Gastvrijheid als core business

Gepubliceerd op: 23-6-2014 om 14:18 door WvdV.

- Voor mensen die voor het eerst een klooster willen bezoeken schreef Jan-Willem Wits 'Eerste hulp bij kloosterbezoek'.

Jan-Willem Wits biedt in zijn onlangs verschenen gids een laagdrempelige introductie aan mensen die voor een kloosterbezoek overwegen. Hij neemt potentiële bezoekers bij de hand en legt op heldere wijze enkele basistermen uit. Wat zijn monialen, monniken, paters, fraters, nonnen, zusters, leken en wereldheren? Dat is voor buitenstaanders geen overbodige luxe,  want kennis hiervan is geen vanzelfsprekendheid meer (is dat voor de niet-katholieken in ons land ook nooit geweest). Vervolgens beschrijft hij in vogelvlucht de geschiedenis van het kloosterleven sinds de woenstijnvaders. Speciale hoofdstukken  zijn gewijd aan de Regel van Benedictus, de religieuze vorming, de kleding, het getijdengebed, het werk, de dagorde, de indeling van kloostergebouwen. Hij plaatst de opkomst en neergang van het kloosterleven in Nederland in historisch perspectief. Wits doet dat onder andere door te attenderen op het feit dat het comtemplatieve kloosterleven door de reformatie enkele eeuwen min of meer uit Nederland verdwenen was. Het herstel kwam van buitenaf, toen rond 1900 Benedictijnen en Trappisten Frankrijk ontvluchtten en zich vestigden (onder andere) in Oosterhout en Berkel-Enschot. Een  scenario dat zich volgens Wits in onze tijd zou kunnen herhalen.

Gezien de gekozen invalshoek is het logisch dat Wits vooral schrijft over monastieke religieuzen, ook al vormen zij getalsmatig een minderheid. Hij is zich bewust van de vertekening, die hiervan het gevolg zou kunnen zijn: ‘Ook in de beeldvorming van de media wordt de kloosterling steeds meer geïdentificeerd met contemplatieve religieuzen, die een afwijkend leven in afzondering leiden en zich met hun kleding onderscheiden van ‘gewone’ mensen. Toch zijn er in Nederland nog steeds honderden zusters, broeders en paters – een veelvoud van de contemplatieve monniken en monialen – die wel degelijk kloosterling zijn maar verbonden aan de ‘actieve’ orden en congregaties en daarmee voor de buitenwereld een nu relatief onzichtbaar bestaan leiden.’

Het boekje bevat ook korte typeringen van een aantal gastenverblijven en een interview met abt Rien van den Heuvel osb van de Sint Willibrordusabdij. Van hem is de uitspraak afkomstig dat gastvrijheid de core business van monastieke gemeenschappen geworden is. Dat heeft volgens abt Van den Heuvel te maken met de behoeften van hedendaagse kloostergasten: ‘Bij onze gasten zie je steevast een proces van bevrijding. Er valt  heel veel afleiding van hen af, waardoor zij weer tot zichzelf kunnen komen. Veel mensen hebben een kerkelijke achtergrond. Zij hebben te maken met een verschralende liturgie in hun eigen parochie of gemeente en vinden hier wat ze thuis missen. Maar er zijn ook gasten die geen enkele kerkelijke bagage hebben. Die vinden het geloof al vreemd, laat staan het kloosterleven. Bij die mensen pakt of pakt het niet. Als het wel pakt, komen ze terug en leren ze het steeds beter te begrijpen. Ik zie wel steeds meer dat (…) mensen echt geestelijk gevoed (willen) worden.’

Theoloog Wits (1968) was jarenlang voorlichter van de Nederlandse kerkprovincie en stapte daarna over naar het bedrijfsleven. Hij schreef een nuttig boekje met veel praktische tips en literatuurverwijzingen voor wie verder wil lezen. De foutjes die er  in voorkomen zijn niet echt storend. Een voorbeeld. Bij een herdruk zou - naast Koningshoeven - ook de tweede Nederlandse gemeenschap vermeld kunnen worden waar men bier brouwt (Zundert). De titel is - om publicitaire redenen? - enigszins misleidend. Misschien wordt het in de wandelgangen omgedoopt tot de ‘gids van Wits’?

Een interview met de auteur naar aanleiding van publicatie van dit boekje verscheen op www.nieuwwij.nl