'Kloosterleven: een feest van vrijheid'

Gepubliceerd op: 3-10-2014 om 14:33 door WvdV. Bron: André Lascaris / Ad Leys

HUISSEN - Deze karakterisering van kloosterleven is afkomstig van dominicaan André Lascaris

Lascaris is staflid van het Dominicaans Studiecentrum DSTS. Hij publiceert regelmatig over zijn bevindingen op zijn persoonlijke blog Meer dan ikzelf.
 

André Lascaris o.p.

Enkele dagen geleden reflecteerde Lascaris op zijn blog op het kloosterleven. De aanleiding vormde de inkleding van enkele jonge dominicanen. Hij beschreef de vaste rituelen waarmee dit gepaard ging, zoals het antwoord op de oude vraag: ‘wat verlang je‘: ‘Gods barmhartigheid en die van jullie’. Lascaris vindt dat een uiterst reëel antwoord: We maken allen fouten. Zonder de barmhartigheid en de compassie van anderen, vooral van de medebroeders en medezusters, red je het niet. Vragen om de barmhartigheid van God helpt je te leven in het vertrouwen dat er van je gehouden wordt wat je ook uitspookt.

Aan het eind van dit artikel schrijft Lascaris dat het kloosterleven niet in de eerste plaats wordt gezien als een ascetische oefening of als een drievoudige keuze voor iets negatiefs, geen macht, geen bezit, geen seks, maar zich richt op datgene wat werkelijk van belang is in het menselijk leven. De Orde stimuleert eigen verantwoordelijkheid en persoonlijke begaafdheid. Ze beschouwt iedere broeder na zijn opleiding als een volwassene, die verstandig met de regels van de Orde omgaat. De sfeer is die van de vrijheid. Niet die van een ordeloze chaos, maar die van een feest.

De volledige tekst

'Eucharistie is voor gewone mensen'

André Lascaris o.p. heeft ook zijn sporen verdiend binnen enkele samenwerkingsverbanden van de gezamenlijke religieuzen in Nederland: de Commissie Overleg Instituten (COI) en de Studiegroep Vita consecrata.

De Commissie Overleg Instituten (COI) is in maart 1991 opgericht door de Samenwerking Nederlandse Priester Religieuzen (SNPR). Hierin werken wetenschappelijke instituten samen, die gelieerd zijn aan ordes en congregaties. Het doel is de bevordering van de onderlinge informatie, het stimuleren van de studie van de spiritualiteit en van de eigen traditie, het bijdragen aan de continuïteit van de instituten en zorgen voor een gezamenlijke presentatie. André Lascaris o.p. was vanuit het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving lid van deze Commissie vanaf de aanvang tot 2005; hij fungeerde ook enkele jaren als voorzitter.

Op de COI-studiedag over de Eucharistie in 2012 stond de vraag centraal: ‘Wat heeft onze traditie de mens van nu te vertellen over de plaats van de eucharistie in haar / zijn leven?’ In ‘De tegenwoordigheid van Jezus’ sprak André Lascaris aan de hand van de woorden ‘transsubstantiatie’ en ‘transsignificatie’ over de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Een kenmerkende uitspraak voor Lascaris bij die gelegenheid: ‘De Eucharistie is niet bestemd voor heiligen, maar voor gewone, dus ook zondige mensen’.

In 1996 verscheen het document Vita consecrata van Johannes Paulus II over het religieuze leven, een reactie op de bisschoppensynode over het religieuze leven in 1994. In kringen van priester-religieuzen vond men dat Vita consecrata de religieuzen te zeer opsloot binnen de kerk en onvoldoende aandacht had voor de daadwerkelijke bijdrage van religieuzen aan de verwerkelijking van het Rijk Gods. Het inhoudelijk bezinningsproces rond het religieuze leven werd voortgezet binnen de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), die een ‘Studiegroep Vita Consecrata’ instelde. André Lascaris maakte hier deel van uit. Een centrale vraag voor deze Studiegroep was: ‘Hoe verstaan de religieuze instituten in Nederland hun identiteit en betekenis binnen de context van de Nederlandse cultuur, zowel gelet op het heden als ook in het perspectief van de toekomst?’ De notitie ‘Aanzetten tot een theologische duiding van het religieuze leven’ (1999) onderstreepte het belang van een ‘theologie van beneden’ met de nadruk op ‘orthopraxis’. De navolging van Jezus verplicht tot inzet voor het Rijk Gods. En het typisch eigene van het religieus leven is dat die inzet ‘in gemeenschap’ geschiedt. Er was ook duidelijk aandacht voor de maatschappelijke en culturele context waarin de eigen spiritualiteit en zendingstaak gerealiseerd dienen te worden.