Religieus erfgoedtrio

Gepubliceerd op: 16-6-2014 om 08:41 door Piet van Asseldonk.

VELP (BIJ GRAVE) - In het Noord Brabantse Velp liggen op een steenworp afstand van elkaar drie rijksmonumenten.

Ze vormen samen een religieus erfgoedtrio. Het gaat dan over het Emmausklooster van de kapucijnen uit 1645, het voormalige Alfonsiusklooster van de slotzusters Redemptoristinnen uit 1858 en het uit de 10e eeuw stammend Vincentiuskerkje, de voormalige parochiekerk van Oud-Velp.

Religieus erfgoedensemble

Alle drie religieuze rijksmonumenten liggen op een steenworp afstand van elkaar in een karakteristiek Maaslandschap en worden in toeristische brochures en erfgoedpublicaties dan ook veelal in één adem genoemd. In publicaties van de Rijksmonumentendienst worden de ensemblewaarden van de drie religieuze monumenten geroemd en wordt ‘hun samenhang met de gaafheid van de landschappelijke omgeving’ van belang genoemd. Het Emmausklooster is eigendom van de minderbroeders kapucijnen, het Alfonsiusklooster is in handen van een projectontwikkelaar en van de Vincentiuskerk is de gemeente Grave, waar Velp onder valt, de eigenaar. Duidelijke ideeën over dit gouden erfgoedtrio heeft de vroegere burgemeester van Grave Piet Zelissen. Als voorzitter van zowel de stichting ‘Vrienden Kapucijnenklooster Velp’ als van de stichting ‘Kunst in het Kerkje’ is hij betrokken bij de toekomst van het religieuze erfgoedtrio van Velp. Temeer omdat er ook vage plannen bestaan om het nu nog door antikraakwachten bewoonde Alfonsiusklooster te bestemmen voor een vorm van ‘beschermd wonen’ via de RIB (Regionale Instelling voor Beschermd Wonen) ‘Nijmegen en Rivierenland’. Piet Zelissen zit in de Raad van Toezicht van deze RIBW.

Rijksmonument nr. 17331

Het oudste nog bestaande kapucijnenklooster van Nederland is met afstand het Emmausklooster in Velp. Geen wonder dan ook dat juist hier onlangs een gedenkplaats voor de Nederlandse Kapucijnenprovincie is gebouwd. In jubileumpublicaties over dit monumentale klooster met zijn grote, oude tuin en lieflijk gelegen aan de Maas, heet het dan ook niet voor niets dat de kapucijnen hier ‘de eeuwen overleefden’. De Rijksmonumentendienst beschrijft dit Rijksmonument nummer 17331 als ‘een gaaf bewaard klooster’. De geschiedenis van dit klooster met kerk , tot de nok gevuld met kapucijnse (kunst)voorwerpen, is dan ook in tal van publicaties beschreven. Onder de naam ‘Bij de kapucijnen’ wordt daar nu met vallen en opstaan gewerkt aan het van de grond te tillen van een franciscaans experiment in kapucijnse zin. In de brochure ‘Bij de kapucijnen’ staat over de mensen die daar hun schouders onder zetten: “Het uitgangspunt is dat zij samen met de vele vrijwilligers en medewerkers een gemeenschap vormen die het klooster op eigen benen kan laten (voort)bestaan. Zowel in de zin van onderhoud van het huis en de kloostertuin als wat betreft de activiteiten die er nu plaatsvinden en waar blijvend grote belangstelling voor is. Naast de liturgische vieringen zijn dat bijvoorbeeld de oriëntatieweekenden, de kringavonden, de oasedag, meditatiebijeenkomsten en de meerdaagse bijeenkomsten rond franciscaanse thema’s.” Of de franciscaanse spiritualiteit in een modern jasje echt wortel zal schieten moet worden afgewacht.

