Historie fraters CMM en Jezuieten

Gepubliceerd op: 20-5-2014 om 14:09 door WvdV. Bron: www.ru.nl

NIJMEGEN - Aan de Radbouduniversiteit vinden dezer dagen promoties plaats rond thema's uit de geschiedenis van twee religieuze instituten.

Op 20 mei promoveert de heer A.P.J. Kox op de onderwijsstrategie van de fraters van Tilburg tussen 1844 en 1916. De titel van zijn proefschrift: Kweekplaats van katholieke deugd

De schoolstrijd en de fraters CMM

De site van de Radbouduniversiteit omschrijft de inhoud van het proefschrift aldus: Waarom kiezen we in Nederland niet voor volledig openbaar onderwijs? Waarom laait met enige regelmaat de discussie op over artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs waarborgt? Deze vragen zijn te herleiden tot de schoolstrijd, die woedde van het midden van de negentiende eeuw tot aan het begin van de twintigste eeuw. In 1920 werd de strijdbijl begraven toen de financiële gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de Grondwet werd verankerd. Voor het katholieke onderwijs was in die strijd een belangrijke rol weggelegd voor de religieuze congregaties, die met name in Zuid-Nederland waren gevestigd. 
Ton Cox onderzocht de Congregatie van de Fraters van Tilburg, in 1844 gesticht door Joannes Zwijsen. Hun onderwijs en buitenschoolse activiteiten waren gericht op de internalisering van het katholieke wereldbeeld: de habitus van jongeren moest dusdanig gevormd worden dat het katholieke karakter daarvan vanzelfsprekend leek. Deze studie van de periode tot 1916 laat zien dat zij moderne onderwijsontwikkelingen daarbij niet uit de weg gingen, maar probeerden deze in en aan te passen aan hun katholieke doelstelling. Protectie van de eigen wereld geschiedde door aanpassing, maar wel binnen katholieke grenzen.

Van Gennip

Controversen in Context

Op 21 mei promoveert de heer J. van Gennip op een proefschrift getiteld Controversen in context. Een comparatief onderzoek naar de Nederlandstalige controversepublicaties van de jezuïeten in de zeventiende-eeuwse Republiek. De flaptekst van dit lijvige werk biedt de volgende informatie: In 1592 gaf de jezuïetengeneraal opdracht aan de provinciaal van de Nederduitse provincie om enkele missionarissen naar de Noordelijke Nederlanden te sturen waar de overheid gekozen had voor de ‘gereformeerde’ religie. De daaropvolgende eeuw zouden talloze jezuïeten naar de Republiek worden uitgezonden om hun geloofsgenoten te ondersteunen en, indien mogelijk, niet-katholieken terug te brengen tot de Moederkerk. Sommige missionarissen bedienden niet alleen de sacramenten, maar publiceerden ook Nederlandstalige controversepublicaties. Deze geschriften waren bedoeld om de theologische verschillen tussen katholieken en protestanten te verduidelijken voor de leken, waarbij de eigen geloofswaarheid voorop stond. Naast een beroep op de theologische kennisbronnen speelden hierbij de argumentatieleer en de context waarin de missionarissen opereerden een rol bij de totstandkoming van deze publicaties. In deze studie wordt van een negental jezuïetenauteurs uit de zeventiende eeuw de veelzijdige wisselwerking tussen hun oeuvre en hun leefomgeving beschreven.