jubileum van de congregatie vormde de aanleiding voor de publicatie van een boek over de geschiedenis van de Franciscanessen van Charitas. Dit boek gaat over het werk van de zusters in de gestichtsverpleging, de wijkzorg, de missie en oorlogsverpleging. Ruim honderdvijftig jaar verpleging en verzorging komen voorbij, vanaf de dag dat moeder Trees als eerste gasthuisoverste in ons land aan de slag ging in de zorg, tot aan het moment waarop de congregatie ‘met pensioen’ ging en de verzorgingsstaat het werk overnam. In deze studie willen de auteurs laten zien hoe de zorgpraktijk van de zusters is veranderd en hoe ze deze veranderingen kunnen duiden in het licht van grotere ontwikkelingen in de verpleging en de verzorging. Er is altijd een spanning tussen de opvattingen en verwachtingen omtrent ‘goede zorg’ en de dagelijkse praktijk. Deze spanning veroorzaakt de dynamiek in de ontwikkeling van de religieuze verpleging en verzorging, en in de geschiedenis van Charitas in het bijzonder.

Zusters in de zorg

Uitbouw

De eerste twee hoofdstukken behelzen een beschrijving van de start, de snelle groei van de congregatie en de historische wortels in de ‘Reform van Limburg’. De auteurs constateren dat de factor ‘toeval’ een rol heeft gespeeld in de Regel, die de zusters volgen. Die van Augustinus, zoals de Gasthuiszusters van Turnhout, die hanteerden, zou waarschijnlijk het beste aangesloten hebben op de werkzaamheden van de zusters. Maar dankzij mgr. Joannes van Hooydonk richtten de zusters zich aanvankelijk naar de Regel van Franciscus, terwijl voor de nieuwe constituties vanaf 1855 de kloosterregels van de liefdezusters als model gold.

In de hoofdstukken drie en vier gaat het achtereenvolgens over de veranderende opvattingen over goede zorg door de opkomst van de natuurwetenschappelijke geneeskunde. De kernwaarden rust, reinheid, regelmaat en religie voldeden sinds eind negentiende eeuw steeds minder. In 1916 werd in Noord-Brabant het Wit-Gele Kruis opgericht en de zusters van Charitas waren verantwoordelijk voor de wijkverpleging in een groot aantal plaatsen in Westelijk Brabant.

Uit het centrale hoofdstuk over de missie in Indonesië blijkt dat de zusters bij aankomst heel ander werk moeten verrichten dan hen voor ogen stond bij vertrek en dat zij daarbij werden tegengewerkt door de lekenverpleegsters. Zonder noemenswaardige voorbereiding pakten ze aan wat nodig was om bijvoorbeeld leiding te geven aan een ziekenhuis. Ze maakten het ziekenhuis ook direct toegankelijk voor alle mensen ongeacht nationaliteit, geloof, ras of geslacht. Sumatra: De zusters van Charitas kwamen op Sumatra vastberaden in het geweer tegen de grote armoede, de hoge kindersterfte en zij probeerden de weerstand tegen de westerse geneeskunde te overwinnen. Ook toen de zusters tijdens de Tweede Wereldoorlog zelf geïnterneerd waren in gevangenkampen waar het aan alle faciliteiten, bleven de zusters zorg verlenen. De oorlog en de onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands-Indië droegen bij aan het besef dat de zusters te ‘gast’ waren en zodoende raakte het streven meer en meer gericht op overdracht van de zeggenschap aan de Indonesische zusters. Met morele, organisatorische en financiële ondersteuning vanuit Charitas Roosendaal kwam in 1991 de Kongregasi Suster Santo Fransiskus Charitas tot stand.

Over haar toeren

Door een samenloop van omstandigheden raakte Charitas vanaf de jaren vijftig in moeilijkheden.  De ziekenhuizen van de congregatie kampten met ruimtegebrek, en financiële en administratieve problemen. De toenemende complexiteit van de bedrijfsvoering in de zorg was een probleem. Uiteindelijk werden veranderingen gerealiseerd, maar zonder de congregatie aan het roer. De zusters hadden zich teruggetrokken in wat ze als hun eigenlijke taak beschouwden: de uitvoering van de zorg. In de hele ziekenhuiswereld speelde destijds personeelsgebrek een fnuikende rol, hetgeen tot overbelasting leidde van de spaarzame krachten. In het boek staat een treffend citaat om dat te illustreren: ‘Gisteren heeft een religieus verkeerd ‘gespoten’. (-) Deze zuster is qua verpleegster zeker een van de besten. (-) hier hebben we te maken (-) met een zuster die over haar toeren heen is of binnenkort geraakt. Oorzaak? Onvoldoende ontspanning, te weinig krachten.’ Het personeelsgebrek speelde weliswaar overal, maar een extra verklarende factor hiervoor bij de religieuze verpleegsters was de afname van het aantal roepingen. Het tekort was niet alleen een kwantitatief, maar ook een kwalitatief probleem: de toenemende specialisatie en de voortschrijding van de medische wetenschap stelden andere eisen aan de verpleegsters.

Vanaf de jaren zestig ging Charitas verschillende zorgvormen afstoten. De zorg voor de ouderen bleef het langst bestaan. Anno 2015 is Charitas een congregatie van zeer bescheiden omvang. De zusters zijn allemaal hoogbejaard, maar ze zorgen nog steeds voor elkaar. De leiding over de congregatie is uit handen gegeven. Zuster Lidwina van Rattingen, de laatste moeder-overste, legde in 2008 haar bestuurstaak neer. Het lekenbestuur en de leidsters hebben haar taken overgenomen. De zusters blikken in dankbaarheid terug op de vruchten van hun rusteloze werken. Zusters in de zorg illustreert hoe de rust-reinheid-en-regelmaat-benadering van de zieke die voor de religieuzen oorspronkelijk het uitgangspunt was geleidelijk is opgevolgd door het medisch paradigma waarin de medisch-technologische benadering van ziekte prevaleert.

Zusters in de zorg is verrijkt met (onder meer) prachtige portretten van de huidige zusters van Charitas, gefotografeerd door Alex ten Napel.

Catharina Th. Bakker en George van Overbeeke, Zusters in de zorg. Een geschiedenis van de Franciscanessen van Charitas. Walburg pers.  € 34,95 ISBN 978.90.5730.250.3