Rijksmonument nr. 17330

Het Sint Vincentiuskerkje was tot 1937, toen er een nieuwe kerk werd gebouwd, de officiële parochiekerk van Velp. Delen van de muren en fundamenten van het Romaanse zaalkerkje stammen uit de 12de eeuw en worden gerekend tot de oudste kerkmuren van Brabant. De toren is gebouwd in de 14de eeuw. Na de Tachtigjarige Oorlog werd in de Meierij van ’s-Hertogenbosch en het Land van Cuyk de katholieke godsdienst in de ban gedaan. Het Land van Ravenstein, waar Velp in ligt, viel niet onder het protestantse gezag in Den Haag en de godsdienstvrijheid bleef er bestaan. De Vincentiuskerk en ook de kapucijnen konden daarom in Velp ‘overleven’. Na de opening van de nieuwe parochiekerk in Velp raakte het Vincentiuskerkje - Rijksmonument nr. 17330 en eigendom van de gemeente Grave – in verval. De restauratie ervan door de ‘wederopbouwarchitect’ Jan Strik (1912-1992) in de jaren 1961-1963 bracht het in de huidige staat. Het diende daarna even als kapel voor de Nederlandse Gidsen Bond, maar sinds 1977 is het kerkje in gebruik voor culturele activiteiten als exposities en concerten. De stichting ‘Kunst in het Kerkje’ verzorgt de programmering en weet steeds vaker landelijk bekende artiesten te strikken. Bij sommige manifestaties is ook een rol weggelegd voor de kerk van het nabijgelegen kapucijnenklooster. Vooral vanwege de goede akoestiek wordt de kapucijnenkerk tegenwoordig trouwens ook vaak gebruikt voor CD-opnamen.

Linksboven: Alfonsiusklooster, rechtsboven: Piet Zelissen
Onder, van links naar rechts: Emmausklooster en Vincentiuskerkje
Foto's: Piet van Asseldonk

Rijksmonument nr. 515527

De jongste telg aan de Velpse erfgoedboom is het Alfonsiusklooster: Rijksmonument nr. 515527. Tot 1990, toen de laatste negen slotzusters naar Someren verhuisden, was dit het klooster van de zusters Redemptoristinnen; vanwege hun rode habijt beter bekend als de ‘rooi nonnen’. Nu wordt dit grote kloostercomplex - gebouwd, verbouwd en uitgebreid tussen 1850 en 1940 - in afwachting wat komen gaat bewoond door ‘anti-kraakwachten’. Volgens de Rijksmonumentendienst heeft het complex ‘cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van ordes en congregaties in de negentiende eeuw en is het tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het contemplatieve klooster’. Van het Alfonsiusklooster, in 1850 vanuit Brugge gesticht, worden het bijzondere materiaalgebruik,de sobere ornamentiek, de landschappelijke situering en de samenhang van de grote en veelsoortige kloostertuinen met de kloostergebouwen geroemd. Het vroegere slotklooster is in fasen ontworpen door de kerkenarchitect Theo Asseler (1823-1879) en de ontwerper van veel gemeentehuizen Joseph Kropholler (1881-1973). Asseler was als architect trouwens in 1879 ook betrokken bij een verbouwing van het Velpse kapucijnenklooster. Wat er in de toekomst met het Alfonsiusklooster gaat gebeuren, is nog in nevelen gehuld. Het lot van gebouwencomplex met zijn grote ommuurde tuin ligt in handen van projectontwikkelaars en financiers. Eén van de opties zou zijn het te bestemmen voor huisvesting en verzorging van ‘mensen met een beperking’.

Piet Zelissen

De grote man achter de pogingen om het gouden erfgoedtrio van Velp voor de toekomst veilig te stellen is de vroegere burgemeester van Grave, waar Velp onder valt, Piet Zelissen. Bijna twintig jaar (1987-2006) was Dr. P.G.J. Zelissen, in 1941 in Lage Zwaluwe geboren, burgemeester van Grave. Daarvoor was hij leraar Duits en schoolbestuurder in Oss, waar hij voor de Katholieke Volkspartij (KVP) in de gemeenteraad zat. Óók voor de KVP zat Piet Zelissen korte tijd in de Tweede Kamer. Later sloot hij zich aan bij de PvdA. Als PvdA-politicus werd hij burgemeester van Grave en was hij ook enige tijd lid van de Provinciale Staten van Brabant. Piet Zelissen is doordrongen van de historische en monumentale betekenis van veel plaatsen en gebouwen in Grave. Als voorzitter van de stichtingen ‘Vrienden kapucijnenklooster Velp’ en ‘Kunst in het Kerkje’ en actief in de wereld van het monumentenbeheer is Piet Zelissen doende gemeente en provincie enthousiast te maken voor het religieuze erfgoedtrio van Velp en om voor de ontwikkeling daarvan geldelijke steun te krijgen. Dat is niet zo eenvoudig, want alleen al in Noord Brabant hengelen er 1250 erfgoedprojecten, waaronder veel religieuze, naar overheidssubsidie. Toch is de vroegere burgemeester van Grave en erfgoedpromotor optimistisch. Hij vindt het religieuze erfgoedtrio van Velp een ‘meerwaardeproject’ en denkt dat de overheid dit op den duur zal erkennen.