Inzake kort geding VPKK

Gepubliceerd op: 13-9-2014 om 13:22 door .

'S-HERTOGENBOSCH - De Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR)en de Bisschoppenconferentie (BC) bevestigen dat het Vrouwenplatform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK) een kort geding heeft aangespannen tegen de RK Kerk in Nederland inzake de einddatum van 1 juli 2014 voor het indienen van klachten betreffende verjaarde zaken en tegen overleden personen.

Het VPKK is van mening dat de sluitingsdatum van 1 juli 2014 voor het indienen van klachten over verjaarde zaken en tegen overleden personen voor veel vrouwelijke slachtoffers te vroeg is gekomen. Het VPKK heeft daarom verzocht om verlenging van de termijn en haar advocaat gevraagd hiertoe een kort geding aan te spannen indien de BC en de KNR niet bereid zouden zijn om genoemd verzoek in te willigen.

In een schriftelijke reactie hebben de voorzitters van de BC en de KNR aangegeven het besluit ter zake de einddatum van 1 juli 2014 niet te heroverwegen. Zij hebben hieromtrent een zorgvuldige en gewetensvolle beslissing genomen. De einddatum is ruim zes maanden tevoren aangekondigd, welke een redelijke termijn is. Tevens is bij herhaling gewezen op de einddatum van 1 juli 2014.

Het kort geding dat het VPKK heeft aangespannen dient op 18 september 2014 voor de rechtbank in Utrecht.

De redenen voor de sluitingsdatum van 1 juli 2014 voor het indienen van klachten betreffende verjaarde zaken en tegen overleden personen en de daarmee verband houdende afbouw van de Klachtenprocedure 2011 zijn:
1. Het aantal klachten wegens seksueel misbruik in verjaarde zaken en tegen overleden aangeklaagden is gestaag minder geworden.
2. Ook andere landen hanteren een einddatum en ook in de regelingen van de overheid naar aanleiding van het rapport van de commissie-Samson is een einddatum gesteld.
3. Het rapport van de “0-meting”, dat werd opgesteld in opdracht van de voorzitters van de Bisschoppenconferentie en de KNR en op voorstel van de voorzitter van slachtofferkoepel KLOKK, geeft bovendien aan dat het ontbreken van een einddatum voor slachtoffers die geen klacht in willen dienen, een grote emotionele belasting kan betekenen.

De einddatum van 1 juli 2014 werd aangekondigd op 19 november 2013 door de voorzitters van de BC en de KNR, nadat dit besproken was in het Voorzittersoverleg, waaraan naast beide genoemde voorzitters de voorzitter van slachtofferkoepel KLOKK deelneemt. Deze aankondiging is herhaald op 16 december 2013 in een interview van de voorzitters van BC en KNR in landelijke en lokale dagbladen en voor het NOS-Journaal.

Uit de meldingen sinds 2010 blijkt dat ook vrouwen van het begin af aan de weg naar het Meldpunt hebben weten te vinden. Van het begin af aan hebben ook vrouwen klachten ingediend. Uit het eerste onderzoek van de Commissie onder leiding van de heer Deetman, verschenen in december 2011, en het tweede onderzoek met speciale aandacht voor seksueel misbruik van en geweld tegen meisjes, dat in maart 2013 is gepubliceerd, blijkt niet dat vrouwen meer moeite zouden hebben om zich te melden dan mannen.

Met de einddatum van 1 juli 2014 voor het indienen van klachten over zaken die verjaard zijn of zaken tegen aangeklaagden die overleden zijn, is een einde gekomen aan een in vele opzichten uitzonderlijke regeling.

Het vervallen van deze regeling betekent niet dat de aandacht van de RK Kerk voor slachtoffers van misbruik afneemt. Per 1 juli 2014 is het Reglement R.-K. Meldpunt grensoverschrijdend gedrag in werking getreden, waarbij de RK Kerk aansluit bij klachtregelingen die gangbaar zijn in andere sectoren van de samenleving. Het Platform Hulpverlening, dat werd opgezet binnen het kader van de Stichting Beheer en Toezicht, wordt gecontinueerd. Dit Platform zorgt voor professionele doorverwijzing naar hulpverlening op maat voor slachtoffers van seksueel misbruik door een medewerker van de Kerk.