Eenheid in verscheidenheid

Gepubliceerd op: 29-10-2014 om 08:42 door B. Peeters ocso. Bron: www.nieuwwij.nl

TILBURG - Afgelopen zondag verzorgde broeder Bernardus Peeters, abt van de Trappisten van abdij Koningshoeven, een lezing in de Lucaskerk.

Zijn lezing ging over ‘Eenheid in verscheidenheid’. Hieronder een globale samenvatting, enkele fragmenten en een link naar de volledige tekst van deze lezing.

Broeder Bernardus omschreef het charisma van de Trappisten Orde als ontmoeting: Wij willen plekken creëren waar aan een echte cultuur van ontmoeting gebouwd kan worden tussen God, mens en de schepping in al haar aspecten. Hij memoreerde de stichting van de Orde van de Trappisten in 1098 in het Franse plaatsje Cîteaux, waar een gemeenschap van monniken opnieuw wilde leren wat echte liefde kon betekenen. De grote inspirator van deze jonge beweging werd Bernardus van Clairvaux (1090-1153). We zijn geroepen om samen met anderen te leven en bij het zoeken van kloosterlingen om samen de god-menselijke eenheid te beleven komt de verscheidenheid om de hoek kijken. Bernardus heeft een beroemde beschrijving gegeven van zijn klooster: “Zie hoe goed en hoe weldadig, broeders te wezen en samen te zijn!” (Psalm 133,1)

B. Peeters ocso

Paus Franciscus

Het thema eenheid in verscheidenheid bracht broeder Bernardus ook bij het ideaalbeeld van Paus Franciscus. In diens apostolische exhortatie ‘De vreugde van het evangelie’ staan prachtige dingen over het leven in eenheid in verscheidenheid. De kerk van barmhartigheid is niet zomaar een kreet maar een echt hervormingsprogramma voor heel de kerk. In Evangelii Gaudium spreekt Franciscus over een kerkmodel dat ons helpt om te begrijpen wat we onder eenheid in verscheidenheid verstaan. In paragraaf 236 zegt hij het volgende: “Het model is niet de bol/cirkel, die niet superieur is aan haar delen, waar ieder punt even ver van het middelpunt is verwijderd en er geen verschillen zijn tussen het ene punt en het andere. Het model is het veelvlak/de veelhoek, dat het samenvloeien van alle delen weerspiegelt die daarin hun oorspronkelijkheid behouden.”

Paus Franciscus ziet iedere gelovige, iedere gemeenschap als een veelhoek die elkaar op één punt raken maar allen geheel verschillend zijn. Het punt waar zij elkaar raken is hun ervaring van Jezus Christus, geen idee maar een levende werkelijkheid. De gemeenschap van barmhartigheid is geen mooie ronde cirkel maar ‘een kerk die butsen heeft’. Vanuit de gemeenschappelijke ervaring zoeken de delen naar eenheid door over hun eigen grenzen heen te gaan. Het geheel gaat immers boven het deel. Het kerkmodel van Paus Franciscus heeft meer weg van een mozaïek. De kleine, verschillende steentjes vormen samen een prachtig geheel.

Nu roept het leven met de nadruk op verscheidenheid natuurlijk spanning op. Hoe daarmee om te gaan is ook een vraag, waaarop Evangelii Gaudium ons een antwoord geeft. Willen we leven vanuit het principe van eenheid in verscheidenheid dan zullen we de verscheidenheid moeten leren te verdragen, de conflicten die dat met zich meebrengt op te lossen en te veranderen in een nieuwe verbindingsschakel. Wat Paus Franciscus in Evangelii Gaudium heeft uiteengezet over eenheid in verscheidenheid heeft hij daadwerkelijk in praktijk gebracht tijdens de recente bisschoppensynode. In zijn slottoespraak sprak hij over vijf bekoringen ofwel ‘bewegingen van de geest’, die ook te maken hebben met ons worstelen rond verscheidenheid.

Zijn wij in staat om die bewegingen van de geest te laten bestaan, toe te laten en om te vormen naar echte vrede? Voor Dom Bernardus ligt de grote uitdaging niet zozeer in het angstvallig bewaren van de verscheidenheid of de eenheid. Ook kloosterlingen leggen zijns inziens te veel nadruk op het in stand houden van gebouwen en aantallen. Dat roept bij hem vaak de bekende gelijkenis van Lucas 12, 16-21 op: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?” Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

De slotvraag van Dom Bernardus: Durven wij te oogsten om zaad voor het koninkrijk te zijn? Eigen aan zaad is dat het uitgestrooid wordt, moet sterven om vrucht voort te brengen. Hebben wij dat geloof?

Link naar de volledige lezing