Kloosterlingen in oorlogstijd

Gepubliceerd op: 12-12-2014 om 20:58 door WvdV.

ST AGATHA - Op vrijdag 12 december 2014 hield Stichting Echo haar 12e colloquium over religieuze gemeenschappen gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Het colloquium vond plaats in het  Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. In haar openingswoord memoreerde dr. Vefie Poels, voorzitter van Stichting Echo, de verschillende projecten, die in de voorbije periode zijn afgesloten. Marjet Derks verzorgde de zogenaamde key note lezing. Zij leidde het onderwerp in met een groot aantal voorbeelden van vrouwelijke religieuzen, die in de oorlogsjaren hun sporen hebben verdiend. Maar na de bevrijding verschoof de aandacht heel snel naar inspanningen gericht op herstel en opbouw. De zusters waren niet geneigd om erkenning te vragen voor hun heldhaftige opstelling in oorlogstijd (Immers: ''Weest gaarne vergeten en om niet geteld''). In de Nederlandse historiografie vormt het onderwerp van religieuzen tijdens WOII dan ook een onderbelicht thema. In landen als Belgie en Polen bestaat hier wel belangstelling voor (Gabriël Verbeke, Voor God, Kerk en Vaderland: Belgische religieuzen tijdens WO2 en Your Life is Worth Mine  van Ewa Kurek). Derks ziet het belang van het thema religieuzen in de oorlog vooral in het vergroten van onze kennis en in de mogelijkheid van perspectiefwisseling. Met dit laatste doelt zij op het gegeven dat tot dusverre met name seculiere geestelijken het beeld bepalen. Zo gaat het in God's Mighty Servant weliswaar om het verhaal van Zuster Pascalina Lehnert, maar dan toch primair in haar rol als secretaresse van paus Pius XII. NIOD-directeur Marjan Schwegman en Jolande Withuis bepleiten weliswaar meer aandacht voor vrouwen, maar zij betrekken hierin niet de religieuzen. En  in de bundel Moedige mensen waarin Jaap Cohen  en Hinke Piersma hun helden presenteerden komt geen enkele zuster voor. In publicaties komt wel een negatief beeld van zusters naar voren, zoals in Om het joodse kind. Elma Verhey suggereert in dat boek dat bekeringsdrang de primaire drijfveer van zusters is geweest om een joods kind op te vangen.

Om de hiaten in onze kennis op te vullen en om bestaande beelden bij te stellen is meer onderzoek nodig. Het archiefmateriaal over dit onderwerp is rijk en veelzijdig (bijvoorbeeld het oorlogsdagboek van zuster Rita Reekers). De oorlogsomstandigheden leidden enerzijds tot meer saamhorigheid in de religieuze gemeenschappen, terwijl anderzijds tal van voorbeelden illustreren dat de nagestreefde eenheid juist sterk onder druk kwam te staan. Dat was bijvoorbeeld het geval in gemeenschappen opgebouwd uit zusters met verschillende achtergronden (Nederlands, Duits en Joods). Ook na de bevrijding leidden spanningen als gevolg van de oorlog vaak tot een tweespalt, die pas decennia later geheeld zou worden (zoals in het geval van de Mauritzer Franziskanerinnen aan wie een gedenksteen op begraafplaats Moscowa herinnert). Marjet Derks benadrukte in haar betoog het belang van het contextualiseren en van het zoeken naar tekenen van (dis)continuiteit in de oorlogsjaren in vergelijking met de perioden daaraan voorafgaand en erna.Tot op heden ontbreken meer systematische inzichten en in de algemene historiografie is de rol die religieuzen hebben gespeeld tijdens de oorlogsjaren onderbelicht gebleven.

Caspar van den Berg belichtte het leven en het werk van een vijftal kloosterlingen, die actief waren als aalmoezenier bij de Nederlandse krijgsmacht in de Tweede Wereldoorlog. De meest kleurrijke figuur in zijn voordracht, Ludo Bleys CssR, kreeg ook een plek in de mini-tentoonstelling ‘Tussen twee vuren. Bidden, werken en wonen in oorlogstijd, 1940-1945’, die in de museale ruimte van het Erfgoedcentrum was ingericht.

Onder het motto ‘De verstoorde orde' vertoonde Carine van Vugt (Stichting Verhalis) enkele filmfragmenten met verhalen van zusters over de oorlogstijd.
 
Na de lunch vond de presentatie plaats van de elfde bundel in de serie Metamorfosen: Creatie en recreatie. Cultuur en ontspanning binnen de kloostermuren. Het eerste exemplaar van de bundel werd uitgereikt aan de directeur van het Erfgoedcentrum Marga Arendsen. Hierna konden de deelnemers aan het colloquium kiezen uit twee parallelsessies met in totaal vier sprekers: Johan Moris (Salvatorianen), Paul Begheyn sj (Jezuïeten), Jeanny Smeets (Julianazusters) en Theo Salemink (familie Löb).

Na een korte slotbeschouwing door Marjet Derks dankte Vefie Poels de dagvoorzitters Chris Dols en Joep van Gennip (bestuursleden Stichting Echo) en was het tijd voor een borrel en een hapje.

Echo 2014