Catharinadag 2014

Gepubliceerd op: 26-11-2014 om 10:36 door WvdV.

'S-HERTOGENBOSCH - Op 25 november 2014 vond de twaalfde Catharinadag plaats. Thema was: toewijding in het leven en het werk van Etty Hillesum.

Dagvoorzitter zuster Tarcies Wijngaard opent de bijeenkomst met een hartelijk woord van welkom. Zij belicht de achtergronden van de Catharinadag en van de organisatie daarvan: de Stichting Christine de Pisan. Vervolgens introduceert zij beknopt Ton Jorna en Denise de Costa.

En waar men is helemaal zijn

Ton Jorna vertelde hoe hij als docent, als geestelijk begeleider en ook persoonlijk inspiratie ontleent aan het rijke innerlijke leven van Etty Hillesum. Lectuur van haar dagboeken vormt geschikt materiaal om met studenten levensthema’s te bespreken. Haar woorden zijn niet te abstract; het zijn dagelijkse gebeurtenissen waarop ze reflecteert. De zeggingskracht van haar werk maakt indruk, evenals de herhaling. Ter illustratie: studenten raken ongeduldig bij het volgen van Hillesum’s mentale worsteling met Julius Spier, waarbij er in hun beleving geen enkele voortgang te beleven is (‘Daar gaat ze weer. Het schiet niet op.’ ’Ze moet een besluit nemen of ze nou verder wil met die Spier of niet.’). Dan houdt Jorna hen voor dat het een normaal verschijnsel is om gezeten aan een ziekbed keer op keer dezelfde verhalen te horen. Toch kan dat betekenisvol zijn en het is dan ook van belang om goed te blijven luisteren, want het zou kunnen dat je toch op een nieuw element stuit. Ieder mens heeft een eigen weg te gaan, maar het tempo van de geestelijke rijping van Etty Hillesum is zeer uitzonderlijk. Volgens Jorna schuilt het ‘gevaar’ voor lezers van Hillesum in het zich laven aan de bron zonder het eigen huiswerk te doen. De strijd die ze heeft gevoerd omschrijft ze als een ‘slagveld’. Ze heeft regelmatig het gevoel ‘zusammen zu brechen’. Ze ontvlucht de werkelijkheid niet, ziet onder ogen wat er gebeurt. Ze is Spier dankbaar als de ‘geboortehelper’ van haar ‘ziel’. Geleidelijk groeit ze naar overgave; ze is niet vervuld van eigen leed of verdriet, maar wil tot steun zijn waar zij maar kan, en ‘uitdelen’ van de rijkdom, die ze van God heeft ontvangen (citaat 18 augustus 1943).  Jorna besluit zijn lezing met een beknopte overweging van het begrip toewijding. Hij verstaat hier onder aandachtig zijn in wat je doet, zonder aan jezelf te denken. De belangeloosheid wordt niet van buitenaf opgelegd, maar komt voort uit een diepe innerlijke bron.

Altijd Etty

Altijd Etty

Musicus Mischa Hillesum

Denise de Costa vertelt over het gezin Hillesum, bestaande uit de introverte Louis Hillesum, de extraverte Riva Bernstein en de kinderen Etty Jaap en Mischa. De drie kinderen waren heel begaafd, heel intelligent, maar kampten ook met grote psychische problemen. Mischa was een wonderkind; hij kon nog maar nauwelijks praten, toen hij al wel kon pianospelen. Vrijwel onmiddellijk na zijn optreden als achttienjarige in de aula van het conservatorium in Amsterdam werd hij opgenomen op de gesloten afdeling van het Apeldoornsche Bosch, een Joods psychiatrisch ziekenhuis. Hij speelde niet alleen piano, hij componeerde ook. Twee preludes voor piano (met Mischa's opdracht : ‘Hommage aan Rachmaninoff’) waren te beluisteren, evenals een derde stuk, de enige opname van Mischa zelf  (een polonaise van Chopin).

Ik wil vol blijven leven!

Na het muzikale intermezzo spreekt Denise de Costa over toewijding in het leven van Etty Hillesum, die een dagboek gaat bijhouden als onderdeel van de therapie die Julius Spier haar aanbiedt. Evenals haar moeder en broers heeft ze grote psychische problemen, die ze omschrijft als levensangst, gebrek aan zelfvertrouwen, chaos en onzekerheid. Door de vele gesprekken die ze met Julius Spier voert en door uren per dag een dagboek bij te houden, ontdekt Etty Hillesum één van de oorzaken van de psychische problemen van haar broers en van haarzelf. Zo komt ze in haar dagboek tot het inzicht: “Het lijkt me, dat mijn ouders overweldigd zijn geweest en het steeds meer zijn, onder de eindeloze gecompliceerdheid van dit leven en dat ze nooit een keus hebben kunnen doen. Aan hun kinderen een te grote bewegingsvrijheid gelaten, ze konden nergens een houvast geven, omdat ze zelf nooit een houvast gevonden hebben en ze konden nooit tot onze vorming bijdragen omdat ze zelf nooit een vorm hebben kunnen vinden. En steeds opnieuw en steeds duidelijker zie ik onze taak: hun arme, rondzwervende, niet tot vorm en rust gekomen talenten, in ons de gelegenheid te geven uit te groeien en te rijpen en hun vorm te vinden.” 22 december 1941

Etty Hillesum schrijft om tot vorm te komen, om te leven. In augustus 1941 schrijft ze over wat ze als haar taak ziet: “Mezelf opvoeren tot een iets hogere orde’’ en dat  blijkt een spiritueel proces te zijn. Etty Hillesum vindt God binnen in zichzelf. Ze is intens betrokken bij de wereld om haar heen, bij haar medemensen, maar in haar dagboek smeekt ze God om zijn nabijheid, om een teken van leven. Denise de Costa eindigde haar lezing met een dagboekfragment van Etty Hillesum, dat is als een gebed: “Weet U, God: ik zal m'n best doen. Ik zal me niet onttrekken aan dit leven. Ik zal mee blijven doen en proberen alle gaven die ik heb, als ik die heb, te ontplooien. Ik zal niet saboteren. Maar geef me af en toe een teken. En laat U wat muziek uit me komen, laat dat wat er in me zit vorm vinden, het verlangt er zo naar.”

2014Catharina

Documentaire over muziek van Mischa Hillesum

Achtergrondinformatie