De geaardheid van Maria

Gepubliceerd op: 30-10-2014 om 09:42 door . Bron: M. Claeren

NIJMEGEN - Enkele weken geleden vond een symposium plaats onder het motto MARIA. ZIJKANT VAN GOD. Wiel Logister smm was een van de hoofdsprekers tijdens dit symposium.

In zijn lezing geeft Logister antwoord op een aantal vragen: Wat is de mentaliteit van Maria? Waar staat zij voor? Wat is haar aard? Op welke wijze is zij van de aarde? Welke levenswijze heeft Gods Geest in haar losgemaakt en bewerkstelligd? Hoe kunnen wij ons in onze dagen met haar identificeren? Hij zoekt een antwoord op deze vragen door stil te staan bij het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, bij wat Jesaja 7 zegt over haar maagdelijkheid en bij de verschijningen in Lourdes, Fatima en Banneux. Onderstaand een globale samenvatting van Logister's betoog en een link naar de volledige tekst.

Onbevlekte Ontvangenis

Het thema van de Onbevlekte Ontvangenis heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Als na het concilie van Trente (16e eeuw) de erfzondeleer dominant wordt, gaat de aandacht steeds meer uit naar het eerste moment van Maria’s ontstaan om haar unieke heiligheid te onderstrepen. Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis (1854) onderstreept die heiligheid door te stellen dat het kwaad op geen enkel moment vat op haar heeft gekregen. Toch betekent dit niet, dat Maria buiten de wereld staat. Juist als de Immaculata heeft zij ook een strijdbare kant. De verering van de Immaculata  gaat hand in hand met de strijd tegen het modernisme met een nadruk op haar teruggetrokken en verborgen leven, conform het ideaal van een vooral innerlijke vroomheid ver van de boze wereld. Zonder het dogma van 1854 tegen te spreken zet Vaticanum II nieuwe accenten. De visie op Maria als de Onbevlekte wordt niet langer puur en alleen  ontvouwd op grond van het eerste moment van haar wonderlijke conceptie in de moederschoot, maar in het licht van de weg die zij is gegaan in continu gesprek met God in het licht van de Bijbelse tradities.

Logister duidt het Mariahoofdstuk van de Constitutie van de Kerk aldus: Het moment van Maria’s conceptie moet worden gerelateerd aan de leerschool die het leven ook voor haar is geweest, zeker het leven naast Jezus. Levenslang leren en groeien duidt niet op zondigheid; daarvan is eerst sprake, als zij in woord en gedachte, in doen en laten zou hebben ontkend dat haar bestemming gelegen is in God die liefde, rechtvaardigheid en barmhartig is. Dankzij Gods aandacht voor haar en haar aandacht voor God – het Annunciatieverhaal onderstreept dit dialogisch karakter van haar heiligheid  - is zij op de rechte weg gebleven en die weg steeds oprechter gegaan.


The Annunciation

Via Karl Rahner, Montfort, Bernardus van Clairvaux, de Schriftlezingen in de liturgie van 8 december, Schillebeeckx en Dante onderbouwt Logister zijn visie op Maria als iemand die evenals Jezus last heeft van de aardsheid die met het menszijn gegeven is. Maar zij is bereid om met de Messias de vreugde en de hoop, maar ook de wanhoop en het verdriet van anderen delen.

Jesaja 7

Op schilderijen van de Annunciatie ligt de Bijbel vaak open bij Jesaja 7. De profeet zet daar tegenover de op macht gefocuste koning Achaz van Jeruzalem een kwetsbare jonge vrouw met een klein kind. De jonge vrouw kan niet vanuit een machtspositie leven, maar moet zo eenvoudig en nederig dienstbaar als God zijn. Terwijl Achaz niet uitkomt boven laagmenselijke berekeningen en sentimenten, laat zij zich in haar kwetsbaarheid leiden door God die haar bemoedigt om buiten het machtstreven en het daarbij horende gekonkelfoes te blijven en de kant te kiezen van de nederige dienstbaarheid van de Messias. Maria is op die roepstem ingegaan. In de wisselende omstandigheden van het leven liet zij zich leiden door het teken van Jesaja dat  waarachtig menszijn slechts gedijt vanuit een ontwapende houding, zonder zich te laten meeslepen door kwalijke sentimenten.

            Terwijl de kerkvaders Jes 7 lazen vanuit joodse tradities over wonderlijke geboorten in het aards paradijs zonder concupiscentie, typeert Eckhart als maagd iemand die “niet bevangen is door eigen beelden en projecten, hoezeer die op zichzelf ook tot het leven behoren, en dus met ruimte om te ontvangen”. Maria's leven is niet vrij geweest van duistere momenten. Wel is zij dankzij Gods aandacht voor haar en haar reactie daarop als een pelgrim op weg gegaan, ook  in tijden vol vragen en twijfels. Maria zoekt God niet in idyllische situaties ver van het gewone leven, maar in nabijheid aan hen die worstelen met hun bestemming. Geraakt door de vraag van God om midden in de lastige realiteit van het aardse bestaan op Messiaanse manier solidair met anderen te zijn.

Mariaverschijningen

Lourdes, Fatima en Banneux  - plaatsen waar Maria is verschenen - getuigen ervan dat neerslachtigheid en pessimisme niet het laatste woord hebben. In kleine, arme en zieke mensen breekt hoop door. Niet door hen goedkope troost te bieden, maar door hen echt tot hun recht te laten komen. Hoe broos en breekbaar we ook zijn, we mogen beeld en gelijkenis zijn van goddelijke creativiteit, spiritualiteit en levenskunst. Zoals Jezus en met hem leert Maria ons niet te vluchten op het moment waarop het “leven in nabijheid” bedreigd wordt door brutale monden en hardvochtige tirannen in het groot en in het klein. Zij laat zien dat heiligheid niet betekent leven buiten het gewirwar om, maar in engagement met het vaak zo moeizame bestaan. De verschijningen van Maria in de 19e en 20e eeuw gaan samen met aanklachten tegen het lot van de armen, tegen de protserige rijkdom van de elite, de verdwazing van onze ideologieën. De Maagd der Armen maakt de onmenselijkheid van veel politieke systemen en praktijken zichtbaar. Volgens haar gedijt het leven slechts in de geest van wederzijdse behulpzaamheid en creatieve solidariteit. Daar waar God oplicht, ontstaat volgens Maria de drang tot concrete nabijheid aan een ander. Haar godsgeloof staat haaks op ideologieën die slachtoffers maken door megalomane waanbeelden.

Wie deze Maria vereert, mag dan ook niet instemmen met een cultuur waarin de vuist van machthebbers, het eigenbelang en het recht van de sterkste de boventoon voeren. Dat verzet steunt op het besef dat diep uit de aarde en hoog uit de hemel de Geest van menslievendheid en mededogen het leven doordringt.

De volledige tekst van de lezing